donderdag 19 september 2013

Krak!

Het regent pijpenstelen.
Gehuld in regenpak sta ik,
langs de kant van de weg.
Wachten tot ik kan oversteken.
Een kreet, remmen en slippende banden.
Ik zet me schrap.
Zijn schouder, mijn ribbekast.
Contact!!!
Hij ligt op de grond.
Ik sta nog overeind.
Bodycheck, Pannenkoek!
Geen schade, slecht schrik.
Hij maakt excuses. Niets gezien enzo.
Ik zeg gedag. Fiets is heel.
Adrenaline verzacht alle pijn.
Niemand heeft het gezien.
Een chute zonder toeschouwers.
In een drukke winkelstraat.
Participatie maatschappij.
Ik participeer in een valpartij.
’s Avonds als ik rek en strek,
Knapt er iets in mij.
Dat was een van mijn ribben.
Dokter bevestigt mijn vermoeden.
Mooie breuk naar buiten.









Slechts een beetje pijnlijk.
Neem gerust een pilletje.
En fietsen dan Dokter?
Met mate als het gaat.
Over twee weken
Lakeland Monster Miles.
Zal niet over zijn.
Pijn is fijn, toch?


zondag 8 september 2013

NK Tijdrijden op Texel


Sinds de tijdrit in Vijfhuizen in mei van dit jaar, heb ik de smaak van het tijdrijden te pakken. Ik vind het vooral een interessante bedoening, zo hard als je kan, in je eentje van A naar Beter. Ondertussen heb ik een tijdritfiets aangeschaft om de zaken serieus te kunnen aanpakken. Ik twijfel nog over een speciale tijd rij helm, want die vind ik nogal stom. Als je op de fiets zit gaat het nog wel, maar naast de fiets is het echt geen pan. De nieuwe Specialized Evade staat wel op mijn verlanglijst net zo Aero maar minder erg. Of een shell voor over mijn Prevail helm, kan ook en dat drukt de kosten aanzienlijk, maar nog niet te koop in NL. Een snel pak heb ik ook nog niet, maar dat komt er wel t.z.t.
Ik had me dus ingeschreven voor het NK Tijdrijden voor Vrije Renner op Texel, 28km langs de dijk en de Waddenzee. Gezien de afstand, leek het me dit een aardige afstand om te zien wat ik in huis heb. Op tijdrijders gebied nog niet veel. Al doende leert men is hier het credo. Ik had N. ook zo gek gekregen om mee te doen. Eigenlijk heb ik haar gewoon ingeschreven toen ze op vakantie was. No way back!
Zaterdag 7 september was het dan zo ver. Met de auto van N. ’s morgens om 10u15 richting Den Helder naar het veer voor Texel. Parkeren bij het veer is geen probleem, zodat we met de fiets naar Texel kunnen. Rugzak om en gaan. De overtocht is rimpelloos. Er staat slechts weinig wind, maar wel een lastige wind. We rijden ons warm van ’t Horntje naar Oudeschild alwaar de start en finish is.

Op een parkeerplaats, aan de noordzijde van Oudeschild, is een complete tent opgebouwd. Met koek en zopie, een groot scherm voor de live uitslagen, een startpodium etc. Alles is aanwezig voor een geoliede uitvoering. Slecht een kleine tegenslag voor mezelf. Ik ben mijn transponder vergeten om te zetten van mijn racefiets naar mijn tijdritfiets. Zo is er altijd wel wat. Ik had N. ingeschreven zonder eigen transponder, maar zij heeft haar eigen transponder nog op haar fiets zitten. De organisatie schakelt snel. N. rijdt met haar eigen transponder en ik met de gehuurde transponder van N. Je moet het niet moeilijker maken dan het is. Ik heb tenslotte de boot niet gemist.
We hebben nog een klein uurtje, voordat onze starttijd voorbij komt. In de tent kleden we ons om, want helaas is het licht gaan regenen. Buiten staan veel renners zich warm te rijden op de Tacx (rollerbank) naast hun auto. Ik zie zelfs een heuse camper en een partytent. Hmm, het is serieus zaken doen hier.
Om 13:45:30 is het mijn beurt om te starten. N. start anderhalve minuut na mij en tussen ons in zitten een vervaarlijk uitziend stel, vader en dochter, denk ik, met alles er op en aan. Die ga ik niet achter me houden vrees ik. Is ook niet de bedoeling vandaag. Mijn “plan” is, proberen boven de 37,5km/uur gemiddeld te rijden of onder de 45 minuten. Ik vlieg het startpodium af en trek mezelf op gang. In de eerste 500 meter kan ik driemaal opschakelen naar 52x14. Dat zal hem moeten zijn voor de heenweg. Oja, ik heb vandaag nul parkoers kennis, behalve een tripje met google maps. Voor het keerpunt heb ik een drinkgel in gedachten en voor de rest mijn Aero bidon. Na tien minuten hoor ik het gezoem van een dicht achterwiel naderbij komen. Wie zal het zijn de dochter, die na mijn gestart is of de vader? Het is de dochter, in het roze met wit, ze rijdt me gestaagd voorbij. Ik probeer een paar minuten in haar zog mee te rijden, maar ik mag mezelf niet opblazen, dus moet haar laten lopen. De vraag is nu, wanneer haalt haar vader me in? Hem zie ik pas bij het keerpunt. Als ik de 180 graden draai maak zit hij 100 meter achter me. Goed dan nu even drinken, hem voorbij laten komen en achter hem aan rijden. Uiteraard is het verboden om in het wiel te gaan zitten. Als hij me na een kilometer van het keerpunt voorbij komt, blijf ik op een meter of drie schuin achter hem rijden. Tijd voor de gel. Op het moment dat hij wat verzwakt, rij ik hem voorbij. Hij blijft een paar meter achter mij rijden. Juist even elkaar helpen binnen de grenzen van het toelaatbare vandaag.
We wisselen nog tweemaal stuivertje. Ik moedig N. nog aan, maar die trek een vies gezicht. Zij moet nog naar het keerpunt en is in gevecht met zichzelf. Daar draait het hier om. Een gevecht met jezelf. Alles doet “pijn” en een stem in je hoofd roept: “kappen nu, het is mooi geweest!” Maar het is pas op de streep gedaan, dus we harken gewoon door.

We worden nu beide ingehaald door een renner in een strak tempo. Een tempo dat duidelijk te hoog is voor mij. Mijn tijdelijke metgezel volgt wel het aangeboden wiel, maar moet het na een kleine 200 meter ook laten lopen. Nu heb ik een mooi mikpunt. Kilometer 20 is gepasseerd en ik ben helemaal leeg. Ik kan het tempo niet meer hoog houden en het zakt naar onder de 35km/uur. Ik probeer de laatste 8 km met korte tempoversnellingen mijn gemiddelde omhoog te brengen. Eindelijk zie ik het start en finish dorp aan de horizon verschijnen. Nog een klein stukje, rammen nu, gaan! Er zijn twee stemmen nu in mijn hoofd. De een wil héél graag stoppen en de ander wil o zo graag harder. De laatste 200 meter sprint ik nog zo hard als ik kan. Mijn Garmin vertelt me dat ik mijn doel niet gehaald heb. Geen top 25 klassering. Ik moet uiteindelijk genoegen nemen met een 33ste plaats in de leeftijdscategorie 50+, 0:46:24, 36,85km/uur gemiddeld.

N. wordt 9de bij de dames 35+, 0:49:09, 34,79km/uur gemiddeld. Het is natuurlijk allemaal niet slecht en het is pas onze tweede officiële tijdrit, alleen hadden we er toch wat meer van verwacht.
Op de keper beschouwt, is het een hele mooie dag. We zijn bijna niet nat geworden, twee mooie overtochten met het veer en een fijne leerzame rit langs de Waddenzee. Ik kom wel voor minder mijn bed uit.

dinsdag 3 september 2013

Henk Lubberding Classic 2013

6u00 gaat de wekker. Vandaag rij ik de HLC in ’s Heerenberg in de Achterhoek, tegen de Duitse grens. Met moeite kom ik op gang. Ik heb alles klaar staan. Tas met fietsspullen, tas met eten en een koelbox met drinken. Racefietsje staat te wachten in de garage, samen met een reserve set wielen en de pomp. Voordat alles in de auto van N. geladen kan worden, moet er eerst ontbeten worden. Ik ga vandaag voor een beproefd recept, nl. het onvolprezen Expeditie Ontbijt. Een kant-en-klaar ontbijt, behoeft alleen kokend water en acht minuutjes wellen in de verpakking. Daarna is het smullen geblazen. Een soort stevige havermoutpap met vruchten, goed voor 1200 calorieën. Het is eigenlijk voor twee personen, maar ik schrans bijna alles alleen op. Uit buiken doen we in de auto. Als alles in de wagen is gekieperd, kunnen we vertrekken richting het oosten. Onder het genot van groene thee en koffie rijden we, al kletsend, in een ruk naar onze eindbestemming.

Het deelnemersveld voor deze cyclosportive is maximaal 600. Een aantal, dat bij lange na niet wordt gehaald vandaag, slecht 300 man (en 11 vrouwen) weten de weg naar de startlijn te vinden. Met politie escorte voor en achter (18 motoragenten en een auto) rijden we de eerste 90km als gesloten peloton, maar op de dijk bij Lobith gaan alle remmen los en is het ieder voor zich naar de eindstreep een kleine 30 km verderop in ’s Heerenberg. Onderweg doen we de Posbank, Zijpenberg, Emmapyramide, de Elterberg en tweemaal ’t Peeske. De laatste een lokale klim aan het einde van de koers.
Er is geen verzorging onderweg. Alles moet in een keer mee. Ik rij met twee 750ml bidons op de fiets en een 500ml bidon op mijn rug, twee gels en vier reepjes, daar zullen we het mee moeten doen voor de komende 4 uur. Henk houdt een praatje vooraf, op zijn eigen ludieke wijze. Veiligheid staat voor op. Ik ben benieuw, want ik zie een groot aantal broeders, dat niet gewend is om in een gesloten peloton te rijden. In de eerste 10 meter ligt er al direct zo’n pannenkoek op zijn gat. Dat belooft wat voor vandaag. En gelukkig is er na zeven en een halve minuut de eerste klapband van de dag. Kan maar vast gebeurd zijn. Geen nood, want er rijden materiaalwagens mee met reserve wielen zolang de voorraad strekt. Het is nog niet echt warm en van net onder de 30km/uur rijden wordt het niet veel beter. Na 10km moet ik al langs de kant voor een plaspauze. Hup, hup, rap gepiest, want de koers gaat door. Voordeel is wel, dat het terugrijden tussen de auto’s naar de staart van het peloton enige vorm van zweet opwekt. Eindelijk een beetje warm gereden. De eerste drie uurtjes worden gekenmerkt door eten, drinken en plassen. Mijn laatste plas stop is na de Posbank boven op de Zijpenberg. Hierdoor kan ik tussen de auto’s afdalen en zo op het gemak en zonder veel inspanning terug in het peloton komen voor de beklimming van de Emmapyramide. Voorbij Zevenaar wil ik eigenlijk nog wel een keer naar de kant, maar het gaat wat rapper nu. Lobith komt in zicht, alwaar de koers wordt vrijgegeven op de dijk. Ik waarschuw N. dat ik een eindje naar voor rij om nog een laatste keer te gaan plassen. Voor ik goed en wel voorbij het midden ben opgeschoven, zie ik de koersdirectie auto naar links draaien en zich rap uit de voeten maken. Alle renners komen uit het zadel en het spel is op de wagen. Dan maar niet plassen. Ketting op het grote blad en gaan!

Ik lig nog niet goed en wel op stoom of alles gaat in de remmen. Ik zie links en rechts renners van het talud kukelen en het gekraak van carbon en gekras van metaal vult de lucht. Mega valpartij en ik zit er vlak achter en de hele weg is geblokkeerd. Het duurt even voordat ik er langs ben en in de verte zie ik de eerste honderd man van me wegrijden. Daar gaat een goede klassering. Geen top 100. Niet getreurd, het kan altijd erger, ik had er tussen kunnen liggen. Ik trek mezelf weer op gang en vindt aansluiting bij een paar man voor me. Langzaam beginnen we renners op te rapen en ons groepje groeit. Richting Elten gaat het nu. We moeten de Elterberg over. Ik besluit niet meer terug te schakelen naar het kleine blad. 50x21 en naar boven rammen. Kan nooit lang duren, toch?! De groep breekt in stukken en ik blijf voor in omhoog rijden. De teller blijft boven de 20km/uur, dus dat is een goed teken. Bovenop de heuvel even op adem komen en in de afzink een gel erin. Ik heb nog een gel, een reep en een half gevulde bidon. Dat zit dus ook snor. Bij Beek draaien we het plaatselijke rondje van 14 km op. Direct de klim ’t Peeske voor kiezen. Ik blijf op het grote blad en leidt de groep omhoog. Strak tempo en maar duwen. Geen tekenen van kramp of verzuring. Het gaat echt lekker! We rijden naar de finishlijn voor de bel voor de laatste ronde. Even onthouden hier, een Eneco boog, daarna een bocht met een putdeksel in het midden en dan rechtdoor omhoog naar de finish. Het maakt niet meer uit op welke plaats we rijden in het grote geheel. Wij zijn nu onze eigen kopgroep en we sprinten voor de “overwinning”. Niemand van onze groep die het uitspreekt, maar de lichaamstaal van elk van ons spreekt boekdelen.

Het is nu vrij simpel, van ’s Heerenberg naar Zeddam en van Zeddam naar Beek. De hele weg is voor ons. Een van de motars rijdt 100 meter voor ons uit. Het enige wat mist is het ronken van de helikopter boven ons hoofd. Ik kom niet meer op kop. En kijk nog eens naar de groep. Ik ben duidelijk de oudste van het stel. Nummer 132 en 112 maken de beste indruk. Na Beek voor de tweede maal ’t Peeske op. Ik probeer in vierde positie te blijven en doe geen trap te veel meer. We zijn er bijna. Voor de Eneco boog word ik nog door twee man aan de binnenzijde gepasseerd. Maar ik heb mijn plan al klaar. Het is vol de bocht naar links in, om de put heen en dan direct op de pedalen en naar links doortrekken. Ze blijven allemaal op rechts hangen en zien me gaan. Te laat mannen! Alleen nr. 132 komt nog aan mijn achterwiel, maar ruim voor de streep kan ik al een vuistje ballen. Ik win onze eigen wedstrijd.
 
Uit eindelijk ben ik 151ste overall, 148ste bij de mannen en 19de bij de 50+.

N. komt een paar minuten na mij over de streep als 5de dame.

We zijn nog redelijk fit. Zeker gezien het feit, dat dit mijn eerste keer van het jaar is, dat ik een rit van meer dan 100 km rij. Nu herstellen en dan zaterdag het NK tijdrijden op Texel. Appeltje, eitje!

 

donderdag 29 augustus 2013

Eeuwig koersen

Er zijn van die avonden, waarop je alles kan vergeten, zodra je op de fiets stapt en als je eenmaal aan het trappen bent, je nooit meer wilt stoppen. Voor altijd en eeuwig fietsen naar de verstilde horizon.

De avond van de 3e nazomerwedstrijd van de Trappist was zo’n avond. Er heerste een gemoedelijke sfeer, de jury was terug van vakantie. Je voelde dat het goed was. Het weer was ook bijzonder aangenaam. Een beetje wind uit een noordelijke hoek met een aangename temperatuur. Gewoon ideaal koersweer.
Het feit, dat er maar liefst drie dames aan de start stonden bij de B-groep, is tekenend voor de sfeer. We vertrokken met goede zin en een gezapig tempo. Dat laatst duurde niet te lang.

Voordat je er erg in hebt gaat het tempo de lucht in en heb je koers. Er zijn als vanouds diverse uitlooppogingen, maar ze strandden allemaal. Het valt bij vlagen voldoende stil, zodat iedereen in staat is het tot een goed einde te brengen. Ik kom er niet echt toe aan een flink ontsnapping op touw te zetten. De dames roeren zich in de debatten en twee van hen zitten mee in een ontsnapping van vier, die enkele rondjes stand houdt. Ik probeer aan de kop van het peloton het tempo te drukken, zodat ze een tijdje weg kunnen blijven. Het komt uiteindelijk allemaal weer aan op een massasprint.
Arme jury.

Ik zie vanuit mijn ooghoek de A-groep in de laatste ronde behoorlijk dicht naderen. Die hebben dus lekker doorgereden. Ik kies een wiel waarvan ik verwacht, dat het me ver zal brengen in de sprint, maar bij het uitkomen van de laatste bocht blijkt dit een misrekening te zijn. Ik spring direct over naar het wiel van de winnaar van de laatste twee edities. We liggen bijna op volle snelheid als we aan de linkerzijde onze weg naar de streep zoeken. Ik zit links aan het wiel van mijn gangmaker en maak me klaar om er langs te jumpen. Maar ik raak toch opgesloten, want naast me rijdt al een renner. Hij wijkt niet van zijn lijn en ik zit al naast het achterwiel van de renner voor me en kan niet meer naar rechts. Contact is onvermijdelijk. Ik hou even in, balanseer en slechts een fractie van een seconde zijn we samen een, het volgende moment zijn we weer los. Mijn voorwiel is weer vrij van mijn gangmaker, ik kan wat naar rechts en maak mijn sprint af op twee fietslengten van de winnaar.
Ik had nog uren willen doorrijden op deze avond. Een koers die nooit eindigt, een Möbius loop, altijd maar door. Op een prachtige nazomeravond. Eeuwig koersen.

maandag 26 augustus 2013

Soms zit het mee, maar soms…

Nadat ik de week redelijk goed onder controle had, begon het donderdag toch uit de hand te lopen. Op zaterdag had ik de klimkoers van de Trappist in Beverwijk gepland. Ter voorbereiding van de Henk Lubberding Classic, maar ook om eens te zien of ik kracht genoeg had om een stempel te drukken bij de B-groep. Mens moet toch kunnen dromen.

Het begon met de APK keuring van de auto, mijn PT Cruiser, wat niet wilde vlotten. Chrysler doet altijd moeilijk over de onderdelen en de keurmeester had mijn zij knipperlichtjes afgekeurd. Die waren niet oranje genoeg meer. UV licht had de 12 jaar oude kapjes geheel ontkleurd. Tel daar bij op de late constatering van een defecte stabilisatiestang en je hebt een klein probleem. Dus donderdag aan het einde van de middag geen gekeurde auto. Nog geen probleem er is altijd de vrijdag nog. De geleverde zij knipperlichtjes bleken de verkeerden, een later model, te zijn. De auto zou pas aan het einde van de vrijdag klaar zijn. Ware het niet dat ik nog een late afspraak in Utrecht had, waardoor ik vrijdag de auto niet kon ophalen.

Alles kwam dus aan op een strakke planning op de zaterdag ochtend. Vanaf 10u00 was ik welkom in de garage. Kwart over negenen reed ik bij de bakker weg met brood voor het weekend in de rugzak. Met een bloedvaart door de stad op weg naar de beddenboer, alwaar ik een besteld kussen moest ophalen voor mijn vrouw. Dat lag al sinds dinsdag klaar en ik was nog niet in de gelegenheid geweest het op te halen. 9u30 gaat hij open en ik was de eerste klant van de dag. Dus brood in de rugzak en kussen in doos op het stuur, volle kracht vooruit naar de garage. Even over tienen en al lekker warm gereden kwam ik aan bij de garage. Na het betalen van de rekening en het inladen van mijn fiets, snel richting huis. Dwars door de stad met je auto op zaterdagmorgen…kan even duren. Toch nog een stop gemaakt om wat energie repen en gels te halen bij de outdoor winkel.



Kortom, om 11u30 reed ik weer van huis op de fiets richting Beverwijk. Ik wilde niet het risico lopen met de auto vast te komen staan (strandverkeer en de Bazaar in Beverwijk) en op de fiets naar de koers, dan ben je al vast lekker ingereden. Alles liep nog enigszins op rolletjes, tot ik bij de pont in IJmuiden aankwam. Het veer voer voor mijn neus weg… Op zich geen probleem, want ik had nog een kwartier speling. Maar zowel links als recht op het kanaal kwamen zeeschepen aan en met lede ogen moest ik toezien hoe de pont netjes voorrang verleende. En het duurde en duurde maar, terwijl de minuten wegtikten. En op een gegeven moment weet je, dit gaan we niet meer redden.

Eenmaal aan de overkant van het kanaal volgde er nog een dollemansrit door Velsen Noord en Beverwijk, maar het mocht niet meer baten. Bij aankomst op het parkoers, draaide de B-groep al hun eerste rondjes. Alles naar de vaantjes! Vooral als je het bijna voltallige peloton ziet af sprinten om de zege. Hier hadden mogelijkheden gelegen.

Er zat niets anders op dan te starten bij de A-groep om 14u15. Wetend dat deze mannen te hard zullen gaan voor mij, koester je toch de hoop dat je bij kunt blijven. Maar de juiste moraal is niet meer aanwezig. Ik rij vanaf het startschot in laatste positie en het kost me te veel krachten om aan te haken. Ik probeer onder mijn omslagpunt te blijven, maar elke doorkomst heuvel op wordt het minder en minder. Na een uurtje ben ik er klaar mee. Ik ben dan al een keer of twee gedubbeld op deze korte omloop, slecht 1300 meter gemengd klinkers en asfalt met een mooie bult, en heb niet meer de moraal om uit te rijden. Ik had niet gerekend op een latere start, waardoor de energie voorraad (lunch) niet voldoende was. En een uurtje langs de kant staan, helpt ook niet mee.

Eigenlijk had ik zaterdag letterlijk en figuurlijk de boot gemist. Soms zit het mee en soms zit het tegen.

woensdag 21 augustus 2013

Doorkijk broeken, zweet shirts en vieze fietsen

Nu de zomer op zijn eind loopt en de duisternis elke dag een beetje eerder valt, moet me een ding van het hart. De hele zomer heb ik mij er weer over verbaasd. Mannen met doorkijk wielerbroeken. Je haalt ze in of wordt ingehaald, iets wat steeds minder gebeurd, en direct wordt je blik gevangen door het achterwerk van een dergelijk renner. Letterlijk, want de bedekkende stof van de broek is boven het zitvlak is in de loop der tijden in zijn geheel verdwenen. Wat rest is het gaaswerk, ik noem het vitrage, van de broek. Met de juiste lichtinval wordt alles erg transparant en word je ongevraagd getrakteerd op een onbedoeld uitzicht. Te minste, daar gaan we dan maar vanuit, dat het allemaal onbedoeld is. Gelukkig heb ik voor het scherp zien binnen een straal van 1,50 meter een bril nodig, maar toch, mijn verbeeldingskracht vult de rest direct aan. Echt fris is het niet en het is zeker niet gesoigneerd. Kijken deze renners niet in de spiegel thuis of hebben ze geen partner, die een waarschuwend woord spreek over de onbedekte achterkant? “Zeg, Henk moet jij niet eens een nieuwe koersbroek?” Henk blij, want hij mag wat nieuws kopen. Wij blij, want Henk bips is voortaan weer privé terrein. En Henk, wel graag een geheel zwart, als het kan van een degelijke kwaliteit.

een beetje extra dekking kan geen kwaad
 
Het is mij echter nog iets opgevallen aan deze mannen. Het blijft niet bij een doorkijk broek. Veelal ruik je deze fietsers al op enige afstand. Zuur, oud zweet. De kleding is al in tijden niet gewassen. Het is me al eens gebeurd in een koers, dat ik van lieverlee ben gedemarreerd om aan de lucht te ontkomen. En geloof me, mijn reuk orgaan ruikt nog niet de helft van het uwe. Mijn KNO arts doet zijn best, maar er zit nog niet echt verbetering in.  De zoutafzetting op de ruggen van de mannen is behoorlijk. Vooral goed zichtbaar als er donkere kleding wordt gedragen. Van de kleding kan men soep koken en een flink zoute variant.

En, hoe kan het ook anders, de fiets is vaak al tijden niet gereinigd. Soms hangen er hele kluiten aan het frame, zwartgrijze smurrie rond de remmen en een ketting vol met bagger. Ach en wee! Dit rijwiel wordt na elke rondrit zonder omkijken de schuur ingejaagd. Geen doekje langs de ketting, geen verse olie, niets van dat alles. Te treurig voor woorden en het riekt naar mishandeling.

Ziet u zo’n iemand al bij de fietsenspecialist binnen komen. De winkel deur gaat open en een zure walm drijft de zaak binnen. Zonder hem te zien, weet het personeel al, Henk is binnen.  Met zijn besmeurde fiets aan de hand loopt hij de winkel door. “Je mot effe kijken naar mijn apparaat, want hij schakelt slecht.” Gelijk bukt hij voorover om het euvel bij de achter derailleur aan te wijzen. Geheid dat deze fietsenmaker de lunch overslaat die dag.

vrijdag 16 augustus 2013

Lakeland Monster Miles

Na de 3 Peaks Cyclocross Race in 2011 was ik wel even klaar met “lange afstand” crossen. Dat kwam vooral door de lange loop gedeelten, waar ik me op verkeken had. Bij de Lakeland Monster Miles is de belofte gedaan, door de organisatie, dat de gehele 100 km fietsend kan worden afgelegd. Daar vertrouwen we dan maar op. Het is geen race, maar een tocht met tijdmeting over 46% off road en 54% paved in het Lakedistrict van Engeland. Bekendste meer in de buurt, Lake Windemere.



De sfeer impressie van wat er valt te verwachten ziet er goed uit, maar geheel opgenomen in het koude natte voorjaar. Ik hoop toch meer op een Indian Summer op zondag 6 oktober a.s. Wellicht zijn de weergoden met mij. Hoe dan ook, het wordt een leuke onderneming. We varen van IJmuiden naar NewCastle en rijden vandaar uit naar Ambleside, waar we een huis hebben afgehuurd voor het weekend. De start en finish liggen ongeveer 30 minuten rijden met de auto van “ons” Gate house in Keswick.
Ik rij de tocht op mijn Specialized S-Works Tricross, maar je mag ook met een MTB aan de start verschijnen. Alle andere rijwiel variaties zijn niet toegestaan. De enige vraag aan mezelf is: “wat voor richttijd neem ik voor deze tocht?” Ik denk tussen de vier en de vijf uur fietsen, maar ik heb er wel vaker naast gezeten. En er is (nog) geen profielkaart van de rit en de Engelsen kennende zal dat er ook niet komen. Google maps geeft een aardige indicatie, maar geen stijgings- en dalingspercentages. Het zal dus volledig op gevoel moet. Het is de eerste maal dat deze tocht verreden wordt, dus er is ook geen houvast aan tijden uit vervlogen jaren. Misschien dat er nog een gpx.file opduikt op internet, maar ik reken daar maar niet op. Ik rijd met mijn Garmin, zodat we achteraf kunnen zien waar we geweest zijn en hoe zwaar het eigenlijk wel niet was.

Wellicht kunnen we dan de woorden “episch” en “heroïsch” weer eens gebruiken.