Posts tonen met het label Bike Sportive. Alle posts tonen
Posts tonen met het label Bike Sportive. Alle posts tonen

woensdag 29 juni 2016

Hel van Ede – Wageningen 55km MTB (op de cyclocrosser)

Om de zinnen eens te verzetten hadden we het plan opgevat om onze stuurvaardigheden eens bij te spijkeren om een fijne bosgrond. Naast de Jan Jansen Classic kun je tegenwoordig ook off road terecht in Wageningen. Onder de noemer de Hel van Ede-Wageningen kun je 55km of 95km off road aan de bak met zeer weinig asfalt. Ons leek het leuk om dit op de CX te doen en een mailtje naar de organisatie was voldoende om ons over de streep te trekken. Om het niet te gek te maken, we zijn beiden nog herstellende, besloten we de 55km te rijden.

Om niet midden in de nacht het bed te moeten verlaten voor een rondje crossen, besloten we een hotelovernachting in Wolfheze te boeken. En met een verlenging van de uitcheck tijd tot 17u00 hadden we gelijk een douche gelegenheid na afloop.

Desalniettemin moet je toch vroeg opstaan om op tijd, tussen 7u00 en 9u00, te kunnen vertrekken. De stuurbordjes moesten ook nog opgehaald worden. De organisatie in Wageningen is altijd perfect geregeld, dus binnen no time geparkeerd, bordjes gehaald en op weg voor 55km bos plezier.

Ondanks de overvloedige regen van de afgelopen weken lag het parkoers er erg goed bij en waren er verbazingwekkend weinig grote plassen. Met 3 bar in onze smalle bandjes was het zeer goed te doen en konden we de harde wortels en stronken goed opvangen zonder echt kans op lekke banden. We hadden tot aan de eerste verzorgingspost een lekker tempo te pakken. Ik had gerekend op een gemiddelde van rond de 15km/u, maar we haalden de 17,5km/u zonder ons over de kop te rijden. Harder hoefde niet, het was immers een prestatietocht en geen wedstrijd. Het was heerlijk technisch rijden en zo af en toe het gas erop bij een fijne fietstemperatuur.



Bij de verzorgingspost, De Ginkel na 31km, was tevens de splitsing tussen de 55km en 95km. De 95km kwam hier later terug. Zij reden een 8 met als verste punt Lunteren alwaar de tweede verzorgingspost was ingericht. Na een paar bekertjes Power drink en een lekkere muesli bol vervolgende we onze weg. Nog maar 24km te gaan.

Ik had gelezen in de verslagen van eerdere jaren dat op de 95km de meest technische moeilijke stukken zaten en dat die de 55km bespaart bleven. Toch vond ik dit tweede deel best pittig met flinke afdalingen en dito klimmetjes. Ik was blij dat we niet voor de 95km waren gegaan, want de rug begon het allemaal maar vervelend te vinden. We werden wel, als een van de weinige op CX fietsjes, door menig een bewonderd toegesproken. Stoer was hier het meest gebruikte woord. Op vragen of het niet zwaar was zo zonder enige vering kon ik alleen maar beamen dat mijn nieren ondertussen ergens tussen mijn schouderbladen zaten.

Er waren een paar dingen die ons op vielen tijdens dit tweede deel, een was het aantal deelnemers en hun kwaliteiten (geen pannenkoeken) en twee was dat we de 55km waren gepasseerd zonder te finishen. Op kilometer 60 kwam de aap uit de mouw. We rolden het bos uit bij verzorgingspost twee, Pannenkoeken Restaurant Lunteren! Ai, we waren dus bij post een verkeerd afgeslagen en op de 95km tocht beland. Aangezien beide routes met de zelfde kleur bordjes uitstekend waren uitgepijld, kwam we nu pas achter onze vergissing. Dat is het nadeel als je voor bijna de hele route door het bos en heidelandschap rijdt, geen enkel oriëntatie punt waarvan je kunt zeg: “we zitten hier niet goed”.



We hebben eerst een paar lekker muesli bollen naar binnen gewerkt en de waterkruiken gevuld. Ons beiden leek het niet verstandig, hoe graag we ook wilden, om de volledige 95km te rijden. Nog 35km crossen was een brug te ver op dit moment van herstel.
Dus op vage aanwijzing: “hier naar beneden en als maar rechtuit” zijn we over de weg terug gereden naar Wageningen. Vier en half uur na de start en met 77km op de teller stonden we weer bij de auto. De eerste druppels begonnen te vallen. Het bleek achteraf de juiste beslissing…

De enige spetters die we gevoeld hebben kwamen uit de warme douche in ons hotel. Alvorens op huis aan te gaan hebben we een bezoek gebracht aan Pannenkoeken restaurant De Tijd in Wolfheze, alwaar we totaal verzopen renners vanachter onze pannenkoek voorbij zagen rijden. En smaken dat die pannenkoeken deden!

Volgend jaar maar de 95km tocht in zijn geheel rijden. Er moet wat te rijden/wensen overblijven.




woensdag 21 augustus 2013

Doorkijk broeken, zweet shirts en vieze fietsen

Nu de zomer op zijn eind loopt en de duisternis elke dag een beetje eerder valt, moet me een ding van het hart. De hele zomer heb ik mij er weer over verbaasd. Mannen met doorkijk wielerbroeken. Je haalt ze in of wordt ingehaald, iets wat steeds minder gebeurd, en direct wordt je blik gevangen door het achterwerk van een dergelijk renner. Letterlijk, want de bedekkende stof van de broek is boven het zitvlak is in de loop der tijden in zijn geheel verdwenen. Wat rest is het gaaswerk, ik noem het vitrage, van de broek. Met de juiste lichtinval wordt alles erg transparant en word je ongevraagd getrakteerd op een onbedoeld uitzicht. Te minste, daar gaan we dan maar vanuit, dat het allemaal onbedoeld is. Gelukkig heb ik voor het scherp zien binnen een straal van 1,50 meter een bril nodig, maar toch, mijn verbeeldingskracht vult de rest direct aan. Echt fris is het niet en het is zeker niet gesoigneerd. Kijken deze renners niet in de spiegel thuis of hebben ze geen partner, die een waarschuwend woord spreek over de onbedekte achterkant? “Zeg, Henk moet jij niet eens een nieuwe koersbroek?” Henk blij, want hij mag wat nieuws kopen. Wij blij, want Henk bips is voortaan weer privé terrein. En Henk, wel graag een geheel zwart, als het kan van een degelijke kwaliteit.

een beetje extra dekking kan geen kwaad
 
Het is mij echter nog iets opgevallen aan deze mannen. Het blijft niet bij een doorkijk broek. Veelal ruik je deze fietsers al op enige afstand. Zuur, oud zweet. De kleding is al in tijden niet gewassen. Het is me al eens gebeurd in een koers, dat ik van lieverlee ben gedemarreerd om aan de lucht te ontkomen. En geloof me, mijn reuk orgaan ruikt nog niet de helft van het uwe. Mijn KNO arts doet zijn best, maar er zit nog niet echt verbetering in.  De zoutafzetting op de ruggen van de mannen is behoorlijk. Vooral goed zichtbaar als er donkere kleding wordt gedragen. Van de kleding kan men soep koken en een flink zoute variant.

En, hoe kan het ook anders, de fiets is vaak al tijden niet gereinigd. Soms hangen er hele kluiten aan het frame, zwartgrijze smurrie rond de remmen en een ketting vol met bagger. Ach en wee! Dit rijwiel wordt na elke rondrit zonder omkijken de schuur ingejaagd. Geen doekje langs de ketting, geen verse olie, niets van dat alles. Te treurig voor woorden en het riekt naar mishandeling.

Ziet u zo’n iemand al bij de fietsenspecialist binnen komen. De winkel deur gaat open en een zure walm drijft de zaak binnen. Zonder hem te zien, weet het personeel al, Henk is binnen.  Met zijn besmeurde fiets aan de hand loopt hij de winkel door. “Je mot effe kijken naar mijn apparaat, want hij schakelt slecht.” Gelijk bukt hij voorover om het euvel bij de achter derailleur aan te wijzen. Geheid dat deze fietsenmaker de lunch overslaat die dag.

dinsdag 30 juli 2013

TT Bike deel 2

Eerste training op de tijdritfiets. Het begint allemaal met een juiste houding op de fiets. In de Specialized Concept Store Bike Sportive hadden we daar al behoorlijk aan gesleuteld. Zelf ben ik daarna enkele rondjes in mijn buurt gaan rijden om een betere houding/zitpositie te verkrijgen, tot dat het grotendeels naar mijn zin was. De echte test zou gisterenavond plaats vinden onder begeleiding van Tony B.

Ik had met Tony afgesproken bij Cruqiuis voor een half rondje Ringvaart om de techniek onder de knie te krijgen. Het is van mijn huis naar de Cruqiuis een kleine 10km stadsverkeer, het geen met een tijdritfiets geen sinecure is. De ligpositie op de fiets is niet aan te raden, want je geraakt nooit op tijd bij de remmen in een gevaarlijke situatie. Vanaf de Cruqiuis is het echter richting de Buitenkaag een redelijk opstoppingsvrij gebeuren, behoudens enkele bruggen en wegversmallingen. De wind staat behoorlijk hard schuin op de kop. Vandaag hoef ik gelukkig geen kopwerk te doen. Ik hoef alleen maar te volgen. Dat valt nog niet mee. Het perspectief van uit de armsteunen is anders dan vanaf een normaal racestuur. Ik zit een stuk dichterbij de voorrijder, maar minder strak aan het wiel. Tony rijdt met Sram S80 wielen die toch behoorlijk wind gevoelig zijn en hij wordt regelmatig opzij gedrukt door de wind. De eerste paar keren schrik hier van, maar dat is niet nodig. Er blijkt nog ruimte genoeg te zijn tussen onze wielen, ondanks het feit, dat ik, voor mijn gevoel, dicht tegen hem aan zit.

Vanaf de Buitenkaag is de wind in ons voordeel. Tony geeft aan, dat we gaan knallen! Hij schakelt naar zijn zwaarste verzet, 52x11, en begint te rammen. Ik schakel mee op, maar voel direct dat dit het niet gaat worden. Al snel zitten we hoog in de 40 en laag in de 50km/uur. Na een paar kilometer moet ik afhaken en waarschuw Tony. Ik geef aan dat 42-43km/uur te doen is en hij rijdt dit tempo van af dan vrij constant. Moped Tony! Samen racen we alles en iedereen voorbij. Voordat ik het in de gaten heb, arriveren we bij de brug van Aalsmeer. Job done!

We rijden terug Hoofddorp in. Ik heb nagenoeg geen last van de andere houding op de fiets, alleen het ronddraaien van de 52x12 (52x11 kreeg ik echt niet rond!) voel ik wel in de beentjes. Ik neem afscheid van Tony (woonplaats Hoofddorp) en rij verder naar de Cruqiuis. Aangezien de wind mee staat langs de Ringvaart, waag ik het erop en rij helemaal door tot Zwanenburg om daar de brug over te steken. De weg naar huis is weliswaar met wind tegen, maar nog goed te doen. Het enige waar ik echt last van heb is het schuren van mijn broek. Ik heb onderweg gemerkt, dat een minimale zeem voldoende en beter is dan de zeem in de broek die ik nu draag. En dus heb ik een beetje schrale liezen. Rustig uitrijdend fiets ik de straat in met ruim 70km op de teller en dat voor de eerste keer op een tijdrit fiets! De kop is er duidelijk af. Call me crazy!

Ik heb uiteraard nog niet vol gas een afstand afgejakkerd om een prestatie neer te zetten, maar ik moet zeggen, dit tijdrijden smaakt naar meer. Geen verkeerde beslissing om er speciaal een fiets voor aan te schaffen. Hier gaan we nog veel plezier aan beleven. Eens zien waar ik binnenkort aan de start kan verschijnen.

maandag 29 juli 2013

TT Bike

Anders dan de titel doet vermoeden, gaat het hier niet om een 1000cc zware motor, maar een 8kg wegende instapmodel tijdritfiets. Het is mijn eerste TTB ( lees Tijdritfiets) ooit en ik heb geen idee of ik dit leuk ga vinden. De individuele tijdrit en ploegentijdrit in Vijfhuizen smaakte naar meer, vandaar deze onlogische stap. Net zo makkelijk had ik op mijn racefiets verder kunnen experimenteren, maar wat is daar de lol van. Voor een leuke prijs kon ik deze Specialized Shiv Elite aanschaffen bij Bike Sportive in Haarlem. Een Specialized Concept Store bij mij bijna om de hoek, altijd fijn voor een Specialized adept zoals ik. Het is weliswaar geen hightech carbon jongen, maar een fijne strakke aluminium racer. Wel heb ik direct de wielen vervangen door een set Sram S30 race wielen. Dat scheelt al gauw 500 gram op het totaal gewicht. Tevens heb ik de no name remhoeven uitgeruild voor een set betrouwbare Sram Rival remmetjes. Niet dat het de bedoeling is, dat je veel remt tijdens een tijdrit, maar als je dan toch moet remmen, graag met een set stevige exemplaren. Het enige waar ik nog niet uit ben, is het vervangen van de aluminium crankset voor een carbon variant. Aangezien de portemonnee nu een beetje leeg is, wacht ik daar nog even mee.


Dan zijn er nog twee zaken die in de nabije toekomst beslist moeten worden. De eerste is de aanschaf van een snelpak (lees broek en shirt uit een stuk). Op zich geen moeilijke beslissing. Het komt de aerodynamica ten goede en het staat snel, althans dat hoop ik dan maar. Meer moeite heb ik met de tweede beslissing, nl. wel of geen punt helm. Ik heb daar toch wat esthetische problemen mee. Volgens Tony is een dergelijk hoofddeksel een must, maar ik weet het zonet nog niet. Ook hier geldt dat het de aerodynamica verbetert. Toch zie ik mezelf er niet mee rondfietsen, laat staan rondlopen. Geen gezicht. Dus voorlopig maar even met de gewone helm mijn kunsten vertonen. Die punthelmen kosten ook nog eens niet niks. En als er dan toch een komt, moet het wel een mooie zijn en die is dan weer de duurste die ik uit kan kiezen. Ik ken mezelf en de handel. Bij Bike Sportive staan ze nu al handen wrijven op me te wachten.

Dat het anders reageert en beweegt dan een racefiets moge duidelijk zijn. De positie op de fiets is niet te vergelijken. Dat zal enige gewenning vergen. Menig trainingsuurtje zal worden besteed aan de juiste houding vinden. Tony B. gaat me helpen.

Voor als nog vanavond de eerste training onder het wakend oog van Tony langs de Ringvaart. Misschien moet ik ook maar vast een afspraak met de fysiotherapeut maken voor morgen.
(wordt vervolgd)

vrijdag 26 juli 2013

FC Trappist

Zoals ik aan het einde van het vorige bericht al meldde, waren we, N. en ik, uitgenodigd om op de woensdagavond een wedstrijdje bij de Trappist te komen rijden. Vol verwachting klopt ons wielerhart. Zijn we laatst tijdens een clubwedstrijd van HSV De Kampioen helemaal zoek gereden op het parkoers van de Wheeler Planet, nu zou dat anders gaan was ons beloofd. We mogen als introducé meerijden met de B-groep. De Trappist rijdt met een A-groep, de snelle mannen, en een B-groep, de bijna even snelle mannen en vrouwen. Voor 5 euro krijg je een rugnummer en drie kwartier en 3 ronden fietsplezier, aldus was ons voorgespiegeld. De B-groep bestaat uit ca. 30 man en twee vrouwen en wordt na de A-groep weggeschoten. Inderdaad is het tempo voor ons goed te doen. Ik hang een beetje achteraan om de kat uit de boom te kijken, maar N. zet zich midden in het pelotonnetje in de buurt van de andere dame. Ze gaat duidelijk voor een eindplaats vóór de dame in kwestie. Hoezo dames zijn niet zo competitief ingesteld?!

Het koers verloop is vrij gemakkelijk te volgen. Er wordt lekker vaak gedemarreerd en elke vluchtpoging wordt binnen de kortste keren teniet gedaan. Aan het einde test ikzelf nog even de benen en spring naar een drietal ontsnapte renners toe. Lange Jan zit in mijn wiel en heeft de adem om mijn laatste bocht stuurmanskunst te bekritiseren. Ik weet het, mijn bochtenwerk op snelheid is nog wat roestig. Na ons sluit een halve ronde later het peloton aan en maken we ons op voor de massa sprint. Helaas zit in aan de verkeerde zijde van het wiel van N., die vervolgens vergeet uit te sturen naar links waar de ruimte ligt op het laatste rechte eind. Ik kan niet voluit de sprint inzetten, want in het midden is geen ruimte en om nu als introducé direct kamikaze gedrag te vertonen. Ik laat het lopen om ergens op plek tien de finishlijn te passeren. Al met al best lekker gereden. Mijn vormpeil stijgt en de lichamelijke gebreken nemen af. Lang leve de fysiotherapie. Een win win situatie zou ik zeggen.
Gezien de gemoedelijke sfeer voor, tijdens  en achteraf, besluiten N. en ik lid te worden van deze club fietsfanaten, zodat we de volgende keer voor slecht 3 euro fietsplezier kunnen beleven. Je zou kunnen zeggen: “De Trappist smaakt naar meer.”
 

maandag 8 juli 2013

Vormpeil veel belovend.


(met dank aan Dolly voor de mooie foto)
 
Nadat ik een bezoek aan de fysiotherapeut heb gebracht en hij mij heeft gemanipuleerd, is het weer een feest om te fietsen. Ik kan de pedalen weer strelen met het grootste gemak. Het werd dus tijd voor een test in een peloton. Het mooie weer was er debet aan, dat ik met vreugde op de fiets stapte om op Sloten een wedstrijd te gaan rijden. Samen met N. die niet te houden was om eens even aan de mannen te laten zien dat ze echt wel kan meekomen. Op de heenweg moesten we flink door trappen om op tijd te zijn voor de start. We kwamen met een kwartiertje speling aan. Even een rugnummer scoren (nr. 56), opspelden, beetje drinken, reepje eten en een rondje “warm” rijden.

Daar ging het even mis. Terwijl wij ons inrij rondje reden was het peloton al vertrokken. Oeps! Gelukkig is het bij dit soort wedstrijdjes geen punt om dan maar een rondje te wachten en aan te sluiten. Maar een vreemde gewaarwording is het wel. Als je de laatste bocht rond en je verwacht 100 renners te zien staan, maar niemand aantreft.

Dus pikte we de tweede ronde in midden van het peloton in. Het had dus duidelijk een voordeel opgeleverd. N. noemde het met recht een vliegende start. De grote groep renners genoot kennelijk van het weer en maakte in beginsel weinig aanstalten om direct de knuppel in het hoenderhok te smijten. Twee rondjes later was dit al verleden tijd en vlogen we laag over het parkoers. Ik kon me redelijk eenvoudig  voorin het peloton handhaven en in de buik van het peloton was het een eitje. Er waren de gebruikelijke ontsnappingspogingen die allemaal op niets uitliepen. Even dacht ik dat er een groepje vooruit was, maar dit bleek niet het geval te zijn. Na een uurtje koers kwam ik toch in de verleiding om met een paar man mee te springen, op weg naar een eerder ontsnapte groep. Helaas wilden/konden we de kloof niet dichten. De hartslag ging in de max en dat wilde ik graag voorkomen. Niet op de eerste de beste gelegenheid alles weer in de prak rijden. Heel houden was het devies. Ik liet ze lopen en werd weer opgeraapt door het peloton.

Tijdens de koers had ik N. al een paar keer voorbij zien schuiven. Ze rijdt steeds beter in een grote groep. Bleek N. onderweg  ook nog eens praktijkles gehad te hebben van een van de oude rotten in de groep, E. Hij had haar een aantal maal op de juiste plek in de groep gezet. Uit de wind en aan het wiel. Klinkt simpeler gezegd dan gedaan. Volgens mij is ze niet bang en geniet ze van de snelheid in de groep.

Ik wilde me de laatste ronde laten uitzakken om de kans op calamiteiten te voorkomen. Maar N. kwam aan de linkerzijde naar voren gereden. Tja, dus dan ook maar opschuiven. De sprint om de winst ging aan ons voorbij, want die vond plaats aan de kop en niet midden in het peloton waar wij vertoefden. In de laatste 500 meter passeerde we ruim twintig man om toch enigszins voorin te eindigen.

Met een voldaan gevoel konden we de terug reis aanvaarden, maar niet voordat we uitgenodigd werden om a.s. woensdag een wedstrijd te komen rijden bij de Trappist op de Wheeler Planet in Spaarnwoude. Volgens E. kunnen we daar ons in vorm rijden voor het komende cross seizoen.

Nu, met die vorm gaat het goed komen. We hadden na thuiskomst ruim 90km op de teller staan tegen een gemiddelde van 34km/uur. De vorm is here to stay!

dinsdag 25 juni 2013


Zorgelijk vormpeil

Met de vorm is het de laatste tijd niet best gesteld. Er is geen kracht in de benen te bespeuren, slechts leegte. Natuurlijk ben ik lekker aan het fietsen, maar echt eens flink doortrekken is er niet bij. Er zitten te weinig kilometers in de benen. De slechte weer in het voorjaar heeft niet bijgedragen tot een beter saldo aan kilometers. In vergelijking met andere jaren, lig ik ver achter wat dat betreft. Een deel van het mindere voorjaarsweer heb ik overgeslagen door op vakantie te gaan naar warmere oorden. Voordeel hiervan is dat het velletje een mooi bruin kleurtje heeft. Helaas, dat kleurtje bijhouden en verder uitbouwen gaat met het huidige weer niet lukken. De tijdrit en ploegentijdrit van een begin juni waren een goede graadmeter voor de vorm. Conclusie: de vorm is beneden peil.
 

Volgens mijn strava verbeter ik wel pr’s, maar alleen, omdat het kneiter hard waait, en met wind mee gaat het altijd als de brandweer. Geen goede graadmeter. Dus maar eens een wedstrijdje rijden op de club om te zien waar we staan. Met ruim honderd man (en enkele dames) aan het vertrek moet het toch mogelijk zijn je te verstoppen in het peloton en eens lekker te werken aan de broodnodige snelheid.

Nu, aan de snelheid moet inderdaad hoog nodig gewerkt worden. Het gaat direct super snel van af het startschot en de teller vliegt over de 50km/uur. Dit gaan we niet lang volhouden. De hartslag rijst de pan uit. Auw?! Na vijf rondjes geeft de rechterbilspier er de brui aan. Ik moet het peloton laten gaan. Ik kan geen kracht meer zetten met het rechter been. Balen.

Lekker dan, zo komt er niets van terecht van de plannen. Na een paar rondje rustig tempo rijden trekt de spanning uit de bilspier weg. Als het peloton weer langs komt sluit ik weer aan, maar bij tempo versnellingen wil het rechter been niet meer meewerken. Mijn fietsmaatje zegt dat ik “scheef” op de fiets zit. Drastische maatregelen dienen zich aan. Het wordt een gang naar de fysio. Die mag me eens fijn recht zetten.

Het ligt gelukkig niet aan het vormpeil. Die is best redelijk, maar er zit iets scheef in mijn bekken/onderrug. Komt allemaal weer goed met wat duw en trekwerk van de fysiotherapeut.

Als het weer nu ook beter wil worden met wat duw en trekwerk van een hogedruk gebied, wordt het vast nog een mooie fiets zomer!
Rork Steijn

vrijdag 7 juni 2013

Eigen Koers, Altijd Prijs


Eigen Koers, Altijd Prijs

(Omdat we voor de uitvoering van dit jaar geen sponsors konden vinden voor de Grote Prijs Hans van Steijn, even een terugblik op de vorige editie 23 juni 2012)
 
Afgelopen zaterdag (juni 2012) was het weer zover. Het jaarlijks terugkerende wielerfeestje van de familie. We hebben het hier niet over het NK, maar over een veel belangrijker evenement. Toen mijn vader, een aantal jaren geleden, 75 jaar werd, vroeg ik hem wat hij voor zijn verjaardag wilde hebben. Hij dacht even na, maar kon niets bedenken. Nieuwe fietscomputer? Mooi shirt? probeerde ik. Hij wist echter niets te verzinnen. Is er dan iets dat je nog eens graag wilt doen, probeerde ik. Hij fronste zijn wenkbrauwen. Weet je wat ik nog eens zou willen? Een koers rijden. Ja, dat zou ik nog eens willen doen. Een koers rijden. Daar had ik dus zelf om gevraagd. Er was geen weg meer terug. Beloofd is beloofd. Maar hoe organiseer je een koers op maat voor een 75-plusser?

 

Men huurt een wielerparkoers af inclusief geluidsinstallatie, juryhok met juryleden, kantine en kleedkamers en stuurt uitnodigingen aan familie, vrienden en bekenden, die in het bezit zijn van een racefiets. En voor je het weet sta je op een donderdagavond in augustus aan de streep van je eigen koers over 22 rondjes (70km) met mooie prijzen. De eerste 15 rondjes rijden we in gesloten peloton met een gangetje van rond de 30-35 km/u, zodat vaders het allemaal kan bijhouden. Hier en daar een beetje bijduwen, na de bocht, om de aansluiting niet te verliezen. En om het geheel niet beukend saai te laten worden, een paar tussensprints voor de onrustige renners onder ons. De laatste vijf rondjes mag er gas gegeven worden (of het gas erop) en is het werkelijk koers.

Zaterdag jl. was het de vierde maal in successie dat we de GP34HVS verreden en voor het eerst onder droge weersomstandigheden. GP staat voor Grote Prijs en 34 voor zijn geboortejaar, HVS zijn uiteraard zijn initialen. We hebben nu zelfs eigen shirts met het logo erop. Het is wielrennertje spelen voor gevorderden en dat maakt het leuk en amusant. Daarnaast is het voor menigeen een uitgelezen kans zich eens lekker te laten gaan op 3km asfalt zonder verkeer. Op zichzelf ook al een hele aparte ervaring. Geen medeweggebruikers die in de weg zitten.

Na de finish wordt het pas echt leuk, want in vijf rondjes hard fietsen gebeurd natuurlijk van alles. Van combines tot niet nagekomen afspraken, van flikken tot geflikt worden. Echt alles is aan bod gekomen, zoals het een koers betaamt. Daags nadien worden er nog vetes uitgevochten. Allemaal met een dikke glimlach om de mond. Met de grootste smile voor vaders.

Het meest spraakmakende onderdeel is de uitreiking van de prijzen. Want het lukt me altijd weer om mezelf, als organisator, een lelijke plastieke beker toe te wijzen. Tot grote hilariteit van de deelnemers/sters.

Ik haal slechts mijn schouders op. Hé, eigen koers, altijd prijs!
 

Rork Steijn

dinsdag 4 juni 2013

Ploegentijdrit met 4

Ploegentijdrit met 4

Waar het onzalige idee vandaan kwam valt niet meer te achterhalen, maar zondag stonden we zomaar op het startschavot van de Grote Prijs Vijfhuizen voor een ploegentijdrit van 10 km. N, C , R en ondergetekende hadden wel enkele trainingssessies achter de rug op dit onderdeel, waarin vooral de afspraken werden vastgelegd. Ikzelf zou de eerste 500 meter of zo voor mijn rekening nemen. Dat betrof het hele klinkergedeelte en twee bochten het dorp uit. Daarna zouden we, vanaf het asfalt gedeelte, gaan rouleren. Gelukkig scheen de zon, maar de wind speelde het voor elkaar, om over vrijwel het gehele parkoers, tegen te staan. ’s Morgen hadden N (bij de dames), R (bij de heren -45) en ik (heren +45) al een individuele tijdrit gereden over hetzelfde parkoers, dus van enige verrassing was geen sprake. Het was gewoon kolere zwaar! N was wel eventjes tweede geworden bij de dames. R en ik hadden af te rekenen met gasten op tijdritfietsen en Urbanus helmen.


We hadden afgesproken, dat N hoe dan ook niet op kop zou zitten bij de twee 180 graden bochten op het traject. Helaas, iets plannen geeft geen garantie voor een vlekkeloze uitvoering. Op N na, rijden we redelijke bochten, zij durft nog niet blind en zonder remmen een dergelijk bocht te nemen. Ik had zelfs mijn remmen opengezet om niet in de verleiding te komen als nog te gaan remmen. N neemt dus de eerste 180 bocht op kop en lekker breed, zodat de rest van ons binnendoor konden vliegen, waarna zij netjes achteraan kan aansluiten. Niet bedoeld en bedacht, maar het werkte uitstekend. Na 4 kilometer worden we ingehaald door fanatiek schreeuwden mannen op tijdritfietsen. We weten de verleiding te weer staan om in het tempo mee te gaan rijden en behoeden ons zelf zo voor een kill. We blijven in ons eigen tempo door trappen tot aan de terugkeer in Vijfhuizen. We moeten hier het dorp aan de andere zijde door, weer klinkers, om naar het volgende keerpunt te rijden. Het dorp door gaat prima. De twee bochten komen we zonder kleerscheuren door, zelfs onze formatie weten we intact te houden. De dip in de weg onder de viaduct van busbaan, gooit bijna roet in het eten. C zit nu tegen haar limiet, maar blijft meedraaien om het systeem niet te doorbreken. De tweede 180 graden bocht is een kopie van de eerste. N zit toch weer op kop, na een lange aflossing, een neemt de bocht ruim, zodat we er weer onder door duiken. Dan rest ons slechts nog een lang recht eind naar de streep met de tweede passage onder het busbaan viaduct door. Aangezien we met 4 moeten finishen en wel binnen 20 meter van elkaar, mogen we C niet te verliezen. C heeft niet de intentie om te lossen en bijt zich vast in het laatste wiel. De laatste 250 meter sprinten we met onze laatste krachten naar de finishlijn.

16 minuten en 3 seconden, net niet onder de 15 minuten. Het levert ons een 10de plaats en een kwalificatie voor de finale op 16 augustus in Sittard-Geleen (16km) tijdens de Eneco tour. Klein bijkomend probleem is wel dat C en R dan lekker op vakantie zijn.

We zijn wel de snelste van de mixed teams, helaas geen zelfstandig onderdeel van dit evenement. Eens zien of we de KNWU nog op andere gedachten kunnen krijgen voor 16 augustus.

 Rork Steijn

donderdag 30 mei 2013

Green Grass


Green Grass

What a lovely weather! I just can’t get enough of it. So warm, so sunny. This is beautiful!  Left my raincoat at home, pure luxury. Just one extra bidon filled with cool water and cycle into oblivion.

I ride through this Dutch landscape. Enjoying every sip of warm air. The green grass explodes out of the ground making it happen. Mower guys. Long green grass for them is like a scrape of red cloth is to a bull. These men on their big machines come out of their sheds. They like only short green grass. It’s what the love doing, cutting the grass. Flail mowers ride with pride. During my two hours ride I met 6 of those happy guys. But there is a down side to it. With the removal of the grass all kinds of little stuff is spread around, dust, sand, twigs, lots of grit and all other garbage that’s hiding in the long grass. All this is spewed around and when you pass the machine…

I cough.

I’m allergic for grass. Not the nose, throat or the longs kind, but on my skin. It itches and I want to scratch. But only no touching will help. The wind will blow it off. I hope.

No worry, I still enjoy myself immensely. A little grass will not get me down today. I repress the urge to start singing. Mentally I tell myself to focus. No joking around. Okay, just a bit of mooing and bleating at the beasties then.

A tail wind blows me on and on in a cocoon of warm air. I feel extremely lucky today. Tomorrow it probably will rain again.

Rork Steijn

woensdag 29 mei 2013

Groen Gras


Groen gras.

Wat een heerlijk weer! Ik kan er geen genoeg van krijgen. Zo warm en zonnig. Wat een verademing! Je regenjasje thuis laten, wat een luxe. Extra bidonnetje mee met koel water en eindeloos doorfietsen.

Toeren door het polderlandschap. Genieten van elke teug warme lucht. Overal schiet het groen uit de grond, en dan weet je het wel. Lang groen gras werkt als een rode lap op een stier voor de mannen van de groenvoorziening. Zij komen uit hun loodsen op ronkende grasmaaimachines. De mannen van het korte gras maaien dat het een lieve lust is. Tijdens een ritje van 2 uurtjes kom ik 6 gemotoriseerde maaimannen tegen. Grasmaaien is een ding, maar het stof, zand, steentjes, takjes en alles wat zich heeft opgehoopt in het lange gras van de bermen, vliegt je om de oren als je langs een maaimachine fietst.

Kuch.

Ik ben allergisch voor gras. Niet op de luchtwegen, maar op de huid. Ik voel het prikkelen en jeuken. Niet aanzitten en zeker niet wrijven. Het waait er vanzelf wel af.

Maar toch, ik geniet volop! Een beetje gras krijgt me niet uit mijn humeur vandaag. Ik onderdruk de neiging om te gaan zingen. “We zijn hier wel serieus aan het fietsen jongen!” Spreek ik mezelf vermanend toe. Blaten en loeien naar de beesten in de weide kan nog net.

Ik rij nu voor de wind over de polderdijk, omzoomd door warme lucht. Ik voel me opperbest. Morgen zal het wel weer regenen.

 

Rork Steijn

zondag 29 juli 2012

In stilte genieten.


Van de week met vaders een rondje gefietst. Hij wordt dit jaar 78 en zit al ruim 60 jaar op de fiets, maar hij voelt zich nog steeds 18 en gedraagt zich navenant. Een jonge god gevangen in een ouder wordend lichaam. Maar zolang het tempo niet teveel op en neer gaat, kan hij rustig boven de 30km gemiddeld aan het wiel rijden. Je moet hem lekker uit de wind houden, als een duur betaalde kopman. Soms is het stil achter me en moet ik even gluren of hij er nog is, maar meestal produceert hij lichaamseigen geluiden, zodat ik weet dat hij nog aan mijn wiel hangt. Naarmate we langer onderweg zijn, raakt hij beter op stoom. De inwendige kooltjes gaan dan gloeien en hij krijgt het op zijn heupen. Het jonge veulen in hem ontwaakt. Onverschrokken zet hij zich op kop en trekt strak door om even later, na de aflossing, de aansluiting bijna te missen. Ik geniet er in stilte van.

Hij denkt niet aan de aansluiting missen als hij de kop overneemt. Hij denkt aan koersen van weleer, aan Belgische kermisrondjes uit de jaren 50 en 60, aan wedstrijden van dorp naar dorp door het Vlaamse land. Hij ruikt de geur van massageolie, friet en bier. Hij rijdt op kop van het peloton, “d’Hollander”. Van maart tot oktober reed hij daar, kriskras door het Mekka van de wielersport. In zijn levensonderhoud voorziend met arbeid op het land, spaarcentjes en gewonnen wedstrijdpremies. Trainend en koersend met zijn Belgische kameraden tot in de eeuwigheid. Althans, totdat hij door ons wordt afgelost en benen moet maken om achter aan te sluiten. Hij geniet er in stilte van.

Soms haalt hij capriolen uit waar je hart van overslaat. Op een kruising steekt hij zomaar over terwijl de auto’s aan alle kanten voorbij razen en wij in de remmen knijpen. Je kunt het honderd keer zeggen, dat het gevaarlijk is, maar hij deed het vroeger ook zegt hij en het gaat best. Ja, vroeger, toen ze nog met paard en wagen reden zeker. Egeltje noemen we hem, want er komt een dag, dan is hij net zo plat.

Maar ik snap het wel. Hij wacht niet aan de overkant, hij trekt nog een keer flink door. In gedachten is hij ontsnapt aan het peloton. Nog eenmaal rijdt hij voor de eer en glorie. Solerend naar de overwinning. Hij hoort zijn naam zingen over de koersradio. Gaat hij het halen? Nee, helaas verstoren wij zijn fietsdagdroom en stuiven hem op hoge snelheid voorbij. Aan het einde van de weg wachten we op hem.

“Gaat het?” vraag ik.

“Jawel, maar weinig macht vandaag.” zegt hij en trekt er een grimas van een 78-jarige bij. We genieten er beide in stilte van.

zaterdag 23 juni 2012

Bijgeluiden


Het is fantastisch weer! Volop zon en warmte, zo zie ik het graag. Ik zoef over de polderwegen op vederlichte pedalen. Weg met de arm- en been stukken. Weg met regenjacks en windstoppers. Overschoen? Niet nodig. En zeker geen helm muts.
 
O, wat een zaligheid. Daar hebben we zolang op moeten wachten dit jaar. Natuurlijk waren er mooie dagen, maar nog niet zo mooi als nu. Ik fietsdroom over het asfalt.

Prrrrrrrr. Wat is dat? Plots hoor ik een geluid wat ik net kan thuisbrengen. Als ik mij er op concentreer is het weg. Vast niets. Ik glij weer in mijn gelukszône op weg naar niets. Puur fietsgenot.

Prrrrrrr. Hé, daar is het weer. Ik snap er niets van. Het is niet de ketting en ook niet een van de derailleurs. En nu hoor ik het niet meer. Ondertussen heb ik een voor me uitrijdende renner ingehaald en groet hem vriendelijk. We kijken elkaar even aan met een blik dat boekdelen spreekt. Super weer! Ik ga op koprijden, wat kan me gebeuren vandaag.

Prrrrrrrrrrrrrrr. Ergens diep onder mijn hersenpan word ik weer gewaar van het geluid. Maar voordat ik me er druk over kan gaan maken, komt de ingehaalde renner naast me rijden en kijkt me verbaasd aan.

“Sorry dat ik het zeg, maar u zit te spinnen als een poes”

Prrrrrrrr. Ja, dat is het. Ik zit te spinnen als een tevreden poes. Prrrrrrrrrrrrrrr….
 
 
Rork Steijn

vrijdag 25 mei 2012

Is hij het of is hij het niet?


Ik was vorige week zaterdag in Monaco tijdens de Historic Grand Prix 2012, niet zozeer voor de oude raceauto’s, maar het kwam toevallig zo uit. Om onze bestemming in Monaco te bereiken moeten mijn vrouw en ik een alternatief parcours afleggen. Het gehele stratencircuit is afgezet met hoge hekken voorzien van zeildoek om het zicht van de voorbijgangers af te houden van de races. Je kunt voor een klein bedrag op een tribune plaatsnemen, maar gratis kijken is uitgesloten. Terwijl we door het warme stadshart onze weg proberen te vinden, loop ik langs een jongeman achter de kinderwagen. Er flitst direct een naam door mijn hoofd. Gilbert!

Nonchalant loop ik een eindje door en stop voor een etalage met horloges die per stuk meer kosten dan mijn hele fietsenpark bij elkaar, maar dat heb je hier al snel. Mijn vrouw komt naast me staan en vraagt zich verbaasd af waar ik naar kijk. “Gilbert!” zeg ik op fluistertoon. “Wie?” “Gilbert! Daar, achter de kinderwagen!” “Gilbert?” “Jaha, Philippe Gilbert!” “Oh, weet je het zeker?”

Tja, weet ik het zeker? Hem herkennen in vol tenue met helm en bril, op de fiets in volle vlucht. Eitje. Zeker met zijn driekleur aan. Maar nu loopt er een mager mannetje achter een buggy langzaam op mij af. Strakke lange broek en dito strak blauw shirt aan. Een gewone jongeman met kind. Ik twijfel. Er zijn heel weinig aanknopingspunten. Hij loopt ons voorbij. “Ik denk dat het hem is” hoor ik mezelf zeggen. “Zal ik een foto van hem maken?” vraagt mijn vrouw. Ze heeft de halve wereld rondgetoerd met een band en is niet snel onder de indruk van VIPs in het wild.

Nee, stel dat ik me vergis. Sta ik mooi voor lul. Er stopt een Bentley naast Gilbert. Een matzwarte Bentley cabrio met een kale, ‘enge’ man en een te jonge blonde dame als bijrijdster. Zo’n auto voor erbij. Voor als je niet met de Lamborghini op pad wilt, maar toch een beetje knap voor de dag wilt komen.

Door de herrie van de rondracende oldtimers op het circuit achter ons hoor ik geen woord van het gesprekje dat op een tiental meters van me vandaan plaatsvindt. Mijn Frans is er trouwens te slecht voor. Ze schijnen elkaar te kennen en er wordt gelachen. We lopen weer door en langs Gilbert om op de hoek stil te staan en te doen alsof we op zoek zijn naar een geschikt restaurant voor de lunch.

Gilbert in Monaco. Hij is zich vast aan het voorbereiden op de rest van het seizoen. Een beetje rammen tegen de Col de la Madone, Lance’s favoriete trainingsklimmetje. Eens zien waar hij staat na het mindere voorseizoen. Of de beentjes het nog willen doen. De kale man doet heel joviaal. Ik heb geen idee wie hij is en mijn fantasie slaat op hol.

Het zal toch niet zijn geheime leverancier zijn? “Hé Philippe, nog wat nodig voor de Ronde van België? Ik heb nog een paar mooie spullen voor je. Kunnen ze nog niet zien bij de controles, topkwaliteit!”. “Nee, ik ben nog voorzien”.

Nee, ik wuif de gedachte weg. Gilbert is clean. Anders had hij wel beter gereden dit voorjaar.

Waar gaat het dan over? Het feestje van gisteren of morgenavond? De aanstaande Ronde van België? Of gewoon over koetjes en kalfjes?

Hoe langer ik hem gadesla, des te meer geloof ik dat het werkelijk Gilbert is. Maar hoe weet ik het zeker? Er zijn vast meer mannen met zo’n gezicht.

Uit de buggy wordt de speen weggeslingerd. De kleine raakt kennelijk verveeld. De jongeman bukt zich en ik weet het zeker. GILBERT!

“Weet je het al?” zegt mijn vrouw. “Foto maken?”

“Niet nodig” zeg ik. Het is Gilbert en hij is in heel goede doen! Want terwijl hij bukt, bollen zijn spieren onder de dunne stof van zijn slim fit broek. WOW! Legpower van het ergste soort.

Gilbert tilt de kleine uit het kleine wagentje in de grote wagen en klapt de buggy in. Die verdwijnt samen met Gilbert op de achterbank van de Bentley.

Daar gaat hij, Philippe Gilbert, aankomend winnaar van de Ronde van België en alle daarop volgende koersen…

 

Rork Steijn