vrijdag 27 juni 2014

Langste Dag Wedstrijd - FC Trappist


18-06-2014
2e zomerwedstrijd langste dagwedstrijd - categorie B

Mijn eerste langste dagwedstrijd bij de Trappist. Afgelopen zondag reed ik nog een Adventure Cyclocross over 95 km in Good Old England. (zie mijn blog) Deze kilometers zitten nog behoorlijk in de benen, vooral het na-ijleffect van de onverharde, 25%-plus klimmetjes doet mij het ergste vrezen. Aan de afstand zal het niet liggen vandaag, meer aan de bereidheid van de beentjes om er eens flink tegenaan te gaan. Tijdens de warming-up op weg naar het parkoers timmer ik een game plan in elkaar. Het eerste uur vooral rustig meerijden en je niet gek laten maken bij elke ontsnappingspoging. Daarna zien we wel hoe de vlag erbij hangt. Ik ben als een van de eersten op het parkoers en er schijnt een fijn zonnetje, reden te meer om op het bankje in de zon te gaan zitten en iedereen binnen te zien druppelen.

De koers. Twee tussensprints met punten en een eindsprint na vijf kwartier en drie ronden. Puntenkoers dus. Maakt niet uit, eerst maar eens zien hoe gemotiveerd iedereen is. Jan en Eric kijken met een geslepen blik in hun ogen naar de concurrentie en Leon doet alsof hij geen kanshebber is, maar dat is maar schijn. Ik heb hem wel door. In zijn hart brandt het heilige vuur onverminderd voort, net als bij Frans. De eerste ronde rijden we in toeristentempo…okay, wie gaat er wat aan doen? Paul neemt het heft in handen en zet zich op kop. Het tempo gaat naar “normaal” en iedereen is tevreden. Tot aan de eerste tussensprint gebeurt er niet veel. Ik blijf achter in het peloton hangen en probeer een inschatting van de conditie van de beentjes te maken. Ze voelen op zich niet slecht. Bij de tweede tussensprint meng ik me in het gewoel. Paul en Frans zijn al een paar ronden geleden vertrokken, maar dat kan nooit lang goed gaan. Met twee man vooruit is te weinig om het vandaag tot een goed einde te brengen. Ze worden na verloop van tijd weer door ons opgeslokt en het spel kan beginnen. Ik test de beentjes een keer en trek flink door. Helaas komt er niemand mee, dus kansloos. Ik laat me weer afzakken naar de staart van het peloton. De beentjes voelen nu super-de-luxe. Elke pedaalslag is raak. Trappen door de boter. Het gaat gebeuren vandaag, niemand gaat me kloppen!

De laatste ronde. Bij het uitdraaien van de laatste bocht naar de bel voor de laatste ronde heeft het lot iets anders in gedachte dan dat ikzelf heb gevisualiseerd. Een harde tik en bij elke volgende wielomwenteling dezelfde onheilspellende tik. WTF?! We krijgen de bel en iedereen wordt almaar nerveuzer. Het houden van de lijn wordt een moeilijk begrip. Een dezer dagen liggen we hier nog op ons muil. Daar kun je een klok op gelijk zetten. De tik gaat niet weg. Wat is het? Niet goed natuurlijk, dat is een ding dat zeker is. Kan ik hiermee sprinten? De fiets blijft normaal reageren, dus waarom niet? De bocht achter het juryhok maakt een einde aan mijn illusie. Bij het uitgaan van de bocht voel ik het achterwiel driften. Shit! Heel langzaam loopt de lucht uit de band en trekt het peloton zonder mij naar de laatste veldslag van de dag. Alle lucht verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik moet lopend mijn weg naar de finish vervolgen, mijmerend over de dingen die hadden kunnen zijn.


Een Speld, of beter gezegd een veiligheidsspeld (zo één waarmee je rugnummer vast zit), hoewel deze het woord veilig niet verdient, zat dus dwars door mijn achterband. Vandaar het getik. De rechtsdraaiende bocht was genoeg om hem eens flink door de band te duwen. Het lot, je doet er niets aan. Zuurder makend is het feit, dat naamgenoot en mede lekke bandrijder van de dag, Eric, de koers wint. Als Eric de sterkste van het peloton was, dan had ík hier dus vandaag kunnen zegevieren... Als, als, als… Je koopt er geen brood voor en al helemaal geen nieuwe achterband.

 



 

woensdag 18 juni 2014

Cycling Weekly - Moors and Shores Adventure X Massif – The Ride

Sometime it’s difficult to predict how a ride will go or what to expect, but this ride had the mark of slightly easy on it. Is there such thing as an easy ride? No, there isn’t! The lack of terrain difficulty was compensated by a brisk pace right from the start. At 7:30 in the morning a fast pace is all I need…not. I’m a diesel. I need to warm up an hour or so. To get my heart started. The start of this timed event is made in small groups. 10, 15 riders at the most in one go, who get briefed before they take off. The CX bikes in my group are a minority. Just the four of us. One of them I met on the parking lot. His name is Phil and he looks the capable rider, he turns out to be. He drops me on nearly every climb. Most of the climbs I manage to do on the big ring, 46x26/28, more of a push then a spin really, but the crit racing pays off. More power in the legs then before. It keeps the heart rate in check and the legs pumping.  

The first stretch of the ride is the easy bit. Until the Mini Massif takes a turn to the right and we are off on the Moors to Whitby. It’s rock ‘n roll on the Moors. Rocks, bogs and holes. Sheep too. Lots of them. There is a freakish building of the RAF. What do they do or hide in there? Perhaps an UFO? With the splash station behind us, it’s a long run to the first of two feeding stations. Hence the Camelback (2L) packed with bars and gels, tools, rain jacket and spare tubes. Just the odd 3 kilo’s extra strapped to my back to make it a little more difficult up the hills. I opted for semi slicks today, praying for a mostly dry course, they will give me the advantage on the hard pack surfaces. Better rolling, less resistance. 4 bar pressure, which will do the trick nicely today.


The sky is a grey one and as soon as Whitby comes into view, so is the drizzle. The sun was trying on the Moors, but to no avail. The first feeding station is a rainy affair. Lucky there is room under the tent for a dry bite of the very good stocked food on the table. Matthew checks his damage of his earlier tumble. I missed that one. He seems to be okay. All in one piece, everything in function. I had only one near miss myself. As we go on, the route follows the old abandon train track. It’s like a rollercoaster, more up then down, but never the less, FUN! Before I know it, we hit the second feeding station and Phil. He is in good form. Next is a section with the steepest climb of the day. Called Lang Gate road or something. As I zigzag up this road, huffing and puffing, a lady walking her dog tells me: “If you think this is heavy, wait until you round the next corner.” Boy was she right! 33,8% is the highest incline my Garmin registrated. This one hits us at about 70km into the ride. 34x28 was the recommendation as smallest option. I didn’t take notice on that one and suffered for it. 38x28 is my last resort for the day. With just 100 metres or so before the summit I have no more power in the legs and have to get of the bike and start crawling the last bit on foot. I don’t think the 34/28 gear would be any help today on this climb. Besides a little part of woodland uphill, there’s no more walking today. At 5 km before the finish line we overtake Phil. He is walking. Bike and chain in hand. He did not bring a chain tool or power link to repair his broken chain. Matthew and I help him out and we are swiftly on our way to the finish. 
 
 
Was it all worth the trouble? Yep, nothing of the kind does come close in Holland. Was it hard? Well, I didn’t much endurance stuff this year, mostly short, fast crits. That made it hard after the first three hours, but I kept it nicely together, didn’t overdo it. I had good company and well organised support. And the landscapes…pfff. Fanfreekingtastic!!!

Next stop Wales or Scotland? Maybe next year…

My thanks to Rather Be Cycling, Phil Cook and Matthew Bennett. A special chapeau to Manuel Pina. He did the ride on his heavy MTB on floppy trainers!
 
The Stats: 95.7km Distance4:42:41 Moving Time
1,270m Elevation
162W    Estimated Avg Power
2,753kJ Energy Output
Avg
Max
Speed
20.3km/h
66.6km/h
Heartrate
140bpm
162bpm
Calories
3,070
Temperature
15
Elapsed Time
5:07:12
Show M


 


vrijdag 6 juni 2014

Met Het Oog Op Morgen Bokaal 2014

31 mei 2014, een groepje renners van de FC Trappist doet mee aan de MHOOMB, Natascha, Jan, Ricardo en ondergetekende. Dit wielerfeestje van het NOS radio programma vindt al een paar jaar plaats rond deze tijd van het jaar. Samen met de Het is Koers koers, een toertocht door het Kennemerland met als hoog(s)te punt ’t Kopje van Bloemendaal, en de mengelmoes van bekende en minder bekende Nederlanders vormt het een waar wielerspektakel.

Er wordt gekoerst in een B-groep en een A-groep en om te bepalen wie waar thuishoort, is er een proloog over één ronde op het 3,2 km lange parkoers van WheelerPlanet Spaarnwoude. Bij het afhalen van je rugnummer kun je aangeven wat je voorkeur heeft, A of B, maar de organisatie behoudt zich het recht voor om snelle B-renners te verplaatsen naar de A-Koers.

Met de “Smaak van Bloed” nog vers in het geheugen, ga ik tijdens de proloog niet tot het gaatje en bol wat uit over de finish zodat ik een tijd net boven de 5 minuten realiseer. Goed genoeg voor een vaste plek in het B-peloton. Mijn mede Trappisten rijden zich ook niet het snot voor de ogen om in de koers in lijn geen krachten te kort te komen. Hoewel, Jan heeft op Hemelvaartsdag de  Klim Classic in het zuiden des lands gereden en rijdt met dikke benen in de rondte. Dat ik mij met mijn tactiek voor de proloog later in de vingers zou snijden, kon ik toen nog niet vermoeden.


Foto Wielertijdschrift De Muur

Ruim dertig man (en een handvol vrouwen) melden zich voor de B-koers. Met de dames moeten we rekening houden tijdens deze, met twee premiesprints opgeleukte, race. Ik herken ze van mijn koersjes op Sloten, Amsterdam. Ze zullen in deze koers niet onderdoen voor de mannen. Het bekendste gezicht in koers, voor mij althans, is Wilfried de Jong, in het jongste verleden al eens winnaar van deze koers. Het is een redelijk korte wedstrijd van 10 ronden, normaal rijd ik hier 13 of meer rondjes op volle toeren, dus dat mag geen probleem zijn. Het eerste rondje gaat met een “slakkengang”, dus bij het passeren van start/finish schud ik maar eens flink aan de boom. Wilfried lurkt op dat moment aan zijn bidon, je kunt maar dorst hebben na één ronde, dus voordat hij kan reageren, ben ik al vertrokken. Ik houd het hoge tempo een half rondje aan om te zien of de zwakkere broeders de rol moeten lossen. Het valt mee, iedereen is er volgens mij nog bij, maar het spel is op de wagen. Meerdere renners proberen de plaat te poetsen en het tempo fluctueert behoorlijk. Ik handhaaf me voor in de groep, maar mis  bij beide premiesprints de hoofdprijs. Bij de eerste rijd ik achter de feiten aan en bij de tweede kan ik niet vol aangaan omdat de renner voor mij zijn lijn niet houdt en me bijkans onderuit fietst. Opletten vandaag, niet iedereen heeft peloton ervaring, wat vooral goed te merken is in de bochten, waar de gaten vallen als rijpe appelen. Doortrappen in de bochten blijft een enge bezigheid. Twee tips voor de onervaren peloton rijder. Tip 1: “blijf met je fikken van de remmen af!” Tip 2: "rijd het juiste verzet, niet te zwaar, maar zeker niet te licht, want dat gaat een stabiel rijgedrag niet bevorderen".

Over de laatste ronde kunnen we kort zijn. Ik zit aan de verkeerde kant aan het wiel van mijn lead-out man van de dag waardoor ik niet kan aanhaken bij Coen, die dan ook met twee vingers in den neus de overwinning binnensleept. Een tweede plaats is “slechts” mijn deel. En dat ondanks alle inspanningen van mijn teamgenoten. Ricardo plaatst op 2 km een demarrage, waarop de concurrentie moet reageren en hem een km lang op de hielen zit. Natascha houdt daarna het peloton op snelheid zodat er geen nieuwe, last minute ontsnappingen meer zijn. Voorts loodst Jan me veilig naar de laatste bocht alwaar ik aan de binnenkant van het wiel zit en ik de krachtexplosie van Coen niet kan pareren. Beginnersfout!

Ach, de zon schijnt, niemand gevallen en een mooie tweede plek. Wat ik echter niet wist, was dat men punten uitdeelde voor je plaats in de proloog en voor je plaats in de koers in lijn, samen goed voor het klassement voor de bokaal. Mijn tijd in de proloog doet mij de das om in de einduitslag, 4de…. Geen bokaal voor mij dit jaar.

Dat de zon scheen heb ik geweten, de randjes zijn er weer voor een jaar ingebrand!


 

maandag 26 mei 2014

Cycling Weekly - Moors and Shores Adventure X Massif preparation


So, just 3 weeks of preparation to go before the Moors and Shores Adventure X massive will be upon me. The wife and I will cross the Canal on Thursday the 12th of June, so it will be less than 3 weeks of prepping… I’m being Crit racing from the end of March, but not on my CX bike obliviously. My CX bike is been out of work since late February. The races I ride are 40KM something long, a totally different thing from the 60 miles distant the Massive promises. Off Road that is. Another sign that there’s work to be done here.

But the Crit’s are calling to me. I like them too much to abandon the high speed and get the off road miles in. And Dutch off road miles are very different in comparison to the Moors and Shores ones. I found that out the hard way, riding/walking the 3 Peaks Cyclo Cross Race in 2011!

So, with just 3 weeks to go, I ordered some nice Schwalbe CX Comp tyres and pray for hard packed surfaces. It will help me on the hard surfaces a bit better than the full nobbies ones. I will pack the nobbies just in case the weather takes a turn for the worse… But speed with the semi-slicks will help me out on the 15th of June or they will be me downfall on the technical sectors. 65 psi or 4 bar sound about right to me, inflation wise. I could be wrong here also, but that can be fixed on the go.

 
Technical Terrain 3 out of 5 on a Cross Bike

Wilderness Riding 3 out of 5


That’s a lot easier than the 5 out of 5 at the Lakeland Monster last year and I did that one with a broken rib. All in all it’s no pick nick in the (North York Moors National) Park and it’s not a race (ahum). The strategy will be: A) with care on the technical sectors, B) steady pace on the hard pack surfaces and C) easy climbing on the hilly parts. I think I will be fine. Next Crit please!

maandag 19 mei 2014

GP Van Riemsdijk Zandvoort FC TRAPPIST


Om te beginnen, wat zat er allemaal niet mee in de aanloop naar de koers van FC Trappist op het Circuit van Zandvoort. Het weer was niet het mooie voorjaarsweer waar we allemaal op hoopten. In vier dagen tijd een maandgemiddelde aan regenwater. Dat zat de trainingen aardig dwars. Dan was er nog enig fysiek ongemak in de vorm van een rechterbeen dat niet zijn best wilde doen en zo’n beetje op halve kracht draaide. Maar de zwaarste morele domper was het breken van een spaak in het achterwiel daags voor de koers. Geen lichte carbon wieltjes voor op het circuit, maar een paar superlichte aluminium exemplaren die niet geschikt zijn om eens flink mee te sprinten. Teveel flex. Heel fijn voor een bergrit of een strakke tijdrit, maar geen koerswielen.

Wat zat er dan wel mee? Het weer verbeterde aanzienlijk. De zon liet zich zien en de temperatuur begon langzaam op te lopen. De wind bleef echter uit noordelijke richting blazen, wat het toch behoorlijk fris maakte. Maar geen regen, dat was wel het grootste pluspunt.

Deze vrijdagavondkoers had een mooie opkomst, zowel bij de A- als bij de B-groep met veel clubshirts. Racen op het circuit blijft een bijzondere gebeurtenis.

Voor mijzelf was het alweer ruim 27 jaar geleden sinds mijn laatste koers op het circuit, het Kampioenschap van Kennemerland, die eindigde in een massieve wolkbreuk. Het enige wat ik daarvan nog weet is dat ik goede benen had, maar onderkoeld moest opgeven na anderhalf uur koers.

Wat is er nu zo mooi aan het circuit? Welnu, twee zaken maken het tot een feestje. Namelijk lekker breed en fijn glooiend asfalt en een mooie lange rechte lijn naar de finish.


De koers startte om 19u00 en de eerste ronden was er een fijn tempo, waarin het zoeken naar de juiste plek in het peloton met het oog op de windrichting een prioriteit werd. Slechts op het lange rechte eind van start en finish was de wind in ons voordeel. Op de rest van het parkoers was het een lastig verhaal om fijn uit de wind te zitten. Uiteraard waren er aanvallen en ontsnappingspogingen, maar die strandden allen in de wind. Slechts een renner wist zich langere tijd uit de klauwen van het peloton te bevrijden, wat op zich al een compliment waard is. Chapeau hiervoor. Halverwege de koers was er toch een hachelijk moment waarop twee der favorieten zich in een kopgroep van vijf uit de voeten maakten. Het kostte ons grote moeite deze ontsnapping te neutraliseren. Ik had twee ronden nodig om weer te weten wie ik was. Naarmate het einde naderde (na vijf kwartier met nog drie ronden te gaan) nam de nervositeit toe. Tevens deed de vermoeidheid een duit in het zakje en werden de klimmetjes, de Hunzerug op, een aanslag op de beenspieren. Het zag er naar uit dat een massasprint de uitslag ging bepalen. Maar bij de laatste beklimming van de Hunzerug was er toch een renner die een gaatje geslagen had en met de afdaling, de Tarzanbocht en wind mee op het laatste rechte eind, zag hij zijn kans schoon en ging ervoor. Ik zelf zat rond de tiende positie op weg naar de Tarzanbocht en wilde nog enkele plaatsen opschuiven, voordat we de bocht uit zouden komen. Hiervoor moest ik vol gas buitenom door de Tarzanbocht. Door deze actie kon ik wel vanuit de derde positie in het peloton de sprint aanvangen. De eenzame koploper was al buiten schot. Zijn overwinning was een feit geworden. Wij, het peloton, deden ons best om de ereplaatsen te bemachtigen. Mijn sprint was niet om over naar huis te schrijven, maar ik kon mijn snelheid (55km/u) vasthouden tot over de streep. Het was echter niet genoeg om een podiumplek te bereiken, vanuit mijn ooghoeken zag ik op links nog renners hun wiel voor mijn voorwiel over de finishlijn drukken. Een zevende plaats was uiteindelijk het resultaat. Ik kon er na afloop tevreden mee zijn. Mijn kleine schare trouwe fans vonden het een mooie prestatie.

dinsdag 1 april 2014

De Smaak van Bloed


De Smaak van Bloed

Het wegseizoen startte bij ons, De Trappist, met een “traditionele” koppeltijdrit over een afstand van 3,2 km, iets wat verboden zou moet worden. Eigenlijk is er niets erger dan in bijna 5 minuten al je longblaasjes naar de vaantjes rijden. Met de juiste aanpak is het vast te doen, maar dan zal je zeker een uurtje moeten warm rijden. En daar gaat het al fout. Dat warm rijden doe je maar mondjesmaat en voor je aan de beurt bent, ben je al weer terug bij af. Onderweg spookt er maar een ding door je hoofd, ik moet straks nog een koers rijden, dus niet te gek doen. Maar er helpt geen lievemoederen aan. Na 1 kilometer ben je al naar de klote. Je hartslag stijgt tot grote hoogte, maar je snelheid daalt recht evenredig.
 

Na een, longen verscheurende, 3 kilometer, kom je door de laatste bocht en haal je het in je botte kop om er nog een sprintje uit te gooien. Met een fijne kopersmaak in de mond tot gevolg. De Smaak van Bloed. En dan begint het kuchen. Er staan 40 volwassen mannen zich de longen uit het lijf te hoesten op de streep. Het werkt aanstekelijk en je begint als vanzelf mee te kuchen. Volgens mijn huisarts is het een prikkel waaraan je niet moet toegeven. Er is namelijk niets mis met je. Het lichaam denkt dat er van alles aan de hand is, maar in werkelijkheid is het niet in staat geweest voldoende zuurstof op te nemen om aan je wieleraspiraties te voldoen. Het heeft jammerlijk gefaald, verzint een excuus en laat je onbedaarlijk kuchen en hoesten om de aandacht af te leiden.

Het grote voordeel van een sprint over 3 kilometer zonder noemenswaardige voorbereiding, is dat alles lekker openstaat voor de koers die erop volgt.  Moet ik er anders de eerste paar ronden er even inkomen. Nu zijn alle systemen direct online. Het plan was te wachten op de onvermijdelijke massasprint, maar al gauw blijkt, dat er lekker invliegen een veel beter gevoel geeft. Alle voornemens overboord, hatsikidee! Uiteindelijk eindigen we als koppel in de “Kansloze Vlucht” van de dag. Rijden we voor de tweede maal een koppeltijdrit en in plaats van de longen falen 300 meter voor de finish de benen. Het peloton davert ons voor de laatste bocht voorbij…

Ach, de kop is er af. Het was mooi weer en er was weinig wind. Het gezelschap was uitmuntend en deed zijn uiterste best om er een mooie wielermiddag van te maken. Dat belooft heel wat voor de komende wedstrijden.

woensdag 12 februari 2014

What is it about cycling that makes me feel happy?

When I get on my bike and hit the road, something changes inside my head. After about 10 to 20 minutes I get into the zone. My brain makes a leap in time. I become the guy I was 30 years ago. The rookie who believed everything is possible.  I see the same thing happen to other riders as well. My dad for instance, nearly 80 years old, gets that sparkle in his eyes, when he is on his bike. Looking at me, like he is going to ride me into oblivion. No way in hell, but his mind plays this trick on him in the same way it makes me believe I still can make it to the top. Keep dreaming, but it is part of the fun of riding your bike. Being something different then you really are, but then again…who knows?!



So, 20 minutes into my ride, they start, the voices in my head. No, it’s not a medical condition, it’s just happens. Most of the time they are the voices of the Belgium Sporza television commentators, Wuyts and De Cauwer. They start chatting about the weather, the way the wind blows, that sort of things. And after a while they begin there talk about the race. What happened before, how it is, that I ended up in the lead, on my own. That is always the case, when I ride alone, I have escaped the bunch early on. No doubt about it, I having a super day. Then Michel tells the listeners some back ground about me and José will add some obscure info he learnt before the race.

The funny thing is, I’m always me. Not some pro, past or present, but always myself. A younger version of course, but it’s me, that’s racing to fame and glory. It gets interesting when Renaat Schotte joins the party. He is the guy on the motor. Getting the other two up to speed from directly behind me. He or André Meganck is measuring time differences between me and the peloton. I am rider and the public all into one. To the end of my ride, the race in my head gets starts to develop into an “Is he going to make it to the end?” scenario. Renaat is counting down my advantage I have/had on the peloton. But in the end I always win the race! “This guy is going places” cries Michel Wuyts.

After the Vuelta (Tour of Spain) 2013, things started to change. I was no longer that rookie on the bike anymore. Somehow Chris Horner’s victory things changed. I don’t need to be the rookie anymore to win my imaginary races. I can do it as this old man I became. Age is no longer an obstacle for winning my races! José and Michel tell the world that you can do this if you are carefully plan your career on the bike and believe in ones self’s. So, these days I win my races as the smart old fox I have become. Riding around with a big smile on my face, like I own the world. And I am very happy…