En daar sta je dan op een zeer koude zondagochtend om half negen, vroeg in de ochtend, aan de start van La Primavera, Milano-Sanremo. Niet in koerskledij maar in dikke zwarte lange jas met dito platte pet en een vette “Stampa” kaart van de organisatie om je nek. Wat begonnen is aan een weekend bezoekje aan een Italiaanse vriendin, eindigt als een droom van elke wielerliefhebb...er. Je staat niet achter het hek, maar in de belangrijke mensen ruimte voor het inschrijfpodium. Naast je staat Andrea Monti, de belangrijkste man van de grote koersen in Italië, en samen praten jullie wat over het slechte weer en de kansen van de toppers. Af en toe onderbroken door een door hem te geven interview. Je ziet iedereen denken: “Wie is die man naast Monti? Is hij belangrijk? Moeten we hem ook wat vragen?” Je lacht ze geheimzinnig toe. En denkt: “Wat een mazzelpik ben ik toch!”
Met je bescheiden camera maak je wat super close up foto’s van de renners, dit tot ongenoegen van de aanwezige persfotograven, zij moeten achter een lint blijven staan. “Broodroof!”, denken zij. Je wisselt wat woorden met een renner en houdt zijn fiets even vast, als hij het podium beklimt om zijn presentie krabbel te zetten. Stiekem til je de fiets even van de grond om het gewicht te peilen. De renners hebben meer gewicht aan kleding aan het lijf hangen, dan dat hun racemachines wegen. De speakers ratelen in het Engels en Italiaans de namen en bijbehorende wapenfeiten van de renners op het podium af. Je probeert de renners in de ogen te kijken. Waar is de focus? Hoe strak staan ze vandaag? De latere top tien maakt een gedreven indruk, de latere afstappers klagen nu al over het weer. Zo werkt het, als je het niet uitstraalt dan ga je geen kans maken op een goede klassering. Sagan’s ogen spugen vuur! En de blik van Ciolek spreekt boekdelen, maar niemand let op hem. Kleine ploeg, niet zo interessant voor de media. Cavendish kijkt strak onder zijn nieuwe helm vandaan. Wie zijn mijn concurrenten vandaag. Stannard, Phinney? Of toch Cancellara…misschien wel Chavanel!
Na tienen klinken de schrille fluitjes van de organisatie. Alle renners aan de start! 1,2,3 hup daar zie je ze vertrekken en de hele sliert auto’s trekt zich achter de renners op gang. Nog niet wetende van de sneeuwval, de ingelaste busreis, de extreme koude die ze zullen lijden. Nog niet…
Voordat je terugkeert naar het lekkere warme appartement, nog even een stop bij de Sky bus. Je had namelijk via internet gehoord, dat er mooie Rapha badges, speciaal voor deze Sanremo, worden weggegeven. Je bent fan of je bent het niet.
There you are, on a very cold and early Sunday morning, at the start of Milan – Sanremo, La Primavera. Not wearing your kit, but a warm, long black coat, your black cap and a “Stampa” card, you got from the organizers of this epic race, hanging round your neck. What started out as a weekend visit to an Italian friend, ends with a dream of every cyclist in the world. You stand not... behind the barrier but in front. The space only occupied by very special people, straight in front of the presentation podium. Your smile is too big for your mouth. Next to you stand Andrea Monti, organizer of the big four in Italy. You speak small talk, about the coming race and the favorites, only to be interrupted for some interviews, he has to do for TV around the world. Their eyes look at you. “Who is he? Is he anybody? Do we need to ask him something?” You just keep on smiling and think: “you luck devil!”
With your not so fancy camera you take super nice close ups of the cyclists, but not everybody is amused. The pro’s with their state of the art cameras are behind the rope and do not like you. They think you steel the best shot of them. But do you care? Not really. You talk to one of the bunch and hold on to his bike, while he signs off at the podium. You can’t resist and just lift the bike to feel the weight. Now you know those guys wear more clothes in weight than their bike measures. The speakers motor mouths in English and Italian the names of the riders and their heroic victories.
You try to look the riders in their eyes. Who is focused and who is not. Is there fire in their eyes? Do they believe today is their day? The top ten of later that day is ready to bent steel bars with their bare hands, the DNF’s of the day already complain of the weather, the cold, the illness. That’s the way it works, if you look like it, there’s a really good change you make it. Sagan’s eyes are shooting lighting bolds! And the look in Ciolek's eyes says it all, but nobody is notices it during the teams signing of the sheet. Bad mistake! Cavendish looks, with new helmet, means business! He looks around. “Who are my enemies to day? Stannard? Phinney? Maybe Cancellara or even Chavanel! You never know these days.
After ten o’clock the whistles sound, time to get to the start line. And without further ado, they’re off! With them trails a mighty armada of cars and busses. Not knowing that this is going to be hell on earth with extreme conditions on the road and including a bus ride in the middle. They will suffer bad, but not yet…
Before you return to the comfort of the warm apartment, you need to make a stop at the team bus of Sky. They promised, on the internet, a badge of honor of this Sanremo 2013, especially made by Rapha. After all, you’re a fan, don’t you?!
The big guns are called to the front row. I’m small fish, so I’m in the back. It’s damp, nearly raining, we wait. The word is “GO” and we’re off. It starts with a tarmac climb, And ends with full speed in to the field. 45 minutes at max HR, must be crazy. It’s slick and muddy. I go fast, they go too fast. I’m in the back of the field, I think…... First juveniles overtake me. Their weight is none, they float. I just sink into the mud. What round I’m in? 25 minutes into the race. Getting tired, making mistakes. Stay on the bike. Stay on the bike. Dad is yelling: “come on!” He is so happy to be here. Forgot his Wellies, Mom will be pleased. I plough on, get of the bike and run. Much faster, running here. Mud sucks at my feet. Nice! Was that the bell? I hope so! One more time through the mud. Mud glorious mud, I love it. I don’t care what place I’m in. Just want to play…
Van de week met vaders een rondje gefietst. Hij wordt dit
jaar 78 en zit al ruim 60 jaar op de fiets, maar hij voelt zich nog steeds 18
en gedraagt zich navenant. Een jonge god gevangen in een ouder wordend lichaam.
Maar zolang het tempo niet teveel op en neer gaat, kan hij rustig boven de 30km
gemiddeld aan het wiel rijden. Je moet hem lekker uit de wind houden, als een
duur betaalde kopman. Soms is het stil achter me en moet ik even gluren of hij
er nog is, maar meestal produceert hij lichaamseigen geluiden, zodat ik weet
dat hij nog aan mijn wiel hangt. Naarmate we langer onderweg zijn, raakt hij
beter op stoom. De inwendige kooltjes gaan dan gloeien en hij krijgt het op
zijn heupen. Het jonge veulen in hem ontwaakt. Onverschrokken zet hij zich op
kop en trekt strak door om even later, na de aflossing, de aansluiting bijna te
missen. Ik geniet er in stilte van.
Hij denkt niet aan de aansluiting missen als hij de kop
overneemt. Hij denkt aan koersen van weleer, aan Belgische kermisrondjes uit de
jaren 50 en 60, aan wedstrijden van dorp naar dorp door het Vlaamse land. Hij
ruikt de geur van massageolie, friet en bier. Hij rijdt op kop van het peloton,
“d’Hollander”. Van maart tot oktober reed hij daar, kriskras door het Mekka van
de wielersport. In zijn levensonderhoud voorziend met arbeid op het land,
spaarcentjes en gewonnen wedstrijdpremies. Trainend en koersend met zijn
Belgische kameraden tot in de eeuwigheid. Althans, totdat hij door ons wordt
afgelost en benen moet maken om achter aan te sluiten. Hij geniet er in stilte
van.
Soms haalt hij capriolen uit waar je hart van overslaat.
Op een kruising steekt hij zomaar over terwijl de auto’s aan alle kanten
voorbij razen en wij in de remmen knijpen. Je kunt het honderd keer zeggen, dat
het gevaarlijk is, maar hij deed het vroeger ook zegt hij en het gaat best. Ja,
vroeger, toen ze nog met paard en wagen reden zeker. Egeltje noemen we hem,
want er komt een dag, dan is hij net zo plat.
Maar ik snap het wel. Hij wacht niet aan de overkant, hij
trekt nog een keer flink door. In gedachten is hij ontsnapt aan het peloton.
Nog eenmaal rijdt hij voor de eer en glorie. Solerend naar de overwinning. Hij
hoort zijn naam zingen over de koersradio. Gaat hij het halen? Nee, helaas
verstoren wij zijn fietsdagdroom en stuiven hem op hoge snelheid voorbij. Aan
het einde van de weg wachten we op hem.
“Gaat het?” vraag ik.
“Jawel, maar weinig macht vandaag.” zegt hij en trekt er
een grimas van een 78-jarige bij. We genieten er beide in stilte van.
Het is fantastisch weer! Volop zon en warmte, zo zie ik
het graag. Ik zoef over de polderwegen op vederlichte pedalen. Weg met de arm-
en been stukken. Weg met regenjacks en windstoppers. Overschoen? Niet nodig. En
zeker geen helm muts.
O, wat een zaligheid. Daar hebben we zolang op moeten
wachten dit jaar. Natuurlijk waren er mooie dagen, maar nog niet zo mooi als
nu. Ik fietsdroom over het asfalt.
Prrrrrrrr. Wat is dat? Plots hoor ik een geluid wat ik
net kan thuisbrengen. Als ik mij er op concentreer is het weg. Vast niets. Ik
glij weer in mijn gelukszône op weg naar niets. Puur fietsgenot.
Prrrrrrr. Hé, daar is het weer. Ik snap er niets van. Het
is niet de ketting en ook niet een van de derailleurs. En nu hoor ik het niet
meer. Ondertussen heb ik een voor me uitrijdende renner ingehaald en groet hem
vriendelijk. We kijken elkaar even aan met een blik dat boekdelen spreekt.
Super weer! Ik ga op koprijden, wat kan me gebeuren vandaag.
Prrrrrrrrrrrrrrr. Ergens diep onder mijn hersenpan word
ik weer gewaar van het geluid. Maar voordat ik me er druk over kan gaan maken,
komt de ingehaalde renner naast me rijden en kijkt me verbaasd aan.
“Sorry dat ik het zeg, maar u zit te spinnen als een
poes”
Prrrrrrrr. Ja, dat is het. Ik zit te spinnen als een
tevreden poes. Prrrrrrrrrrrrrrr….
Ik was vorige week zaterdag in Monaco tijdens de Historic
Grand Prix 2012, niet zozeer voor de oude raceauto’s, maar het kwam
toevallig zo uit. Om onze bestemming in Monaco te bereiken moeten mijn vrouw en
ik een alternatief parcours afleggen. Het gehele stratencircuit is afgezet met
hoge hekken voorzien van zeildoek om het zicht van de voorbijgangers af te
houden van de races. Je kunt voor een klein bedrag op een tribune plaatsnemen,
maar gratis kijken is uitgesloten. Terwijl we door het warme stadshart onze weg
proberen te vinden, loop ik langs een jongeman achter de kinderwagen. Er flitst
direct een naam door mijn hoofd. Gilbert!
Nonchalant loop ik een eindje door en stop voor een
etalage met horloges die per stuk meer kosten dan mijn hele fietsenpark bij
elkaar, maar dat heb je hier al snel. Mijn vrouw komt naast me staan en vraagt
zich verbaasd af waar ik naar kijk. “Gilbert!” zeg ik op fluistertoon. “Wie?”
“Gilbert! Daar, achter de kinderwagen!” “Gilbert?” “Jaha, Philippe Gilbert!”
“Oh, weet je het zeker?”
Tja, weet ik het zeker? Hem herkennen in vol tenue met
helm en bril, op de fiets in volle vlucht. Eitje. Zeker met zijn driekleur aan.
Maar nu loopt er een mager mannetje achter een buggy langzaam op mij af.
Strakke lange broek en dito strak blauw shirt aan. Een gewone jongeman met
kind. Ik twijfel. Er zijn heel weinig aanknopingspunten. Hij loopt ons voorbij.
“Ik denk dat het hem is” hoor ik mezelf zeggen. “Zal ik een foto van hem
maken?” vraagt mijn vrouw. Ze heeft de halve wereld rondgetoerd met een band en
is niet snel onder de indruk van VIPs in het wild.
Nee, stel dat ik me vergis. Sta ik mooi voor lul. Er
stopt een Bentley naast Gilbert. Een matzwarte Bentley cabrio met een kale,
‘enge’ man en een te jonge blonde dame als bijrijdster. Zo’n auto voor erbij.
Voor als je niet met de Lamborghini op pad wilt, maar toch een beetje knap voor
de dag wilt komen.
Door de herrie van de rondracende oldtimers op het
circuit achter ons hoor ik geen woord van het gesprekje dat op een tiental
meters van me vandaan plaatsvindt. Mijn Frans is er trouwens te slecht voor. Ze
schijnen elkaar te kennen en er wordt gelachen. We lopen weer door en langs
Gilbert om op de hoek stil te staan en te doen alsof we op zoek zijn naar een
geschikt restaurant voor de lunch.
Gilbert in Monaco. Hij is zich vast aan het voorbereiden
op de rest van het seizoen. Een beetje rammen tegen de Col de la Madone,
Lance’s favoriete trainingsklimmetje. Eens zien waar hij staat na het mindere
voorseizoen. Of de beentjes het nog willen doen. De kale man doet heel joviaal.
Ik heb geen idee wie hij is en mijn fantasie slaat op hol.
Het zal toch niet zijn geheime leverancier zijn? “Hé
Philippe, nog wat nodig voor de Ronde van België? Ik heb nog een paar mooie
spullen voor je. Kunnen ze nog niet zien bij de controles, topkwaliteit!”.
“Nee, ik ben nog voorzien”.
Nee, ik wuif de gedachte weg. Gilbert is clean. Anders
had hij wel beter gereden dit voorjaar.
Waar gaat het dan over? Het feestje van gisteren of
morgenavond? De aanstaande Ronde van België? Of gewoon over koetjes en kalfjes?
Hoe langer ik hem gadesla, des te meer geloof ik dat het
werkelijk Gilbert is. Maar hoe weet ik het zeker? Er zijn vast meer mannen met
zo’n gezicht.
Uit de buggy wordt de speen weggeslingerd. De kleine
raakt kennelijk verveeld. De jongeman bukt zich en ik weet het zeker. GILBERT!
“Weet je het al?” zegt mijn vrouw. “Foto maken?”
“Niet nodig” zeg ik. Het is Gilbert en hij is in heel
goede doen! Want terwijl hij bukt, bollen zijn spieren onder de dunne stof van
zijn slim fit broek. WOW! Legpower van het ergste soort.
Gilbert tilt de kleine uit het kleine wagentje in de
grote wagen en klapt de buggy in. Die verdwijnt samen met Gilbert op de
achterbank van de Bentley.
Daar gaat hij, Philippe Gilbert, aankomend winnaar van de
Ronde van België en alle daarop volgende koersen…
Soms zoek je een uitdaging ver
buiten je comfortzone. En zo vond ik de 3 Peaks Cyclocross race op internet.
Een CX race over een ongelooflijk parkoers, ruim 60km dwars door de Yorkshire
Dales. Je verzint het niet. De titel zegt het al, drie toppen (elk 700 meter hoog) in een
bar landschap, zonder noemswaardige weg naar boven en naar beneden. Slechts
veredelde wandelpaden, gravel, losse keien, gras, heidebegroeiing…niet
toegankelijk voor fietsers, maar op een zondag in september mag je helemaal uit
je bol. Aangezien het een natuurpark is en een wedstrijd, is het deelnemers
aantal beperkt tot zeshonderd. Iedereen mag zich inschrijven, waarbij je
aangeeft wat je de afgelopen tijd allemaal hebt gefietst en waarom je graag
wilt meedoen. Na 14 dagen hoor je of je bent geselecteerd voor de race.
Ik mag dus meedoen op 25
september a.s. Ik heb me wat op de hals gehaald. Uiteraard heb ik elke foto en
film op internet, evenals elk verslag en blog bestudeert. (www.3peakscyclocross.org.uk) Dat
het geen kattenpis is blijkt al uit het feit dat je verplicht een survival
pakketje bij je moet hebben (o.a. een grote oranje “vuilniszak” waar je in kunt
kruipen als het lelijk mis gaat). Support (eten, drinken en materiaal) moet je
zelf regelen. Dus menigeen heeft de ganse familie en vriendenkring over het
parkoers uitgezet met bidons, repen en wielen. Dat gaat mij niet lukken. Mijn
vrouw gaat mee en om haar op elk ondersteuningspunt te laten staan is een
grotere prestatie dan de wedstrijd rijden. Ik moet meenemen wat ik nodig heb
voor de hele race, tenzij ik aan kan sluiten bij een supportteam. Anders wordt
het een Camelbak (2 liter),
vier repen en twee gels voor onderweg. Het moet toch voldoende zijn. Bidons
zijn geen optie, die zitten in de weg bij het dragen van de fiets. Volgens de
organisatie is er 6-8 mijl
onrijdbaar terrein, waarvan het meeste heuvel op. Ik ben er nog niet uit of het
nu heuvels zijn of bergjes. Voor mijn polderbegrip zijn het bergen. Ik heb
alleen het Kopje van Bloemendaal om te trainen en dat is niet bepaald een
heuvel laat staan een berg.
De voeding is niet mijn
grootste probleem. Materiaal is een nachtmerrie aan het worden. Met een
standaard CX verzet gaan we het niet redden. De 46/38 crank ligt al op de
werkbank. Ik rijd nu met een 48/34 crank in de rondte. De cassette is een 12-28
en is de max voor de huidige opzet. Ik denk er over om toch een 46/34 crank uit
te proberen. Met dikke benen van het klimmen is het wellicht handige een
lichter voorblad te hebben op de “vlakke” stukken om lekker te kunnen rouleren.
Die 48 zit niet in het systeem van mijn benen, voelt niet fijn.
Tot aan de vorige editie mocht
je met een recht stuur rijden, deze editie is een racestuur verplicht om het CX
karakter te behouden. Een recht stuur heeft voordelen. Namelijk, je kunt dan
kiezen voor een MTB opzet. De schakel mogelijkheden zijn ruimer en je kunt dan
gebruikmaken van V-brakes in plaats van Cantilevers en dat scheelt een slok op
een borrel. In een normale CX race heb je de remmen bijna niet nodig, maar op
de 3 Peaks is enige remkracht toch wel een pre in de afdalingen.
Omdat canti’s nagenoeg geen
remkracht produceren, ben ik eens gaan experimenteren met V-brakes en STI
shifters. Drama. Ik heb nu de meest passende oplossing voor het remprobleem
gevonden. Niet optimaal maar wel stukken beter dan canti’s. Er zitten nu mini
V-brakes (Tektro RX-6) gemonteerd met crosstops als extra remhendels. De grote
remblokken heb ik vervangen voor korte canti blokken en dit werkt naar behoren.
Nagenoeg geen vibratie op de voorvork. Geen zompig gedrag meer en redelijk
goede rempower met de STI. De crosstops remmen nog krachtiger en directer. Ik
ben er tevreden over…er is alleen stukken minder ruimte voor modder, maar dat
moet in deze race geen probleem vormen. (er bleek toch meer modder te zijn!)
Aangezien de ondergrond 90%
hard is, rijdt men rond met 4,5bar druk in de banden. Dat is wat anders dan de
2,5bar die er normaal in zit. Het rijgedrag is heel anders met de knetterharde
noppenbanden. Maar een druk onder de 4bar geeft zeker grote kans op
stootlekken. Lichamelijke ongemakken kan ik aan, maar materiaalpech word ik
nooit vrolijk van, dus dat moet voorkomen worden. Vandaar de hoge druk en de
“dikke” binnenbanden (38-42mm)
Blijft er nog maar een ding
over. Hoe train je in godsnaam voor zoiets? Ik heb uitgerekend dat je gemiddeld
toch ruim een uur moet lopen per berg en als de omstandigheden tegen zitten
(weer en ondergrond) kan het makkelijk anderhalf uur lopen worden met de fiets
op de nek.(profetische uitspraak!) Als ik ergens een hekel aan heb ik het
“onnodig” lopen. Maar het neemt niet weg dat er gelopen moet worden en wel berg
op. Gelukkig beschikt het Kopje van Bloemendaal, naast een mooie mogelijkheid
om fietsend naar boven te komen, ook over drie trappen. Deze steile trappen
gebruik ik om het lopen te oefenen en dat valt nog niet mee. De hartslag vliegt
omhoog tijdens het traplopen. Daar moet de komende weken nog flink aan
getrokken worden, om zonder ontplofte benen en hartslag boven te komen.
Techniek in het klimmen en dalen zal niet het grootste opstakel zijn. Het
omhoog lopen is mijn grootste zorg. Een trap is nog geen begroeide, oneffen
rotsige ondergrond…
Aan de andere kant staat het
avontuur. 60km buiten je comfortzone zoals het zo mooi heet. Iets doen wat niet
alledaags is. Ik ben al weken zenuwachtig. Ik droom van een eindtijd van net
onder de 4 uur, maar weet dat ik blij mag zijn met een tijd onder de 5½ . Maar
het kan ook zomaar meer dan 6 uur worden. Hoe dan ook wordt het een belevenis.
22 september 2011
We zijn vertrokken voor bijna
3 weken vakantie in Engeland, via Rotterdam met de Ferry naar Hull. Ik ben best
wel nerveus voor dit avontuur. Heb ik er genoeg voor gedaan? Heb ik alles bij
me? En nog zo’n 100 vragen gieren door mijn hoofd. Eenmaal op de boot is er
niets meer aan te doen…
23 september 2011
We zijn in Engeland. Eerst
rijden we naar Harrogate voor koffie in Betty’s Café, “wereldberoemd” sinds
1800 zoveel. Tevens koop ik nog een Specialized ¾ koersbroek, want het is
regenachtig en fris, en ik heb geen zin in kniestukken. Even fijn shoppen bij
de Specialized Concept Store in Harrogate.
In de middag arriveren we in
Austwick (6 km
van de start), alwaar we “the Friendly Room” hebben gehuurd voor het weekend.
Bij aankomst blijkt de B&B geheel door deelnemers afgehuurd te zijn. De
zoon van de eigenaar Alec, Don en twee vrienden, John en Jarrod. En niet onbelangrijk
… ik ben verzekerd van een supportteam!
24 september 2011
Het is een treurige dag
vandaag wat het weer betreft. Nat en grijs. We besluiten naar Settle te rijden
met de auto en de trein naar Appleby te nemen. Dwars door de Yorkshire Dales
heen en weer om een indruk van het gebied te krijgen. Hij blijft de hele dag
nat…Op de terugweg zit er een reisgezelschap met gids in de trein en krijgen we
gratis een uitgebreide “rondleiding”. Terug in Settle ontmoeten we de zoon van
Alec, Don en een van zijn maten, John. Die gasten zijn begin dertig en hebben
geblokte kuiten. Eigenlijk zijn het Fell runners die ook fietsen. Het geeft me
te denken. Hoeveel lopen moet ik eigenlijk morgen?
25 september 2011
Raceday! En het is nog steeds
grijs maar wel droog. 9u30 is de start. We rijden met Don en de twee
fietsvrienden, John en Jarrod, naar de start voor het ophalen van het
rugnummer, wat eigenlijk een mouwnummer is, en de Dibber (chip). Het is al
behoorlijk druk bij de start en na het noemen van naam en nummer (352) krijg ik
een enveloppe met de spullen. Zucht, diepe zucht…de spanning neemt toe. Als
ontbijt heb ik een warm expeditie ontbijt genomen. Een goede basis is het halve
werk. Het ligt als een blok in mijn maag, maar het kan ook de spanning wel
zijn. Terug bij de B&B leggen we de laatste hand aan voorbereiding en om
8u30 stappen we op de fiets om rustig de 6km naar de streep te rijden. Het
wordt steeds donkerderderder….
9u00, het begint te regenen.
Ik trek mijn knalgele regenjack over mijn Camelbak aan. Het is de bedoeling dat
je bij het bord gaat staan van de tijd die je denkt te rijden. Dus zou ik
ergens achteraan bij het 5 uur bord moeten gaan staan. Ja, aan me hoela. Ik
wacht even af waar het startlint wordt gespannen en neem dan direct erachter
plaats. Zo, die zeshonderd mannen en vrouwen moeten me eerst voorbij! Helaas
schuift het lint nog een paar metertjes op naar voren, zodat ik op de derde rij
terecht kom. Geen punt. Alleen de Italianen dringen zich nog op de voorste rij
er tussen, de rest sluit braaf achter aan. Wat zijn ze toch beleefd die
Engelsen. Het regent nu lekker door, nog 3 minuten voor de start. Ik ben er
klaar voor. Lekker dringen en duwen hier vooraan. We zullen de eerste
kilometers tot aan de voet van de eerste berg achter een pace auto aanrijden.
Dan is het aftellen
begonnen…3, 2, 1 en we zijn weg. Ik rij bij de eerste vijftig de brug over.
Achter me hoor ik ze vallen. Teveel duwen en dringen dus.
De pace auto zet er goed de
sokken in. We rijden zeker boven de 40km/h en dat doet direct zeer. Ik ben geen
snelle starter en moet even pas op de plaats maken om mezelf niet over de kop
te rijden. Ik ben gewaarschuwd voor een klimmetje halverwege het eerste stuk en
ben van plan het in een keer op te knallen op de 46 voor. Helaas gaat het mis
in de eerste meters. Als ik ga staan op de pedalen en krachtig door duw, schiet
ik uit de clips. Damn, ik kom bijna tot stil stand en wordt aan alle kanten
voorbij gevlogen. Mijn clips staan vrij los afgesteld zodat ik makkelijk er in en uit kan…helaas iets
te makkelijk. Ik wurm me naar boven en verlies zeker 200 plaatsen. Ik vloek
hartgrondig. Niet alleen ben ik de plaatsen kwijt, ik moet ook op 46 nog boven
zien te komen uit bijna stilstand.
Enif, ergens in het midden van
de groep draai ik de weg af de bridleway van de eerste berg (Ingleborough) op.
Alles is nat en al gauw verdwijnt het pad onder de modder. Er valt bijna niet
door te fietsen. Na 500
meter houdt het op, het pad. Nu is het lopen, glijden en
glibberen en de stijging begint. Ik had gedacht meer te kunnen fietsen, maar
nee, het lopen begint al vroeg. 30 minuten na de start loop ik te hijgen als
een lastpaard. Even terug op adem komen. Denk hemelhaak! Diep in ademen en diep
uit. Da’s beter. Het pad wordt stijler en mijn looptempo daalt. Echter niet van
de anderen, die hollen nog vrolijk door de nevel en mist. Stelletje Fell
Runners! Het is grauw, grijs en nat. En als ik mijn bril met gele lenzen
afneem, wordt alles nog grijserder. Pfff.
Ik word aan alle kanten
voorbij gestoken, gehold en gedraafd. Ik probeer harder te lopen, maar dat hou
ik niet lang vol. Tja, dat kun je dus niet trainen op het Kopje van
Bloemendaal. Ik moet mijn eigen tempo lopen. De ondergrond is helemaal
verzadigd met water en zuigt aan de voeten. Mountain Bike schoen zijn geen mountain Hike
schoenen! Het woord “Klûnen” komt in mij op. Polp, ineens is het er. Dit is CX
Klûnen.
We komen aan bij Simon Fell,
het steilste stuk van deze berg. Er kan eigenlijk alleen langs het hekje
geklommen worden in een colonne naar boven. Ik trek me aan het hekje omhoog met
mijn neus bijna tegen de grond. Dit is zwaar. Mijn kuiten zijn wel goed
getraind, zolang ik mijn eigen tempo aan houd. Maar dat is echt te langzaam. Ik
klim al een uur met mijn fiets op mijn nek! Ik had al boven willen zijn, maar
door de mist zie ik de top niet eens. Hoever zou het nog zijn? Het wordt wat
vlakker en nog modderiger. Ik probeer een paar stukjes te fietsen. Heerlijk
even de kuiten iets ander laten doen. Dan doemt er een rotspartij voor me op,
waar ik tussen door, over grote blokken steen naar boven moet klauteren. Nog
een klein stukje en dan ben ik boven. Geen hand voor ogen te zien! Boven vlakt
het een beetje uit en kan er weer gefietst/gehold worden. We volgen een lint op
de grond, want anders verdwaal je zo in deze mist. Er staan mannetjes van de
Mountain Rescue en de organisatie. Ik moet mijn “Dibber” in een scanner stoppen,
zodat ze weten dat ik boven ben geweest en wat mijn tijd is.
Eindelijk afdalen!!! Maar
eerst naar beneden klauteren over grote oneffen rotsblokken. Dan kan er worden
gefietst. Boven heb ik achterom gekeken en ik ben nog niet de laatste…voor hoe
lang nog. Tijdens de klim wel gedacht dat het helemaal niets ging worden
vandaag. Mentaal de knop omgezet, dat we gaan uitrijden en genieten. Time is
not a issue any more.
Alec (Eigenaar van de B&B)
zou op me wachten in Cold Cote en warempel hij staat er nog!!! Toffe peer. Hij
heeft eten en drinken voor me, maar ik heb nog niets nodig. Foutje blijkt
later, want ik zeg hem niet meer op me te wachten en voor zijn zoon Don te
zorgen. Ik red me wel…
Het is nu een stuk asfalt
richting de tweede klim. Het waait nu hard en dat zorgt dat de mist verdwijnt.
Hier en daar zie ik stukjes blauw in de lucht. Ik heb mijn regenjack
uitgetrokken. Mijn enige bescherming tegen de wind is mijn windstopper vest.
Lekker eten en drinken voor de volgende klim in het zog van twee andere
rijders. En plots draaien we de weg af richting de tweede klim. Er valt het
eerste stuk best te rijden. Toch houdt het op…we gaan weer van de fiets om te
klimmen. De klim bestaat hier uit een soort trap van grote blokken oneffen
steen. Heerlijk. Ze zijn nat en modderig en dus glad. Daarnaast is het vrij
stijl en fungeert mijn fiets als een zeil. De wind trekt me zo nu en dan bijna
omver. Aan de klim lijkt geen einde te komen. Toch is het na verloop van een
uur wel gedaan. Ik ben nu op een ridge (rug van de berg Whernside) waar
redelijk gefietst kan worden, soms even lopen, naar de top. Ook hier staan de
MR en de mannetjes klaar om je te scannen. Ze zijn dik ingepakt. Het is hier
best koud en ik trek mijn regenjack weer even aan. Even voorbij het meetpunt
staat er een deelneemster aan de kant aan haar wiel te trekken. Ik vraag of
alles goed gaat. Ze weet niet hoe haar cantilever rem los moet….Ik leg het er
uit en doe het voor. Nu kan ze haar lekke voorband vervangen. Ik rij door en
roep dat ik straks een biertje van d’r krijg.
Het ligt hier bezaaid met
scherpe stenen, goed sturen en je pad kiezen is belangrijk. Dan gaat het met
een zelfde soort stenen trap naar beneden. Het is een risico om op de trap af
te dalen. Beter is het om naast de trap een pad te kiezen, wel met het gevaar
van een te zachte ondergrond en een buiteling over het stuur te maken. Ik ga
duidelijk te langzaam hier, want de dame van de lekke band komt over de trap me
voorbij gehold! Ik besluit haar voorbeeld te volgen. Inderdaad gaat het
sneller. Het doet wel verrekte zeer aan de kuiten en ik kan haar niet
bijhouden. Ze dartelt vrolijk verder. Als het wat uitvlakt en de treden gaan
over in een soort pad, kan ik weer fietsen en haal haar weer in. Volgens het
scanmannetje op de top lagen er nog 17 man achter me….Er is een tijdslot aan de
start van de volgende klim. Ik moet daar om 14u00 zijn anders is het voorbij.
We rossen in een groepje, voorbij het grote treinviaduct, hard naar beneden.
Het weer wordt steeds beter en ik heb mijn jack tijdens de afdaling weer
uitgedaan. Het ding ziet er niet uit…onder de modder en de rits is stuk.
Beneden gekomen heb ik nog 20
minuten om naar de volgende berg te komen voordat het 14u00 is. Ik kieper er
nog een gel en een reep in en drink mijn laatste drink. De Camelback is leeg.
Shit, geen drinken meer en ik moet nog een klim. 2 liter opgezopen. Eerst
maar de tijd halen. Met nog twee mannen rijden we flink door. Als ik op kop
kom, gooi ik er nog een schepje boven op. Als ik na een paar kilometer om kijk
zie ik niemand meer. Dan maar alleen doorharken tegen de wind in. Er zitten nog
twee klimmetjes in die ik slecht overkom. Ik moet terugschakelen naar het
kleine blad. Daarna kan ik weer naar het grote blad. De lekke band dame was me
in de daling toch te snel af en rijdt nu een paar honderd meter voor me uit. Ze
heeft elke steen in de afdaling twee keer geraakt! Vind je het gek dat ze lek
rijdt.
Ik zie haar afslaan naar
links. Daar is dus het beginpunt van de laatste berg. Nog even de tanden op
elkaar en rammen. Ik kom in volle vaart op het meetpunt aan. Nobody is gonna
stop me anymore! En ik vlieg zo het pad richting klim op. Even doortrekken op
de eerste 500 meter
en dan uitpuffen. Zo, nu eens zien. Wat gaan we doen? Als eerste hang ik mijn
regenjack aan een hek. Geloof het of niet maar de zon schijnt en de temperatuur
loopt lekker op. Ik eet nog een reep…de laatste. Maar ik heb geen drinken meer.
Ik kijk naar de zichtbare top van Pen-Y-Ghent. Damn best nog wel een klim. Dat
wordt niets zonder drinken. Kramp ligt dan op de loer. Deze klim is een soort
karrenpad waar over te fietsen valt. Zowel omhoog als naar beneden, enkele
stijlen stukken daargelaten. Miscchien wel veel stijle stukken. Het is zo niet
te zeggen. Ik loop een stukje en kauw mijn reep weg. Een oudere dame met een
set reserve wielen langs de kant moedigt me aan. Allemaal mooi en prachtig
natuurlijk mevrouw, maar hebt u nog drinken over? Ze geeft me een halve liter
fles water. Zo eten naar binnen en drank in de Camelbak. We kunnen hoor!
Ik fiets zoveel mogelijk
omhoog luid aangemoedigd door wandelaars, supportteams en rijders die al boven
geweest zijn. Deze klim is een visa versa, dezelfde weg omhoog en naar beneden.
Halve wegen kijk ik nog eens om. Niemand meer achter me. Ik ben dus de laatste
die naar boven mocht. Ik ga voor de rode lantaarn!!! First and last Dutchman!
200 meter voor de top komt lekke band dame me tegemoet. Ze
is al boven geweest. Ik roep dat ze het bier vast koud zet. Dat zal best
smaken. Mijn drinken is ondertussen alweer op. Een uur en twintig minuten
beweeg ik me al omhoog. Fietsend en dan weer lopend. Ik ben er bijna en praat
honderd uit met mijn fiets. Ja, fietsje het is wat, niet? Jij op het baasje ipv
het baasje op jou. We hebben een liedje gemaakt tijdens deze mooie klim…
“I’m a idiot but I’m okay,
I carry my bike and I walk all
day!”
De mannen op de top liggen
helemaal gevouwen als ik zingend boven kom. Of het wel goed met me gaat? Ja
hoor, prima!
Zo, nu nog een fikse afdaling
en klaar is kees. Bijna zonder af te stappen rij ik naar beneden. Tijdens het
klauteren heb ik het pad goed verkend en weet waar ik wel en niet moet rijden.
Er staat nog een organisatie mannetje bij een hek, wat open en dicht moet voor
de rijders ivm de schaapjes die anders weglopen. Bij hem biets ik nog een halve
liter water. Hij zegt, dat ik een van de weinige ben (in de achtehoede) die
bijna geheel fietsend naar beneden is gekomen. Mooie opsteker! Maar dat fietsen
is het probleem ook niet, vriend! Ik rijd snel verder en geniet van de afdaling
onder uitroepen van vreugde. Wandelaars denken vast dat ik mijn marbles
verloren ben. Op de top was het uitzicht waanzinnig mooi, maar dat kan ook goed
van de inspanning komen. Je begint van alles mooi en fantastisch te vinden…
Opeens sjees ik langs lekke
band dame. Staat ze verdomme weer met de voorwiel te klooien. Dat gaat me mooi
niet gebeuren. Ik word hier laatste en niet zij. Ik ga vol in de ankers. De
laatste reserve band van d’r heeft een te kort ventiel…en haar C02 patronen
zijn op…tsss. Okay, hier met dat wiel, mijn eigen reserve band met 60mm ventiel
erin. Altijd lange ventiel banden bij je
hebben en een handpomp. Nu is ze me twee biertjes verschuldigd! We hebben
best lol, samen bandje vervangen. Goed, alles weer in orde, gaan met die
banaan! Ze racet voor me uit de berg af. Ze raakt werkelijk elke steen op het
pad….gelukkig is het niet ver meer naar het asfalt voor de laatste 5 ofzo
kilometers. Haar man staat ons op te wachten aan de voet met een reserve fiets,
maar we rijden door. Op naar de finish! Bij de laatste twee klimmetjes in de
weg moet ze lossen. Oh nee, samen uit samen thuis en ik ben de laatste! Mijn vrouwlief
staat al twee uur op de brug bij de finish voor een mooie foto te nemen. Ik had
gezegd reken op 4 tot 5uur…het zijn en
6 en drie kwartier geworden.
We komen hand in hand over de
finish en ik laat Jane (lekke banden dame) eerst inchecken. Ik ben officieel de
laatste!!! And proud of it!!!
Op naar het bier…oja ze was
ook nog een gat in d’r knie gevallen….
Gelukkig kwam Don ons zoeken
met de auto, zodat we niet op de fiets naar huis hoefde…
Gaan we dit nog eens doen? Sean Connery said: “Never say Never”. Ik deed gemiddeld 1 ½ uur over een klim, dat is ruim eem
half uur per klim te lang. Als ik daar training technisch wat op gevonden heb,
zal ik vast nogmaals zo gek zijn om me in te schrijven.
Oja, de winnaar deed er iets
langer over dan 3 uurtjes…pfff.
Name:
Eric van Steijn
Club:
GP34HVS
Category:
MV40
Course:
Three Peaks
Time
Taken:
06:43:51
Award:
Merit
Location
Leg
Place
Total
Ingleborough
01:30:43
597
01:30:43
Cold
Cotes
00:29:54
580
02:00:37
Whernside
01:26:43
578
03:27:20
Ribblehead
00:47:38
575
04:14:58
Pen-y-ghent
01:34:12
564
05:49:10
Finish
00:54:41
563
06:43:51
Note: De meeste deelnemers doen, naast fietsen, ook aan Fell running. Wat
niets anders is, dan zo snel mogelijk een stijle, onbegaanbare berg of heuvel
op en af rennen.
Fell running, also known as mountain
running and hill running, is the sport of running and racing, off
road, over upland country where the gradient climbed is a significant component
of the difficulty. The name arises from the origins of the English sport on the
fells of northern Britain, especially those in the Lake District. Fell races
are organized on the premise that contenders possess mountain navigation skills
and carry adequate survival equipment as prescribed by the organizer.