maandag 26 mei 2014

Cycling Weekly - Moors and Shores Adventure X Massif preparation


So, just 3 weeks of preparation to go before the Moors and Shores Adventure X massive will be upon me. The wife and I will cross the Canal on Thursday the 12th of June, so it will be less than 3 weeks of prepping… I’m being Crit racing from the end of March, but not on my CX bike obliviously. My CX bike is been out of work since late February. The races I ride are 40KM something long, a totally different thing from the 60 miles distant the Massive promises. Off Road that is. Another sign that there’s work to be done here.

But the Crit’s are calling to me. I like them too much to abandon the high speed and get the off road miles in. And Dutch off road miles are very different in comparison to the Moors and Shores ones. I found that out the hard way, riding/walking the 3 Peaks Cyclo Cross Race in 2011!

So, with just 3 weeks to go, I ordered some nice Schwalbe CX Comp tyres and pray for hard packed surfaces. It will help me on the hard surfaces a bit better than the full nobbies ones. I will pack the nobbies just in case the weather takes a turn for the worse… But speed with the semi-slicks will help me out on the 15th of June or they will be me downfall on the technical sectors. 65 psi or 4 bar sound about right to me, inflation wise. I could be wrong here also, but that can be fixed on the go.

 
Technical Terrain 3 out of 5 on a Cross Bike

Wilderness Riding 3 out of 5


That’s a lot easier than the 5 out of 5 at the Lakeland Monster last year and I did that one with a broken rib. All in all it’s no pick nick in the (North York Moors National) Park and it’s not a race (ahum). The strategy will be: A) with care on the technical sectors, B) steady pace on the hard pack surfaces and C) easy climbing on the hilly parts. I think I will be fine. Next Crit please!

maandag 19 mei 2014

GP Van Riemsdijk Zandvoort FC TRAPPIST


Om te beginnen, wat zat er allemaal niet mee in de aanloop naar de koers van FC Trappist op het Circuit van Zandvoort. Het weer was niet het mooie voorjaarsweer waar we allemaal op hoopten. In vier dagen tijd een maandgemiddelde aan regenwater. Dat zat de trainingen aardig dwars. Dan was er nog enig fysiek ongemak in de vorm van een rechterbeen dat niet zijn best wilde doen en zo’n beetje op halve kracht draaide. Maar de zwaarste morele domper was het breken van een spaak in het achterwiel daags voor de koers. Geen lichte carbon wieltjes voor op het circuit, maar een paar superlichte aluminium exemplaren die niet geschikt zijn om eens flink mee te sprinten. Teveel flex. Heel fijn voor een bergrit of een strakke tijdrit, maar geen koerswielen.

Wat zat er dan wel mee? Het weer verbeterde aanzienlijk. De zon liet zich zien en de temperatuur begon langzaam op te lopen. De wind bleef echter uit noordelijke richting blazen, wat het toch behoorlijk fris maakte. Maar geen regen, dat was wel het grootste pluspunt.

Deze vrijdagavondkoers had een mooie opkomst, zowel bij de A- als bij de B-groep met veel clubshirts. Racen op het circuit blijft een bijzondere gebeurtenis.

Voor mijzelf was het alweer ruim 27 jaar geleden sinds mijn laatste koers op het circuit, het Kampioenschap van Kennemerland, die eindigde in een massieve wolkbreuk. Het enige wat ik daarvan nog weet is dat ik goede benen had, maar onderkoeld moest opgeven na anderhalf uur koers.

Wat is er nu zo mooi aan het circuit? Welnu, twee zaken maken het tot een feestje. Namelijk lekker breed en fijn glooiend asfalt en een mooie lange rechte lijn naar de finish.


De koers startte om 19u00 en de eerste ronden was er een fijn tempo, waarin het zoeken naar de juiste plek in het peloton met het oog op de windrichting een prioriteit werd. Slechts op het lange rechte eind van start en finish was de wind in ons voordeel. Op de rest van het parkoers was het een lastig verhaal om fijn uit de wind te zitten. Uiteraard waren er aanvallen en ontsnappingspogingen, maar die strandden allen in de wind. Slechts een renner wist zich langere tijd uit de klauwen van het peloton te bevrijden, wat op zich al een compliment waard is. Chapeau hiervoor. Halverwege de koers was er toch een hachelijk moment waarop twee der favorieten zich in een kopgroep van vijf uit de voeten maakten. Het kostte ons grote moeite deze ontsnapping te neutraliseren. Ik had twee ronden nodig om weer te weten wie ik was. Naarmate het einde naderde (na vijf kwartier met nog drie ronden te gaan) nam de nervositeit toe. Tevens deed de vermoeidheid een duit in het zakje en werden de klimmetjes, de Hunzerug op, een aanslag op de beenspieren. Het zag er naar uit dat een massasprint de uitslag ging bepalen. Maar bij de laatste beklimming van de Hunzerug was er toch een renner die een gaatje geslagen had en met de afdaling, de Tarzanbocht en wind mee op het laatste rechte eind, zag hij zijn kans schoon en ging ervoor. Ik zelf zat rond de tiende positie op weg naar de Tarzanbocht en wilde nog enkele plaatsen opschuiven, voordat we de bocht uit zouden komen. Hiervoor moest ik vol gas buitenom door de Tarzanbocht. Door deze actie kon ik wel vanuit de derde positie in het peloton de sprint aanvangen. De eenzame koploper was al buiten schot. Zijn overwinning was een feit geworden. Wij, het peloton, deden ons best om de ereplaatsen te bemachtigen. Mijn sprint was niet om over naar huis te schrijven, maar ik kon mijn snelheid (55km/u) vasthouden tot over de streep. Het was echter niet genoeg om een podiumplek te bereiken, vanuit mijn ooghoeken zag ik op links nog renners hun wiel voor mijn voorwiel over de finishlijn drukken. Een zevende plaats was uiteindelijk het resultaat. Ik kon er na afloop tevreden mee zijn. Mijn kleine schare trouwe fans vonden het een mooie prestatie.

dinsdag 1 april 2014

De Smaak van Bloed


De Smaak van Bloed

Het wegseizoen startte bij ons, De Trappist, met een “traditionele” koppeltijdrit over een afstand van 3,2 km, iets wat verboden zou moet worden. Eigenlijk is er niets erger dan in bijna 5 minuten al je longblaasjes naar de vaantjes rijden. Met de juiste aanpak is het vast te doen, maar dan zal je zeker een uurtje moeten warm rijden. En daar gaat het al fout. Dat warm rijden doe je maar mondjesmaat en voor je aan de beurt bent, ben je al weer terug bij af. Onderweg spookt er maar een ding door je hoofd, ik moet straks nog een koers rijden, dus niet te gek doen. Maar er helpt geen lievemoederen aan. Na 1 kilometer ben je al naar de klote. Je hartslag stijgt tot grote hoogte, maar je snelheid daalt recht evenredig.
 

Na een, longen verscheurende, 3 kilometer, kom je door de laatste bocht en haal je het in je botte kop om er nog een sprintje uit te gooien. Met een fijne kopersmaak in de mond tot gevolg. De Smaak van Bloed. En dan begint het kuchen. Er staan 40 volwassen mannen zich de longen uit het lijf te hoesten op de streep. Het werkt aanstekelijk en je begint als vanzelf mee te kuchen. Volgens mijn huisarts is het een prikkel waaraan je niet moet toegeven. Er is namelijk niets mis met je. Het lichaam denkt dat er van alles aan de hand is, maar in werkelijkheid is het niet in staat geweest voldoende zuurstof op te nemen om aan je wieleraspiraties te voldoen. Het heeft jammerlijk gefaald, verzint een excuus en laat je onbedaarlijk kuchen en hoesten om de aandacht af te leiden.

Het grote voordeel van een sprint over 3 kilometer zonder noemenswaardige voorbereiding, is dat alles lekker openstaat voor de koers die erop volgt.  Moet ik er anders de eerste paar ronden er even inkomen. Nu zijn alle systemen direct online. Het plan was te wachten op de onvermijdelijke massasprint, maar al gauw blijkt, dat er lekker invliegen een veel beter gevoel geeft. Alle voornemens overboord, hatsikidee! Uiteindelijk eindigen we als koppel in de “Kansloze Vlucht” van de dag. Rijden we voor de tweede maal een koppeltijdrit en in plaats van de longen falen 300 meter voor de finish de benen. Het peloton davert ons voor de laatste bocht voorbij…

Ach, de kop is er af. Het was mooi weer en er was weinig wind. Het gezelschap was uitmuntend en deed zijn uiterste best om er een mooie wielermiddag van te maken. Dat belooft heel wat voor de komende wedstrijden.

woensdag 12 februari 2014

What is it about cycling that makes me feel happy?

When I get on my bike and hit the road, something changes inside my head. After about 10 to 20 minutes I get into the zone. My brain makes a leap in time. I become the guy I was 30 years ago. The rookie who believed everything is possible.  I see the same thing happen to other riders as well. My dad for instance, nearly 80 years old, gets that sparkle in his eyes, when he is on his bike. Looking at me, like he is going to ride me into oblivion. No way in hell, but his mind plays this trick on him in the same way it makes me believe I still can make it to the top. Keep dreaming, but it is part of the fun of riding your bike. Being something different then you really are, but then again…who knows?!



So, 20 minutes into my ride, they start, the voices in my head. No, it’s not a medical condition, it’s just happens. Most of the time they are the voices of the Belgium Sporza television commentators, Wuyts and De Cauwer. They start chatting about the weather, the way the wind blows, that sort of things. And after a while they begin there talk about the race. What happened before, how it is, that I ended up in the lead, on my own. That is always the case, when I ride alone, I have escaped the bunch early on. No doubt about it, I having a super day. Then Michel tells the listeners some back ground about me and José will add some obscure info he learnt before the race.

The funny thing is, I’m always me. Not some pro, past or present, but always myself. A younger version of course, but it’s me, that’s racing to fame and glory. It gets interesting when Renaat Schotte joins the party. He is the guy on the motor. Getting the other two up to speed from directly behind me. He or André Meganck is measuring time differences between me and the peloton. I am rider and the public all into one. To the end of my ride, the race in my head gets starts to develop into an “Is he going to make it to the end?” scenario. Renaat is counting down my advantage I have/had on the peloton. But in the end I always win the race! “This guy is going places” cries Michel Wuyts.

After the Vuelta (Tour of Spain) 2013, things started to change. I was no longer that rookie on the bike anymore. Somehow Chris Horner’s victory things changed. I don’t need to be the rookie anymore to win my imaginary races. I can do it as this old man I became. Age is no longer an obstacle for winning my races! José and Michel tell the world that you can do this if you are carefully plan your career on the bike and believe in ones self’s. So, these days I win my races as the smart old fox I have become. Riding around with a big smile on my face, like I own the world. And I am very happy…

woensdag 18 december 2013

Terug naar Af, ga niet langs Start.

Zondag ging ik, in het begin van de derde ronde, onderuit. Uit een modderige bocht naar links komend, zette ik aan en weg was mijn achterwiel. Geen grip meer met de noppen van de bandjes, welke eigenlijk al een tijdje aan vervanging toe waren. Ik was me daar de eerste twee ronden aan het glijden, op banden die de modder krampachtig vast bleven houden ter voorkoming van het onvermijdelijke, de vervanging. Ik had ze uiteraard in de afgelopen periode moeten vervangen, maar sentiment weerhield me. Het waren zulke fijne bandjes. We hadden samen heel wat kilometers afgelegd op de meest uiteenlopende ondergronden en nooit was er twijfel over hun kunnen. De laatste weken trad het verval in, minder grip in de bochten, minder tractie bij het optrekken. Je weet dan dat het einde nabij is. Er moest hard ingegrepen worden. Nieuwe, soepele bandjes met fijne grote, aanwezige noppen dienden om mijn velgen gelegd te worden.

de bandjes die ik had moeten hebben...


Maar ik was aan het dralen, nog niet tot de keuze gekomen wie mijn toppertjes zouden gaan vervangen. Een setje uit hetzelfde nest of toch eens een ander merk proberen? Beslissingen, beslissingen. Mijn hoofd stond er gewoon niet naar. Allerlei redenen voerde ik aan om het uitstel van de aanschaf te rechtvaardigen. Druk op het werk, de feestdagen komen er aan, alle boodschappen nog doen etc. Ondertussen ging het rap bergafwaarts met mijn bandjes. Ik wilde het niet zien en gaf de schuld aan mijn lichamelijke gesteldheid die al een tijdje onder niveau was. Het ligt niet aan de viool maar aan de violist, hield ik mezelf voor. Diep van binnen wist ik het wel, maar ik hield van mijn 35mm brede jongens. Ik had nog geen zin in de nieuwe, verplichte 33mm dunne optie. Ik wilde genieten van mijn oude, brede sloffen.

En daar ging ik dus. Mijn achterband trok het niet meer in de modder van Amsterdam Noord. Met een zucht liet hij het los. Het was op, over en uit. En in slow motion dook ik richting de grond met onterechte verbazing op mijn gezicht. Ik stak niet eens mijn arm uit om de val te breken. Stoïcijns bleef ik mijn stuur vasthouden, tevergeefs hopend dat ik als vanzelf weer rechtop zou veren. Helaas pindakaas! Ik ging als een blok tegen de grond. Boink! Eerst de schouder, daarna mijn elleboog en de rest volgde gedwee. De bovenarm zat volkomen in de weg en drukte zich aan de ene kant in de modder en aan de andere kant in mijn ribbenkast. Dezelfde zijde, die weken voordien ook al de klos was geweest en zich net weer een beetje happy begon te voelen. Alle fysiotherapiesessies voor niets. Ik voelde het direct. Dit was niet goed. Dit ging pijn doen. Sterker nog, het deed al pijn. Ik bleef even met gesloten ogen liggen. 2013 is niet mijn jaar. Waarom? Ik wist het niet en weet het nog steeds niet. Ik blijf in de mongolenwaaier en zit weer achterin.

Ik heb nieuwe banden gekocht. Verse jongens met flinke noppen. Het zal voor een andere keer zijn want het lichaam vindt fietsen op dit moment niet leuk. De kop trekt het ook niet meer. Het is klaar voor dit jaar. Lekker luierend de feestdagen doorrollen en in januari de draad weer oppakken. Ondertussen de fietsjes lekker vertroetelen met nieuwe onderdelen, die onder de kerstboom liggen te wachten.

 

woensdag 4 december 2013

De Mongolen Waaier


Gebroken rib, buikloop, stevige verkoudheid, kortom algehele malaise. Tegenslag komt in vele gedaanten en samen met een van de natste herfstperiodes van de eeuw, weet je dat het voor een andere keer zal zijn. Tussen weten en willen zit echter een behoorlijke kloof. Ik vind crossen leuk. Ik kan ervan genieten. Maar in plaats van een leuke cross te rijden, bengel ik steevast achteraan en word ik meerdere malen per wedstrijd gedubbeld. Frustratie alom. Het lichaam wil niet herstellen van alle leed dat het is aangedaan. Ik rij dan maar eens in de 14 dagen een cross om het voldoende herstel te gunnen. Slechts hoongelach valt mij ten deel. In mijn hoofd hoor ik het systeem grinniken, 50+, mankeert van alles, maar wil wel meedoen. No way!
 

Het crossseizoen is voor mij een verloren zaak. Daar komt nog bij dat het deelnemersveld dit jaar in omvang is toegenomen waardoor mijn kansen om redelijke punten te scoren geminimaliseerd zijn. Niet dat ik het erg vind. Hoe meer zielen, hoe meer crossvreugde. Ik rij gedwee mijn rondjes door de blubber, oefen mijn techniek in de bochten en hoop op betere tijden.

In vergelijking met vorig jaar rij ik gemiddeld 2,5 km/uur langzamer. Dat is best veel met crossen. Mijn starts zijn niet eens slecht. Ik rij meestal rond de twintigste plek het veld in, om na een halve ronde al door Jan (Gottmer) en alleman te zijn ingehaald. Na 500 meter is de koek op. Met of zonder gedegen warming up, het maakt niets uit, het licht gaat uit. Alsof mijn remmen aanlopen, mijn wiellagers vastzitten en mijn trapas al maanden aan vervanging toe is. Het ligt niet aan de draaiende delen van mijn trouwe fiets. Het zijn mijn bloedeigen onderdelen die het vertikken om mee te werken. Mijn hartslag blijft ver onder het toelaatbare, mijn benen voelen zwaar en mijn longen geven elkaar de schuld. De enigen die hun werk naar behoren doen, zijn mijn hersenen. Mentaal ben ik dik in orde. Ik kan me uitstekend opladen vlak voor de wedstrijd. Helemaal gefocust. Er is geen concentratieverlies gedurende de cross.

Zondag was er dan eindelijk een lichtpuntje. In de laatste ronde kon ik mezelf pijn doen en versnellen. Johan had de hele cross een eind voor me uit gereden. Ik moest hem gaan halen. Een kwestie van doorrammen tot het gaatje. Warempel, het lukte. Niet vanzelf, maar het lukte. Halverwege de ronde kwam ik aan zijn wiel en op het loopgedeelte door het zand wist ik hem te passeren. Met 50 meter voorsprong reed ik over de finishlijn. Wellicht is de ommekeer dan toch begonnen. Maar misschien had Johan een nog slechtere dag dan ik. Wie zal het zeggen?

Dus voorlopig zit ik nog in de mongolenwaaier. Weliswaar niet meer achterin, maar toch. Er is zicht op de staart van de volgende waaier. Licht aan het einde van de tunnel.


woensdag 16 oktober 2013

Lijntjes

Marijn de Vries schreef er laatst al over, lijntjes op armen en benen. Hoe deze te voorkomen?! Of, in mijn geval, juist niet. Tja, met onze zomer ging het deze Hollandse renner bijna niet lukken, een paar scherpe randen in armen en benen te laten branden door de zon. En nu aan het einde van het zomerseizoen rijst de vraag: “Hoe houden we de weinige verkleuring instant tijdens de donkere winter maanden?”

We waren dit jaar in april vier weken naar de Carribean vertrokken voor een fijne tropische vakantie met veel zon en zee. Bij thuiskomst zag je een behoorlijk verschil met de thuisblijvers. Maar een beetje bijhouden zat er niet in van de zomer. Het vroeg om een andere aanpak om kleur behouden te waarborgen. Onder de zonnebank dan maar, zou je denken. Dan moet je wel je koersbroek en shirt aan om de lijntjes intact te houden. Een behoorlijk warme aangelegenheid, geloof me.
Mijn vrouw had een monster gekregen van een bruiningsmiddel. Nu ben ik tegen allerlei vormen van onnatuurlijk kleuring, maar deze keer heb ik mijn bezwaren even geparkeerd. Dit middel pretendeerde iets anders te zijn dan een ordinair bruiningsgoedje. Simpel even met een geprepareerd doekje over de benen wrijven, even wachten tot het ingetrokken was en een streeploze bruine huid zou mijn deel zijn.

Laten we wel zijn, met gebronsde benen aan het begin van een wedstrijd of training staan, dat heeft een psychologisch effect om je fietsgenoten. Bruin gebrand staat gelijk als goed getraind.
Na een paar uur begonnen mijn beentjes mooi brons op te kleuren en bijna streeploos. Mijn voeten echter, die waren er minder goed vanaf gekomen. Daar was bij het aanbrengen een iets dikker laagje terecht gekomen en dat zag je nu best wel. Gelukkig bleef het allemaal onder de sokken verborgen.

De volgende wedstrijd werd ik begroet met de opmerking: “Zo, jij hebt lekkere bruine poten!” Missie geslaagd zou je denken, helaas, ik fietste als een natte krant. Wat vervolgens de reactie ontlokte: “Ik dacht, die zal wel lekker getraind hebben in het buitenland, maar dat viel tegen”, “Ja joh, nog een beetje last van de jetlag!” antwoordde ik verontschuldigend.
Het nadeel van gekleurde benen is, dat het verwachtingen schept, die je wel moet kunnen waarmaken.

Het voordeel is, dat het doping is voor de moraal. Met zulke mooie gesoigneerde beentjes moet je wel hard gaan, ook al heb je nog geen meter getraind! Maar zoals met de meeste doping blijft het een “quick fix that does not last!”, want na een paar dagen vervaagt de kleur en ben je weer terug bij af.