woensdag 12 februari 2014

What is it about cycling that makes me feel happy?

When I get on my bike and hit the road, something changes inside my head. After about 10 to 20 minutes I get into the zone. My brain makes a leap in time. I become the guy I was 30 years ago. The rookie who believed everything is possible.  I see the same thing happen to other riders as well. My dad for instance, nearly 80 years old, gets that sparkle in his eyes, when he is on his bike. Looking at me, like he is going to ride me into oblivion. No way in hell, but his mind plays this trick on him in the same way it makes me believe I still can make it to the top. Keep dreaming, but it is part of the fun of riding your bike. Being something different then you really are, but then again…who knows?!



So, 20 minutes into my ride, they start, the voices in my head. No, it’s not a medical condition, it’s just happens. Most of the time they are the voices of the Belgium Sporza television commentators, Wuyts and De Cauwer. They start chatting about the weather, the way the wind blows, that sort of things. And after a while they begin there talk about the race. What happened before, how it is, that I ended up in the lead, on my own. That is always the case, when I ride alone, I have escaped the bunch early on. No doubt about it, I having a super day. Then Michel tells the listeners some back ground about me and José will add some obscure info he learnt before the race.

The funny thing is, I’m always me. Not some pro, past or present, but always myself. A younger version of course, but it’s me, that’s racing to fame and glory. It gets interesting when Renaat Schotte joins the party. He is the guy on the motor. Getting the other two up to speed from directly behind me. He or André Meganck is measuring time differences between me and the peloton. I am rider and the public all into one. To the end of my ride, the race in my head gets starts to develop into an “Is he going to make it to the end?” scenario. Renaat is counting down my advantage I have/had on the peloton. But in the end I always win the race! “This guy is going places” cries Michel Wuyts.

After the Vuelta (Tour of Spain) 2013, things started to change. I was no longer that rookie on the bike anymore. Somehow Chris Horner’s victory things changed. I don’t need to be the rookie anymore to win my imaginary races. I can do it as this old man I became. Age is no longer an obstacle for winning my races! José and Michel tell the world that you can do this if you are carefully plan your career on the bike and believe in ones self’s. So, these days I win my races as the smart old fox I have become. Riding around with a big smile on my face, like I own the world. And I am very happy…

woensdag 18 december 2013

Terug naar Af, ga niet langs Start.

Zondag ging ik, in het begin van de derde ronde, onderuit. Uit een modderige bocht naar links komend, zette ik aan en weg was mijn achterwiel. Geen grip meer met de noppen van de bandjes, welke eigenlijk al een tijdje aan vervanging toe waren. Ik was me daar de eerste twee ronden aan het glijden, op banden die de modder krampachtig vast bleven houden ter voorkoming van het onvermijdelijke, de vervanging. Ik had ze uiteraard in de afgelopen periode moeten vervangen, maar sentiment weerhield me. Het waren zulke fijne bandjes. We hadden samen heel wat kilometers afgelegd op de meest uiteenlopende ondergronden en nooit was er twijfel over hun kunnen. De laatste weken trad het verval in, minder grip in de bochten, minder tractie bij het optrekken. Je weet dan dat het einde nabij is. Er moest hard ingegrepen worden. Nieuwe, soepele bandjes met fijne grote, aanwezige noppen dienden om mijn velgen gelegd te worden.

de bandjes die ik had moeten hebben...


Maar ik was aan het dralen, nog niet tot de keuze gekomen wie mijn toppertjes zouden gaan vervangen. Een setje uit hetzelfde nest of toch eens een ander merk proberen? Beslissingen, beslissingen. Mijn hoofd stond er gewoon niet naar. Allerlei redenen voerde ik aan om het uitstel van de aanschaf te rechtvaardigen. Druk op het werk, de feestdagen komen er aan, alle boodschappen nog doen etc. Ondertussen ging het rap bergafwaarts met mijn bandjes. Ik wilde het niet zien en gaf de schuld aan mijn lichamelijke gesteldheid die al een tijdje onder niveau was. Het ligt niet aan de viool maar aan de violist, hield ik mezelf voor. Diep van binnen wist ik het wel, maar ik hield van mijn 35mm brede jongens. Ik had nog geen zin in de nieuwe, verplichte 33mm dunne optie. Ik wilde genieten van mijn oude, brede sloffen.

En daar ging ik dus. Mijn achterband trok het niet meer in de modder van Amsterdam Noord. Met een zucht liet hij het los. Het was op, over en uit. En in slow motion dook ik richting de grond met onterechte verbazing op mijn gezicht. Ik stak niet eens mijn arm uit om de val te breken. Stoïcijns bleef ik mijn stuur vasthouden, tevergeefs hopend dat ik als vanzelf weer rechtop zou veren. Helaas pindakaas! Ik ging als een blok tegen de grond. Boink! Eerst de schouder, daarna mijn elleboog en de rest volgde gedwee. De bovenarm zat volkomen in de weg en drukte zich aan de ene kant in de modder en aan de andere kant in mijn ribbenkast. Dezelfde zijde, die weken voordien ook al de klos was geweest en zich net weer een beetje happy begon te voelen. Alle fysiotherapiesessies voor niets. Ik voelde het direct. Dit was niet goed. Dit ging pijn doen. Sterker nog, het deed al pijn. Ik bleef even met gesloten ogen liggen. 2013 is niet mijn jaar. Waarom? Ik wist het niet en weet het nog steeds niet. Ik blijf in de mongolenwaaier en zit weer achterin.

Ik heb nieuwe banden gekocht. Verse jongens met flinke noppen. Het zal voor een andere keer zijn want het lichaam vindt fietsen op dit moment niet leuk. De kop trekt het ook niet meer. Het is klaar voor dit jaar. Lekker luierend de feestdagen doorrollen en in januari de draad weer oppakken. Ondertussen de fietsjes lekker vertroetelen met nieuwe onderdelen, die onder de kerstboom liggen te wachten.

 

woensdag 4 december 2013

De Mongolen Waaier


Gebroken rib, buikloop, stevige verkoudheid, kortom algehele malaise. Tegenslag komt in vele gedaanten en samen met een van de natste herfstperiodes van de eeuw, weet je dat het voor een andere keer zal zijn. Tussen weten en willen zit echter een behoorlijke kloof. Ik vind crossen leuk. Ik kan ervan genieten. Maar in plaats van een leuke cross te rijden, bengel ik steevast achteraan en word ik meerdere malen per wedstrijd gedubbeld. Frustratie alom. Het lichaam wil niet herstellen van alle leed dat het is aangedaan. Ik rij dan maar eens in de 14 dagen een cross om het voldoende herstel te gunnen. Slechts hoongelach valt mij ten deel. In mijn hoofd hoor ik het systeem grinniken, 50+, mankeert van alles, maar wil wel meedoen. No way!
 

Het crossseizoen is voor mij een verloren zaak. Daar komt nog bij dat het deelnemersveld dit jaar in omvang is toegenomen waardoor mijn kansen om redelijke punten te scoren geminimaliseerd zijn. Niet dat ik het erg vind. Hoe meer zielen, hoe meer crossvreugde. Ik rij gedwee mijn rondjes door de blubber, oefen mijn techniek in de bochten en hoop op betere tijden.

In vergelijking met vorig jaar rij ik gemiddeld 2,5 km/uur langzamer. Dat is best veel met crossen. Mijn starts zijn niet eens slecht. Ik rij meestal rond de twintigste plek het veld in, om na een halve ronde al door Jan (Gottmer) en alleman te zijn ingehaald. Na 500 meter is de koek op. Met of zonder gedegen warming up, het maakt niets uit, het licht gaat uit. Alsof mijn remmen aanlopen, mijn wiellagers vastzitten en mijn trapas al maanden aan vervanging toe is. Het ligt niet aan de draaiende delen van mijn trouwe fiets. Het zijn mijn bloedeigen onderdelen die het vertikken om mee te werken. Mijn hartslag blijft ver onder het toelaatbare, mijn benen voelen zwaar en mijn longen geven elkaar de schuld. De enigen die hun werk naar behoren doen, zijn mijn hersenen. Mentaal ben ik dik in orde. Ik kan me uitstekend opladen vlak voor de wedstrijd. Helemaal gefocust. Er is geen concentratieverlies gedurende de cross.

Zondag was er dan eindelijk een lichtpuntje. In de laatste ronde kon ik mezelf pijn doen en versnellen. Johan had de hele cross een eind voor me uit gereden. Ik moest hem gaan halen. Een kwestie van doorrammen tot het gaatje. Warempel, het lukte. Niet vanzelf, maar het lukte. Halverwege de ronde kwam ik aan zijn wiel en op het loopgedeelte door het zand wist ik hem te passeren. Met 50 meter voorsprong reed ik over de finishlijn. Wellicht is de ommekeer dan toch begonnen. Maar misschien had Johan een nog slechtere dag dan ik. Wie zal het zeggen?

Dus voorlopig zit ik nog in de mongolenwaaier. Weliswaar niet meer achterin, maar toch. Er is zicht op de staart van de volgende waaier. Licht aan het einde van de tunnel.


woensdag 16 oktober 2013

Lijntjes

Marijn de Vries schreef er laatst al over, lijntjes op armen en benen. Hoe deze te voorkomen?! Of, in mijn geval, juist niet. Tja, met onze zomer ging het deze Hollandse renner bijna niet lukken, een paar scherpe randen in armen en benen te laten branden door de zon. En nu aan het einde van het zomerseizoen rijst de vraag: “Hoe houden we de weinige verkleuring instant tijdens de donkere winter maanden?”

We waren dit jaar in april vier weken naar de Carribean vertrokken voor een fijne tropische vakantie met veel zon en zee. Bij thuiskomst zag je een behoorlijk verschil met de thuisblijvers. Maar een beetje bijhouden zat er niet in van de zomer. Het vroeg om een andere aanpak om kleur behouden te waarborgen. Onder de zonnebank dan maar, zou je denken. Dan moet je wel je koersbroek en shirt aan om de lijntjes intact te houden. Een behoorlijk warme aangelegenheid, geloof me.
Mijn vrouw had een monster gekregen van een bruiningsmiddel. Nu ben ik tegen allerlei vormen van onnatuurlijk kleuring, maar deze keer heb ik mijn bezwaren even geparkeerd. Dit middel pretendeerde iets anders te zijn dan een ordinair bruiningsgoedje. Simpel even met een geprepareerd doekje over de benen wrijven, even wachten tot het ingetrokken was en een streeploze bruine huid zou mijn deel zijn.

Laten we wel zijn, met gebronsde benen aan het begin van een wedstrijd of training staan, dat heeft een psychologisch effect om je fietsgenoten. Bruin gebrand staat gelijk als goed getraind.
Na een paar uur begonnen mijn beentjes mooi brons op te kleuren en bijna streeploos. Mijn voeten echter, die waren er minder goed vanaf gekomen. Daar was bij het aanbrengen een iets dikker laagje terecht gekomen en dat zag je nu best wel. Gelukkig bleef het allemaal onder de sokken verborgen.

De volgende wedstrijd werd ik begroet met de opmerking: “Zo, jij hebt lekkere bruine poten!” Missie geslaagd zou je denken, helaas, ik fietste als een natte krant. Wat vervolgens de reactie ontlokte: “Ik dacht, die zal wel lekker getraind hebben in het buitenland, maar dat viel tegen”, “Ja joh, nog een beetje last van de jetlag!” antwoordde ik verontschuldigend.
Het nadeel van gekleurde benen is, dat het verwachtingen schept, die je wel moet kunnen waarmaken.

Het voordeel is, dat het doping is voor de moraal. Met zulke mooie gesoigneerde beentjes moet je wel hard gaan, ook al heb je nog geen meter getraind! Maar zoals met de meeste doping blijft het een “quick fix that does not last!”, want na een paar dagen vervaagt de kleur en ben je weer terug bij af.

maandag 14 oktober 2013

Rollerbank in de garage


De afgelopen winterseizoenen heb ik buiten gefietst, binnen spinningles gegeven of zat ik in mijn garage op de turbo. Ik heb geen hekel aan buitenfietsen in de winter zolang het maar enigszins droog is. Dat is niet altijd het geval en soms heb je gewoon geen zin om alles aan te trekken, verlichtingsets op te laden en de kou te trotseren. Dan was de turbo trainer een uitkomst. Ik had er alleen een vreselijke hekel aan. Nooit evenaar je het fietsgevoel met fiets geklemd in de statische beugel. De herrie van de weerstand, het aanlopen van het achterwiel, of juist het slippen van het achterwiel als de afstelling weer eens niet klopte. En de slijtage van de achterband kostte me per winterseizoen zomaar drie bandjes. Ik zal wel iets verkeerd gedaan hebben, want anderen hoor ik nooit over deze ellende.
Op marktplaats kwam ik bij mij in de beurt een rollerbank tegen, die voor een zacht prijs wel van eigenaar wilde wisselen. Vroeger, thuis bij pa en moe, hadden we ook een rollerbank in de schuur. Daar trainde de hele familie in de winter op, ter voorbereiding van het nieuwe wegseizoen, maar ook voor de club kampioenschappen rollerbank midden in de winter. Ik kwam nog eens thuis op een winternacht, voorafgaand van het clubkampioenschap, rond een uur of drie. Niet bepaald de ideale voorbereiding voor de wedstrijd de volgende ochtend. En daarbij was ik nogal lichtelijk aangeschoten. In de winter nam ik het niet zo nauw met dat monnikenleven voor de sport gedoe. Onderweg naar huis had ik bedacht, dat ik een goede warming up op mijn buik kon schrijven. Het was uitgesloten, dat ik de volgende ochtend op tijd wakker zou zijn voor een gedegen voorbereiding. Daar had ik in mijn benevelde toestand het volgende op gevonden. Bij thuiskomst zou ik direct beginnen aan de warming up en dan fijn aan paar uurtjes naar bed. Probleem opgelost. En dus zat ik met een wazig hoofd ’s nachts na drieën rustig te peddelen in de schuur op de rollerbank. Althans, totdat mijn moeder plots in de schuur verscheen en er een einde kwam aan mijn nachtelijke training. De volgende ochtend werd ik, ondanks mijn verstoorde warming up, nog wel 3de op het clubkampioenschap.



Bovenstaande anekdote vond bijna 30 jaar geleden plaats, en ik kan me niet herinneren of ik daarna nog eens op een rollerbank gereden hebt. Afgelopen zondag was het eindelijk zover. Het regende de hele dag al pijpenstelen. Een half IJsselmeer werd over delen van Nederland uitgestort. Dus ’s middags de stoute schoenen aangetrokken en alles in gereedheid gebracht in de garage. Het opstappen was al best lastig. Ik kon me de handigste manier niet meer voor de geest halen. Maar na enig vijven en zessen zat ik op de racefiets en trapte vrolijk rond. Weliswaar nog met een hand ter ondersteuning aan de muur, maar dat mocht de pret niet drukken. Na steeds even de muur losgelaten te hebben en als een soort rodeo cowboy met een hand aan het stuur en de andere zwevend in de nabijheid van de muur, had ik genoeg vertrouwen om met beide losjes handen op het stuur te fietsen. Ik wiebelde nog wel een beetje heen en weer, maar naar mate de tijd verstreek reed ik steeds stabieler. Tandje erbij en even flink stampen! Heerlijk, dat “vrije” gevoel, ten opzichte van de turbo wel te verstaan. Er gaat natuurlijk niets boven fietsen in de vrije natuur, maar voor dagen met zoveel regen, is het een uitkomst.
Keep on rolling!

vrijdag 11 oktober 2013

Cycling Weekly - Lakeland Monster Miles Adventure X – the Ride - English version

Before you know it, you stand there, on a Sunday morning half past seven, being part of the first group on route for the Massif (62 miles) of the Mini Massif (44 miles). There is a possibility to switches routes during the ride, because the long route will just make an extra loop around another hill, before it joins the short route again. This first group is a mix of MTB and CX bikers, in total about 30 riders. Officially it is not a race, but a timed ride. I have an electronic and numbered sticker on my helmet and a number on my bar, with all the emergency info on it. I could run into trouble today. I’m in that mood at the moment of getting myself in trouble…

We depart in an easy enough pace. Meanly because it is up hill from the start. The first miles are an abandoned railroad track, I’m thinking steam trains, seeing the old iron bridges and the stone beddings. It’s still dry weather, but the road is pretty wet. The rain is waiting for us at the other side of the hill. Rain jackets are mandatory today. As are two spare tires, mini tools, pumps etc. the usual stuff. And off course food and drink for the day out. Two food stops are in place, but I think it will be tea and biscuits only. So, you better come prepared yourself.


My Camelback is filled, accompanied by two bidons, four energy bars and a couple of gels. But I’m NOT carrying a rain jacket. I got something better. I’m wearing my new Castelli Gabba, water and wind proof. It will be invaluable during the ride today. Together with the Nano flex arm and legwarmers and my Sealskinz socks I’m protected against the worse of the weather, I hope.

We ride across all possible surfaces that you can think off. Sometimes the advantage laid with the CX riders, then again the MTB riders have the upper hand, but more often than not, free riders have a ball on the downhills. On my CX bike it rattles my bones, something my broken rib is not enjoying. I try to compensate with my arms and core, but core stability is the one thing I could not exercise, due to this injury. It’s all hands on deck!

After 14 miles the first climb is completed and starts a stormy descend. The wind pick up a lot on this side of the hill and rain is coming in from the North. The sheep hide behind the little stone wall and look at us sheepishly. Little streams cascade down the hillside and we cross more than a one or two. The rain is a constant drizzle and colours our little world grey.
 
I have to make a decision, Massif or Mini Massif? There will be a point of no return at 30 miles. My body says it’s okay to do the Massif, but sense tells me take the Mini and hit it hard. Not having the healthy body I need to have to do the 62 miles of the Massif, the decision is made. Min Massif it is. To keep things interesting, I will try to use the outer ring (46T) only for the remainder of the ride. Little less bounce little more push. Legs, bum and back will hurt, but the rib will be safe.

Now I have only 9 sections instead of the 13 on the Massif. I enjoy myself every inch of the way. Not an easy way, with some nasty climbs (+20%) and some heart stopping downhill thru a forest.  Rocky and wet! If I drop of the bike it will be over and out. But I manage to stay upright and reach the bottom safely.

The last 10km is signalled thru a sign. All of the route is perfectly signed and with marshals on key locations is as safe as it can be. Well done!

These last 10 km I drive home in “high” speed. Up and down it goes. But it’s not that heavy any more. Only one little climb, 23% up, the heaviest 30 meters of my ride! I encounter no riders anymore, like I’m alone on this ride. That’s the advantage of starting in the first group and a 2-3 minutes delay between the groups. No gathering of riders anywhere. So a solo finish it will be. A warm welcome, a goodie bag, a printed timesheet and a bike wash by the local scouts, that’s what you get when you are one of the first riders back. But most important, a nice shinny medal!!!

In the end, I set the 33rd time on the Mini Massif of a total of 330th riders and I was the second rider crossing the finish line of the first group of riders I started off that morning. 4 hours and 7 minutes, not bad considered my current heath, the wet weather and the unfamiliar terrain.

Beautiful ride!!!
Start and Finish Keswick, Lakedistrict, UK.

Cycling Weekly - Lakeland Monster Miles Adventure X – the Ride

Voor je het weet sta je zondag ’s morgens om half acht aan de start van een tocht, in de eerste groep, die gaat vertrekken voor de Massif (62 miles) of Mini Massif (44 miles). Een rondje crossen om, de op vier na hoogste berg in Engeland in het Lake District. Onderweg kun je nog switchen van route, want de lange route maakt slechts een extra lus aan het einde en sluit daarna weer aan bij de korte route. De eerste groep is een mix van MTB en CX fietsen, in totaal een man (vrouw) of dertig. Officieel is het geen race, maar een tocht met tijdregistratie. Ik heb een genummerd stickertje op mijn helm met een chipje en een stuurnummerbordje met achterom mijn gegevens, voor als ik het ravijn in kukkel. Aangezien ik mijn rib een paar weken geleden gebroken heb, is dit laatste niet geheel onbelangrijk. Ik zit kennelijk in de brokken fase van het seizoen.

We vertrekken in een rustig tempo. Nog al wiedes, want het loopt direct even stevig omhoog. De eerste kilometers rijden we over een oude spoorlijn waar de rails en bielzen al sinds de jaren 70 zijn verdwenen. Hier reed vroeger de stoomtrein over oude ijzeren bruggetjes, waar we zo nu en dan overheen ratelen. Het is droog, maar de ondergrond is behoorlijk nat. Het heeft de afgelopen tijd veel geregend en achter de eerste berg schijnt het behoorlijk te regenen vandaag. Een regenjack is verplicht vandaag. Evenals twee reserve bandjes, plakspul, bandenlichters minitool met kettingpons, een power lock voor de ketting en een pomp. Hier wordt op gecontroleerd. Uiteraard dien je ook genoeg eten en drinken bij je te hebben. Er zijn twee food stops met biscuits, water en fruit, maar je kunt beter zelf alles bij je hebben voor deze tocht.
Vandaag heb ik mijn Camelback (2L), twee bidons (500ml), vier repen en drie gels bij me. Daar moet ik een heel eind meekomen. Daarnaast heb ik de verplichte onderdelen bij me, maar geen regenjack. Ik draag mijn nieuwste aanwinst een Castelli Gabba. Deze blijkt tijdens de tocht van onschatbare waarde. Samen met de Nanoflex arm- en beenstukken en mijn Sealskins sokken, ben ik meer dan behoorlijk gewapend tegen de elementen.

We rijden over alle soorten ondergronden die je maar kunt bedenken. Soms ben je als veldrijder in het voordeel soms als mountainbiker en meer dan me lief is zijn de downhillers of freeriders in het voordeel in de afdalingen. Dan is het klapperen en stuiteren geblazen, iets dat mijn gebroken rib niet kan waarderen. Mijn armen hebben het zwaar te verduren, omdat ze de meeste klappen moeten opvangen, meer dan normaal. Het minimaal kunnen trainen op core stabiliteit in de afgelopen weken is duidelijk te merken. Het is alle hens aan dek.
Na 22 km zit de eerste klim erop en begint een razende afdaling. Boven stormde het behoorlijk en had ik moeite om overeind te blijven. De schapen lagen daar stil achter de kleine stenen muurtjes ons verbaasd aan te gapen, terwijl in de beekjes het water zich woest een weg naar beneden zocht.
 
Het regent nu behoorlijk. Op zijn Engels dan wel te verstaan. Een niet aflatende motregen, alles is nu gehuld in grijze, vochtige lucht. We zijn pas 35 km onderweg en de twijfel slaat toe. 6 uur is de geschatte tijd van de organisatie voor de snelste rijders op de Massif. Ik had er gedacht korter over te doen, maar ik klok nu op 35 km twee uur af. Het zijn de klimmetjes van meer dan 20% die me de das om doen. Ik kan niet beschikken over mijn gehele lichaam, het is roeien met de riemen die ik wel heb. Ik kijk het aan tot de splitsing van de route op 50 km en zal dan mijn beslissing nemen. Tot die tijd is het op en af. Eindeloos genieten is dit. Het ene moment kruip ik stapvoets omhoog, het andere moment is het in razende vaart een grasheuvel af. Spiegelglad en geen remvermogen om over naar huis te schrijven. Gelukkig houden racemarshals ieder veehek open zodra je eraan komt. Alles is prima uitgepijld, met flinke waarschuwingsborden voor aankomende obstakels of gevaarlijke situatie, zodat je tijdig kunt inhouden.
Het voordeel van het starten in groep, is dat je maar met beperkte deelnemers tegelijk onderweg bent. Ik ben nog niet vaak ingehaald en voor me uit zitten hoogstens een man of tien. Ideaal!
De Massif heeft 13 technische secties (als bij Parijs-Roubaix) met klinkende namen zoals de Bone Shaker, dan weet je het wel. De Mini Massif heeft er slechts 9 van de 13, maar dat maakt het niet minder makkelijk. Om mezelf te beschermen en niet tot het uiterste te hoeven gaan, besluit ik bij de splitsing van de routes te gaan voor de Mini Massif en daar een knappe tijd neer te zetten. Dat zal nog niet meevallen, want er zit nog een pittige klim aan te komen. Als tegen prestatie moet ik van mezelf wel proberen alles op het grote blad (46T) te doen. Dat zal nog niet mee zal vallen.
 
Eigenlijk is de Mini Massif een short cut naar de laatste twee secties van de Massif met daar tussen een behoorlijk irritante klim en dito extreem technische afdaling in een bos op een steenachtige glibberige ondergrond. Als ik hier op mijn plaat ga, dan is het vast einde oefening. De mannen met een stevige MTB zullen dit stuk best waarderen, maar ik ben gewoon al blij dat ik heelhuids beneden ben.
De laatste 10 km zie ik niemand meer voor me uit rijden. Ik probeer nog flink tempo te maken, maar ik tel wel 9 klimmetjes met een maal zelf 23% stijging, eigenlijk de zwaarste 30 meter van de hele tocht! Moe maar voldaan bereik ik de finish, waar het nog heel rustig is en de padvinders me bijna de fiets uit de handen trekken om hem geheel schoon te maken. 4 uur en 7 minuten ben ik onderweg geweest volgens het systeem. Een geprint bonnetje krijg ik mee als bewijs.
Uiteindelijk heb ik de 33ste tijd geklokt van de 330 deelnemer(sters) op de Mini Massif en van mijn startgroep ben ik als tweede binnengekomen op deze afstand. Zeker gezien de lichamelijke gesteldheid, de weersomstandigheden en het voor mij onbekende terrein, niet onverdienstelijk.

Wat een mooie tocht!