vrijdag 5 januari 2018

Stilte

Het was een tijdje stil hier op mijn blog. Er waren wat technische problemen. Enkele draadjes zaten in de knoop en waren verkeerd geschakeld. Het leverde kortsluiting op en uiteindelijk een tot stilstand komen van het gehele apparaat.  De wintermaanden maken het er niet makkelijker op, maar langzaam maar zeker komt de hele machinerie weer opgang.

Fysieke en psychische problemen zijn er op opgelost te worden. Problemen kan je als uitdagingen zien en als zodanig aanpakken.

Het cross seizoen is aan mijn neus voorbij gegaan, zonder dat het mij pijn deed. Een aantal malen dacht ik zover te zijn om mij in het veld te storten, maar telkens bleek het een illusie te zijn. Rust was de enige kracht om de machine weer opgang te krijgen. Soms mocht er een klein beetje bij bewogen worden.

Beetje voor beetje begint alles weer op te starten. Langzaam warmdraaien, zeg maar. Eén trap teveel en de motor hapert direct. Het luistert allemaal nogal nauw deze dagen. Terug naar de basis en opnieuw beginnen.


Er zullen op de weg nieuwe obstakels verschijnen. Horden die genomen dienen te worden. Er zal soms met een ommetje gereden moeten worden. Het maakt niet uit. Alles komt goed.

dinsdag 1 augustus 2017

Winnaar Zomerblok (B)

Eerst was er de Langste Dag Wedstrijd, toen de Hel van Wageningen en daarna nog de Slag om Norg. De beentjes waren er dusdanig van onder de indruk, dat ze het verdomde om een beetje redelijk te herstellen. En daar zit je dan mooi mee. Je kunt wel de eerste wedstrijd winnen, om een voorschot te nemen op de eindoverwinning, maar je prestatiecurve moet over een langere periode hoog blijven.
Het herstel duurt tegenwoordig langer dan voor de kinkhoestaanslag. Ik moet daar nog wat op verzinnen. Alle adviezen zijn welkom.

Maar na drie wedstrijden in het blok stond ik op nummer 1 met een paar puntjes verschil met nummer 2 Piet van Oosten. Het werd dus zaak Piet’s achterwiel niet uit het oog te verliezen. De enige andere kanshebber was Ard van Straten, maar die was verhinderd. Zijn broer Ruud was er wel, waardoor ik enigszins in verwarring was, want in mijn ogen lijken ze behoorlijk veel op elkaar. Tussen mij en Piet mocht niet meer dan een renner eindigen om aan mij de eindoverwinning van het blok te doen toekomen.

Gelukkig verviel een zakelijke afspraak waardoor ik extra tijd had om proberen de beentjes in het gareel te krijgen. Voor aanvang van de wedstrijd een uurtje of wat rond gepeddeld door de polder. Ze waren echter niet op andere gedachten te brengen en bleven protesteren tegen elke vorm van inspanning. De hartslag daar en tegen doet het prima. Mooi laag met een redelijke max. De beentjes hebben daar echter poep aan.

Ons pelotonnetje is niet zo groot, wat automatisch inhoudt dat verstoppertje spelen niet gaat lukken. Halverwege de koers schreeuwen de hamstrings om aandacht. Liefkozend strelend stel ik ze gerust, dat het bijna klaar is, eventjes nog. Daar gaat Piet, zou hij wel weten dat hij kans maakt op een koek? Ik probeer in de buurt te blijven maar kom in de laatste kilometer niet goed uit en zit aan de windkant. Er zit maar een ding op en dat is hard buiten om, zo dicht mogelijk langs de groep. Uit de laatste bocht komend zet ik nog eens flink aan, althans dat denk ik, echte macht zit er niet meer in. Ik blijf dicht bij het achterwiel van Piet en op de finishlijn zit alleen Niels aan de binnenzijde tussen ons in. De koek is binnen!


Met een punt verschil mag ik mij Zomerkampioen B 2017 noemen. 

maandag 31 juli 2017

1ste zomerblok wedstrijd B-groep

Zal ik het zeggen? Ja, ja, zal ik het hier zeggen? Ik heb ze er allemaal opgelegd! Ze stonden niet op de foto! Tenminste daar ga ik vanuit, want ik zag sterretjes, had verzuurde benen en kon te nauwer nood een arm in de lucht steken. En was o zo blij de streep als eerste te overschrijden, na, op de kop af, twee jaar van kwakkelen met de gezondheid. I’m back Baby!!!

Wat er aan vooraf ging:
Er stond weer een fijn pelotonnetje aan de start bij de B’s. Heerlijk weer, weinig wind. Enige nare dingetje was de buizerd. Een ieder die zich alleen op het parkoers waagde, probeerde hij te verjagen. Het was dus zaak om in het peloton te blijven of met een groepje weg te rijden. Uiteraard waren er diverse ontsnappingen, vluchtpogingen en speldenprikken, maar echt weg kwam niemand. Je moest zeker boven de 40km/uur kunnen rijden, anders was het een kansloze onderneming. Ik had het een paar maal geprobeerd en de laatste poging met Tony, enkele ronden voor het einde, kostte bijna mijn kop. Maar de vorm was goed en het herstel idem dito.

De laatste 1500 meter:
Vanuit bijna laatste positie kon ik me over rechts naar voren rijden en reed in vijfde positie door de een na laatste bocht. Het tempo werd hoog gehouden, zodat er geen laatste uitlooppogingen werd ondernomen. Zo stormde we richting laatste bocht en kwam rechts van mij Piet langs vliegen. Ik kon direct aansluiten. Zowel links als rechts probeerden mannen hetzelfde te doen en ik dreig het beleg tussen twee boterhammetjes te worden. “Lijn!” riep ik hard en het gevaar week. Piet vloog de bocht door en ik werd perfect afgezet op het rechte einde. In de bocht had ik geschakeld naar de 11. De dood of de gladiolen.

Ik kwam uit het zadel en de lijdensweg was begonnen. Ik ging Piet voorbij .Het zicht vernauwde zich per afgelegde meter en de verzuring…pffff. Ik zag geen wielen binnen mijn zeer beperkte zichtveld komen. En ze kwamen er ook niet. Er kwam niemand meer, helemaal niemand. En zo, passeerde ik als eerste de streep en waren de bloemen voor mij. Als kers op de taart mocht ik zoenen met rondeman Joost!

zaterdag 29 juli 2017

Slag om Norg

Dutch Fondo - Slag om Norg (cyclosportive) 130km

Ik kocht een tweedehands Specialized Roubaix Elite SL2, had nog een groep Sram Rival 10 speed liggen, samen met een Shimano RS500 wielset inclusief een set Specialized Roubaix 25-28mm bandjes. Nu nog een uitdaging om deze nieuwe aanwinst een flink te testen.

De KWNU kwam met de oplossing: een cyclosportive genaamd de Slag om Norg in het kader van het Dutch Fondo project. Men wil in de komende jaren een viertal van deze uitdagingen gaan organiseren op Nederlandse bodem.

De bedoeling is een wedstrijd met een inrij rondje van 100km en een koers van 30km. Het groepsgedeelte wordt afgewerkt met een gemiddelde van 33km/uur achter de jurywagen met motards voor en achter het peloton inclusief materiaalwagens, een bezemauto en een tweetal ambulances. Het enige dat mist is een helikopter.

De Slag om Norg met start en finish in, hoe kan het anders, Norg, maakt een ommetje van 100km door Drenthe en Groningen alvorens terug te keren in Norg, alwaar de koers begint op een afgezet parkoers van 15km (twee rondjes). Onderweg zijn er een aantal onverharde stroken en in het koersgedeelte zitten een paar lange zware onverharde stroken om het aantrekkelijk te maken.

Voor het inschrijfgeld van 30 euro ontvang je een gechipt stuurbord, een born reep met bidon, materiaalverzorging indien noodzakelijk en twee consumptiebonnen voor drank en eten na de koers. Er is was- en kleedruimten voorzien in de plaatselijke sporthal.

7u30 stap ik in de auto met vrouwlief om ruim twee uur later in Norg te arriveren. Ik ben lekker op tijd. Er is nog niemand om in te schrijven, althans klaar om de stuurbordjes uit te delen. Aangekondigd was, dat dit vanaf 9u00 mogelijk was…helaas. Maar na een kwartiertje wachten dan toch een enveloppe met de benodigde spullen ontvangen. Tijd voor koffie!

Het Wapen van Norg is net open en heeft koffie met gebak. Meer heb je niet nodig voor aanvang van een lange tocht. Vrouwlief is niet van plan om vier uurtjes te wachten en neemt de bus naar Assen.

11u45 sta ik met twee fietsvrienden aan de start. Het begint licht te miezeren en ik trek mijn nieuwe Rapha regenjack aan voor zijn vuurdoop. Omdat de temperatuur prima is, heb ik geen overschoenen aangetrokken, maar mijn tenen verpakt met plastic zakjes. Een prima middel om “droge”, warme voetje te houden. Drie uurtjes over natte wegen in een peloton is natuurlijk gewoon douchen…

Twaalf uur rollen we Norg uit in lichte regen. Gelukkig zijn de voorspellingen dusdanig, dat we zon verwachten na twee uur koers. In het peloton is het geen nerveuze bedoening. De meesten renners (en één renster, waarover later meer) zijn gewend om in een grote groep te rijden. De kanshebbers en “jonge” honden zitten allemaal voorin, direct achter de wedstrijdauto, die de aankomende obstakels duidelijk en op tijd aangeeft. Dat en de met vlag en fluit uitgeruste motards, die elk gevaarlijk punt bemannen, maakt het een vrij relaxte rit. In ieder geval tot de eerste onverharde strook. Die eerste strook. Daar doen mijn benen behoorlijk zeer. Ze voelen echt niet goed aan. De Hel van Wageningen van de week ervoor heb ik nog niet goed verteerd. Ik zak van halverwege het peloton aan het begin van de strook weg naar de laatste positie bij het uitkomen van de strook. Zo, dat voelde niet best. Ik rij mezelf weer snel naar het midden van het 100-talige peloton. Op zich is er niet veel aan de hand. De fiets deed zijn werk en de onverharde ondergrond is goed te doen, maar mijn boven benen, dat is andere koek.



Ik eet en drink wat. Er is geen verzorgingspost of andere voorziening voor eten en drinken. Je moet alles zelf meenemen of op strategische punten een verzorger hebben staan. Aangezien mijn vrouw vertrokken is naar Assen, ben ik op mijzelf aangewezen. Vier repen en twee 500ml bidons daar moet ik het mee doen. Fietsvriend Bart is reeds een bidon kwijtgeraakt. Stuiterde zo uit zijn houder. Uit voorzorg heb ik ouderwetse stalen bidonhouders gemonteerd en deze strak om mijn bidons gebogen in plaats van lichtgewicht carbon exemplaren. Menig een verliest bidons op de onverharde stroken! En je wilt niet zonder drinken komen te zitten. Maar 1 liter voor vier uur koers is krap. Gelukkig regent het.

De tweede strook. Ik kan de wielen niet houden. Ik wordt gelost en kom alleen in de wind te zitten. Dit voelt niet goed. Mijn benen protesteren hevig. Ik trap verbeten door. Op de stroken gaat het boven de 35km/uur. De voorste wagen neemt wat meer afstand, die door de mannen voorin op snelheid weer dicht gereden wordt. Ik heb dit eerder meegemaakt. Bij de geneutraliseerde start over vijf kilometer tijdens de 3 Peak Cyclocross Race in Engeland, joeg een peloton van 600 mannen en vrouwen de wedstrijdauto op. Deze ging steeds sneller rijden…met averechts effect. Binnen 1 kilometer lagen we met de tong op het stuur 50plus te trappen!


Ik ben gelost, het is tegenwind. Als je achter de auto’s terecht komt ben je uit koers. Mijn geluk zijn de plassers en met een groepje kom ik hangend en wurgend weer terug in het peloton. Was mijn kop er bijna af! Eten en drinken maar weer. En daar is de zon.

Gek genoeg zijn de volgende stroken geen probleem en kan ik makkelijk volgen. Stom lichaam, je weet nooit wat je er aan hebt! En zo naderen we de 100km en Norg. We vliegen Norg door en de wedstrijdauto laat ons los op het parkoers van 15km. We rijden 50plus tot aan de onverharde strook. Lekker met je hol open. Het peloton op een lang lint. Ik zie de voorste mannen opdraaien en maak me klaar voor beuken en bonken. Het peloton breekt in vele stukken. Ik zit in een achterin groepje met mijn fietsvrienden. De wind blaast hier strak, dus in een groepje zitten is vereist. Hier en daar sneuvelen renners met pech of door een schuiver. Helaas proberen een jury- en materiaalauto ons te passeren op een veel te smalle strook…sukkels! Onverantwoordelijk gedrag van de organisatie!


Bij het afdraaien van de laatste strook, schat ik de bocht verkeerd in (bijna 180 graden) en eindig in het gras. Eer ik weer op het asfalt rij is mijn groepje vertrokken. Shit, tegen wind. Langzaam rijdt de groep bij me weg. Het heeft geen zin en ik kijk om voor versterking. De enige dame in koers sluit bij me aan en kop over kop proberen we terug te keren naar de groep voor ons. Als we weer in Norg door de finish rijden hebben we nog een ronde te gaan. Als we ingehaald worden door een materiaalauto springt de dame erachter. Gekkenwerk, daar ga ik niet aan beginnen. Ik laat haar rijden en kijk om of er nog meer hulptroepen in aantocht zijn. Voor me gaat de materiaalauto op de rem en zit de renster er bijna vol tegen aan. Ze kan hem ter nauwer nood ontwijken. Sukkels! Maar goed dat ik er niet bij zit, want mijn reactiesnelheid had te laag gelegen en ik op de grond.

In de laatste ronde komen we met drie nog bij elkaar om kop over kop de race uit te rijden. In het sprintje moet ik mijn meerdere erkennen. Fietsvriendjes staan me na de streep op te wachten. Lekker ritje niet?! Ze zijn in training voor de Transalp, dus alle kilometers zijn welkom. Maar, inderdaad heb ik een heerlijke cyclo gereden. De benen voelen dan misschien tegen, het uiteindelijke gevoel is goed. En als ik de huldiging van de jeugdige winnaar met zijn dikke schaats bovenbenen aanschouw, denk ik toch van mijzelf, mooi gedaan!

Even omkleden, fietsje achter in de auto en op naar de sporthal voor het drankje en hapje. Je zou een pasta hap verwachten, maar tot onze verbazing is er…Chinees. Nasi of bami, kipsaté en foe yong hai en heel veel pindasaus. Dat laatste laat ik aan me voorbij gaan.

Tijd om eens te informeren waar de vrouw uithangt. Zij zit nog in Groningen…maar neemt de trein terug naar Assen, alwaar ik er mag ophalen. Ze heeft drie musea bezocht in vijf uur tijd! Zo heeft elk van ons een mooie dag achter de rug.

Nu maar hopen dat de KNWU de andere cyclo’s volgend jaar van de grond gaat krijgen, want deze Slag om Norg smaakt naar meer.

Uiteindelijk 88ste van de 95 gefinishte renners. Dat moet volgend jaar een stukje beter!

Conclusie:
-       Een goed georganiseerde cyclosportive met potentie om uit te groeien naar een klassieker.
-       200 renners is de max. Nu waren we met 100 en dat is al een redelijk grote groep voor op de stroken.
-       Meer onverharde stroken in de eerste 100km is aan te bevelen, misschien met een aparte tijdmeting over elke strook voor een apart klassement.
-       Geen rare inhaalmanoeuvres door volgauto’s tijdens de laatste 30km, dat is vragen om ongelukken.
-       Plaats een of twee bevoorradingsauto (van sponsor Born) met bidons en eventueel repen achter het peloton, waar de renners zelf eten en drinken kunnen ophalen. Bij warm weer is twee bidons echt te weinig. (oplossing die ik ervaren heb tijdens een buitenlandse Cyclo, was dat iedereen bij de start werd voorzien van twee bidons, keuze uit water of sportdrank. Achter het peloton reed een pick-up met verse bidons. Je liet je afzakken, gooide je lege bidons in de achterbak en kreeg gevulde bidons aangereikt. Iedereen voldoende drinken en geen afval op straat. Na afloop kon iedereen, renners en publiek, een graai in de achterbak doen naar gebruikte bidons!)



donderdag 20 april 2017

2de voorjaarsblok wedstrijd

Verslaggever: “Zo Eric, de openingswedstrijd werd je derde en hier bij de 2de voorjaarsblok wedstrijd sprint je naar de tweede plaats. Een goed begin, lijkt me.”

Eric: “Na het kwakkel seizoen 2016, waarin het herstel van de luchtwegen op zich liet wachten. En de daar op volgende depressie, veroorzaakt door de longmedicatie, in de winter, ben ik blij er weer te staan.”

Verslaggever: “Ja, het heeft je de afgelopen periode niet meegezeten, nadat je werd opgezadeld met een vervelende kinkhoest in 2015. Maar nu sta je er toch gewoon weer, zoals je zegt. Vertel eens wat over het koersverloop van vandaag.”

Eric: “Ik voelde me de hele dag al slecht. En de warming up naar het parkoers viel me behoorlijk zwaar. Eigenlijk had ik geen zin om te gaan, mede door het koude weer. Gelukkig was de opkomst behoorlijk, dat motiveert. Direct na de start merkte ik, dat de bril nog op de helm zat ipv op de neus. Om de bril veilig op te kunnen zetten, ben ik maar direct gedemarreerd. Daar werd ik tevens een beetje warm van. Vandaag was het echter niet de dag van de ontsnapping. Of het nu aan de noorderwind lag of aan de hoge interval  frequentie, ik weet het niet.”

Verslaggever: “Toch zag ik jou het meerdere malen proberen.”

Eric: “Vooral Jitze (strijdlustigste red.) was veel in actie. Hij wilde zijn benen zeker testen voor de Nedereindse Berg koers. Maar geen enkele samenstelling van de kopgroep werkte goed samen om het verschil te maken. Het liep uiteindelijk uit op een sprint.”

Verslaggever: “Je zat in de laatste kilometer in een, naar mijn menig, ideale positie voor de winst. Wat ging er mis?”

Eric: “Er ging op zich niets mis, maar de benen zijn nog lang niet optimaal voor een stevige sprint. In de laatste bocht moest ik nog corrigeren en verloor daarbij de aansluiting met de voorste drie. Alleen Joop kon ik niet meer achterhalen, hij is de verdiende winnaar vandaag.”

Verslaggever: “Zien we jou op de Nedereindse Berg terug?”


Eric: “Nee, ik zou wel willen, maar het herstel is deze dagen aan de trage kant en er zijn nog andere sociale verplichtingen. Ik hou mijn kruit nog even droog voor Zandvoort op 10 mei!”

maandag 27 maart 2017

Openingswedstrijd FC Trappist 26 maart 2017

Een zon die wel wilde maar nog geen potten kon breken en een nare oostenwind. En daar zat nu net het pijnpunt van de dag. Er was nergens een plaats uit de wind op het parkoers, al helemaal niet in ons kleine (B) peloton dat meer weg had van een grote kopgroep.

Voorafgaand aan de openingswedstrijd werd er traditioneel een tijdrit over één ronde gereden. De start was nog enigszins wind mee, maar daar was alles ook mee gezegd. Een goed ritme kon ik niet vinden en gaandeweg daalde de snelheid naar een bedenkelijk punt. De moed zakte me letterlijk en figuurlijk in de schoenen. Een stel verzuurde benen en een gierende ademhaling, meer hield ik er niet aan over. Alleen de echte bikkels wisten de rit tot een acceptabel einde te brengen. Op Mike Cooper (A) stond geen maat.

Dan de koers. Met 10 man, 1 vrouw en de gegeven weersomstandigheden weet je dat het geen gemakkelijke opgave gaat worden en dat verstoppen in het peloton deze dag niet mogelijk zal zijn. Had ik trouwens al vermeld dat er ten behoeve van de nieuwe hoogspanningskabels een behoorlijk gat in de beschermende bomenrijen is geslagen? Het was met de oostenwind een lekker tochtgat.

Ondanks alles werd er stevig doorgereden, alhoewel de gemiddelde snelheid onder het normale niveau lag. Het werd een koers met veel tempowisselingen en evenveel uitlooppogingen en demarrages. Dat maakte het een levendige koers en tevens een zeer vermoeiend geheel.

De slimste van ons elftal was Rieks die, na een uitgekookte uitlooppoging, met de zege aan de haal ging. De rest kwam te laat voor de hoofdprijs. We finishten zoals we waren begonnen, met zijn allen tegelijk, gezond en wel. Moe maar voldaan.

Bij de A-groep reed Tim naar de overwinning. Gezien zijn eerdere uitslagen in de voorjaarskoersen geen verrassing. De eensgezindheid bij de A’s was wat verder te zoeken. Daar werd een aantal renners slachtoffer van de wind, conditie en (A) snelheid. Kop op mannen, het seizoen is nog lang.

Hulde van deze plaats aan de nieuwelingen in het jury hok, Mara en Bert. Met ondersteuning van Manja was het ook hun eerste wedstrijd van het seizoen. Een test waar ze met vlag en wimpel voor zijn geslaagd!

woensdag 22 februari 2017

Tell me about it!

En dan begint het spel weer van voor af aan. Koers!!!

De hele winter heb ik me moeten vermaken met een kwakkelende gezondheid. Slecht twee crossjes heb ik kunnen rijden. Hetgeen zeer teleurstellend was. Ik weet nog niet hoe het komende seizoen er uit gaat zien voor mij, maar nu al ziet het er somber uit. De trainingsachterstand is enorm en de gewichtstoename navenant. Hoe ik dat in de nabije toekomst nog kan keren is mij een raadsel. Telkenmaal als de zon schijnt, ben ik niet in staat om op de fiets te stappen. Laat staan dat er van enige opbouw sprake kan zijn. 

Eigenlijk zit ik al vanaf maart 2015 in de mongolenwaaier en het einde is nog niet in zicht.

Het geheel wordt er niet beter op, want tot overmaat van ramp is er een depressie bij me vastgesteld. Enige lichtpuntje in deze zaak is, dat het komt door de medicatie. Daar ben ik gelijk mee gekapt en prompt stront verkouden geworden. Dag training, hallo bedje.

Maar goed, de koers komt eraan. Weldra zit ik weer in het peloton en draai de rondjes op hoge snelheid, althans dat hoop ik. Gek genoeg voelen de benen goed aan en verkeer ik in de veronderstelling dat het allemaal gaat lukken. Sowieso heb ik weinig training nodig om te kunnen koersen. Verstoppen in het peloton gaat me goed af. Alleen daar zit de lol van de koers niet, in peloton vulling. Ik wil meer. Ik wil op kop rijden, ontsnappen, demarreren, sprinten. Daar doe ik het voor, niet voor zinloos rondjes rijden. Dan kan ik net zo goed gaan toer rijden, ook leuk, maar anders leuk.


Hoe ga ik het de komende periode aanpakken? Koersen op niveau. Het zal een goed uitgebalanceerde trainingsopbouw vergen om optimaal gebruik te kunnen maken van mijn huidige mogelijkheden.

woensdag 28 september 2016

Japan en de GP Ger Hermans.

Japan is een fascinerend land, zeker als je een beetje autistisch bent aangelegd  voel je je er al gauw thuis. Alles is spik en span en criminaliteit zie je niet. Zaterdag in Japan betekent, naast honkballen wat ze de hele week overal doen, de was buiten hangen en lekker fietsen. Op vrijwel alle balkons hangen de futons te luchten en de was te drogen terwijl de eigenaars een rondje rijden op de racefiets. Het is ook het enige moment van verlangen naar de fiets gedurende de drie weken vakantie in Japan. Ter vervanging blader ik dan even in mijn manga strip Yowamushi Pedal. Lezen kan niet want mijn Japans is zeer beperkt. Dat er überhaupt een strip is over wielrennen verbaast me. En het is nog educatief ook! Binnenkort een life action movie in de bios, naast de al lopende tekenfilm op tv. Wat een feest. Alle episodes staan trouwens met Engelse ondertiteling op YouTube.

Onze vakantie bestaat deze keer uit een week Tokyo in het New Otani Hotel, bekend als hoofdkantoor van de bad guys in de James Bond film You only live twice. De 400 jaar oude tuin, behorende bij het hotel, met 15 meter hoge waterval en koikarpers is prachtig. Het moest alleen niet zo warm zijn… De gevoelstemperatuur ligt tegen de 40 graden Celsius, adembenemend! We hoppen van airco naar airco.



Het tweede deel van de vakantie gaat per schip, de Diamond Princess (bekend van de tv serie Love Boat). Gelukkig is dit een modern versie van het schip. Maar wel gericht op de Japanse markt met overwegend Japanse passagiers. Ik heb fietskleding mee om aan boord gebruik te maken van de gym faciliteiten, maar helaas het komt er niet van. Een te druk programma…

Verder dan een paar baantjes zwemmen kom ik deze vakantie niet.

‘s Maandags arriveren we in de middag op Schiphol en begint het gewone leven weer. Gelukkig heb ik de volgende dag ook nog vrij zodat ik een training kan doen van twee uurtjes om te zien hoe de vlag er na drie weken bij hangt. Niet best. Op zich gaat het wel redelijk, maar de afsluitende sprint op de busbaan langs de boulevard hakt er in. Ik trek de snelheid op het grote blad door tot na de Zeeweg en oei, wat doen de bovenbenen zeer! De rest van de week beperk ik met tot werken en een klein uurtje losrijden op vrijdag. Is het genoeg voor de GP Ger Hermans? Natuurlijk niet!

Het mooie weer laat zich ook op zondag nog zien en met ruim 35 renners aan de start (A en B tezamen in koers) rollen we om 14u00 stipt weg voor een slordige anderhalf uur koers. Na 20 minuten koers zit ik met dichtgeknepen ogen en billen diep in de beugel te hopen dat het ietsje langzamer zal gaan. Ik had beter kunnen bidden, maar Shinto bevalt me beter dan religie. Respect voor mens en natuur met ruim 8 miljoen geregistreerde goden. Shinto is the way to be.



De koers komt nooit meer echt tot rust en het regent aanvallen, ontsnappingen en demarrages. Tim trekt aan het langste eind en wint de GP Ger Hermans. Ik word zelf met een paar Ger sokken naar huis gestuurd. Achteraf gezien is het toch verwonderlijk, dat ik dit jaar kan afsluiten met een uitgereden koers en een kleine prijs. Op naar de cross!


Terug naar Af ga niet langs Start.

Aan alle ellende komt meestal een einde, toch blijft het hier maar doorsudderen. Telkens als je denkt, nu gaat het beter, kan er weer een stapje terug gedaan worden.
Na de kinkhoest, longontsteking, bronchitis en het langzame herstel van de longen, zit er weer een kink(je) in de kabel.

De huisarts in opleiding vond afgelopen vrijdag, dat een plekje op mijn borstkas nadere aandacht verdiende van een Dermatholoog. Hij mailed de verwijsbrief direct en ik belde naar thuis komst voor een afspraak. Dat ik ‘s maandags gelijk mocht komen, wat is er gebeurd met de wachtlijsten, verbaasde mij enig zins. Niets om je zorgen te maken zei de huisarts.

Zondags de GP Ger Hermans gereden, en dat ging boven verwachting soepeltjes, ondanks drie weken vakantie in Japan (zie vorige blog bericht)

‘s Maandags dus naar de dermatholoog mevrouw voor een “niets om je zorgen te maken onderzoekje”. Ik was stipt op de aangegeven tijd aan de beurt... Na een algehele inspectie van mijn lichaam, was de conclusie duidelijk. Veel ouderdoms gevalletjes op de rug, alleen die twee plekjes op de borstkas. De onderste was niet best, maar daar zijn we op tijd bij en de bovenste is vriendelijk maar niet gewenst. We gaan ze er alle twee uithalen. Niets om je zorgen te maken. Het kan nu direct of anders gelijk morgen. Wat is er toch met die wachtlijsten gebeurd???

Okay, dan maar gelijk. Een kwartier later en vijf hechtingen rijker sta ik weer buiten. De boel gaat nog even op kweek en volgende week dinsdag bellen we de uitslag nog even door. Niets om je zorgen te maken hoor.

Rond de Bajes gaat nu aan mijn neus voorbij. De start van het cross seizoen staat onder druk. Ik kan wel eigenwijs doen en er toch vol in vliegen, maar de ervaring heeft mij geleerd dat te vroeg van leer trekken met hechtingen in het lijf niet de juiste beslissing is. 
Het lijkt allemaal wel mee te vallen, totdat door het nat worden van de wond er pus uit komt, de huid rood wordt en opzwelt en de hechtingen knappen van de opgebouwde spanning. Hele gaar niet grappig meer.

Dus zit er niets anders op dan de uitslag af te wachten en tot volgende week vrijdag de hechtingen er uit gehaald worden. Die mongolen waaier, daar zit ik dus nog steeds in. Grrrrr...

donderdag 25 augustus 2016

Knap zenuwachtig

Knap zenuwachtig

Eind augustus en ik begin al behoorlijk onrustig te worden. Ik heb reeds een set nieuwe Challenge bandjes gekocht, want voor je het weet is het seizoen begonnen en kom je erachter dat je wel banden hebt maar geen noemenswaardige noppen erop. En ook heb ik de V-brakes al in zijn geheel  vervangen! Kortom, ik word er knap zenuwachtig van.

De Hel van Ede-Wageningen in juli smaakt naar meer. Zeker nu mijn wegseizoen nog geblokkeerd is door de luchtwegaandoening, die overigens bijna het veld heeft geruimd. Er gaat weer genoeg lucht de longen in en het wordt ook nog eens adequaat verwerkt. Al met al toch een proces van bijna 12 maanden. Ondertussen wel gewerkt aan de core stability en het lichte overgewicht. We zijn weer 78 kg schoon aan de haak en de rug kan ook wat hebben.

Op de site van ACC staat dat de kalender begin september online zal staan. I can hardly wait! Als opwarmer heb ik me ingeschreven voor de “Rond de Bajes”-cross op 1 oktober. Die wil ik rijden op mijn nieuwe aanwinst, een Kona Jake. Ik kon hem goedkoop op de kop tikken en heb hem helemaal gestript. De Shimano Tiagra groep was ik zo kwijt via Marktplaats, waarna het frame bijna niets meer kostte.



Hij rijdt perfect met een nieuw balhoofd en een Sram Force groep erop (2x10). Ik wil hem eigenlijk inzetten als Gravelbike met dito bandjes, maar aan dat soort banden is nog moeilijk  te komen in NL. De Jake heeft ruimte genoeg om er met 40/42mm banden in te knallen.

Ik ga nog op vakantie voor aanvang van het crossseizoen, 20 dagen Japan. Wie weet wat ik daar voor bandjes op de kop kan tikken. Een set Pananracer Comets ofzo.  Japanners houden van de cross en mooie functionele spullen, dus dat zou moeten lukken. Anders lijkt me een set Schwalbe G-One Gravel banden ook wel wat.



Het liefst had ik ook nog een Specialized Tricross Single Speed, maar helaas zijn die nooit in NL op de markt geweest. Ik ben daarom van plan zelf een SSCX (Single Speed Cyclo Crosser) te bouwen. Maar dat valt niet mee. Voor NL begrippen, net als de Gravelbike, een nog (te) onbekend terrein. Wellicht dat ik een van mijn Specialized Tricross fietsen kan ombouwen met behulp van een Exzentriker uit Duitsland. Ik heb echter ook mijn oog laten vallen op een 8Bar (ook Duits) TFLSBERG V2. Multifunctioneel en een streling voor het oog.



Alles is natuurlijk slechts bedoeld om me bezig te houden en de tijd te overbruggen tot de start van het crossseizoen.


Nu loopt het kwik weer op naar de 30 graden Celsius…(zucht)…het gaat nog even duren.

woensdag 29 juni 2016

Hel van Ede – Wageningen 55km MTB (op de cyclocrosser)

Om de zinnen eens te verzetten hadden we het plan opgevat om onze stuurvaardigheden eens bij te spijkeren om een fijne bosgrond. Naast de Jan Jansen Classic kun je tegenwoordig ook off road terecht in Wageningen. Onder de noemer de Hel van Ede-Wageningen kun je 55km of 95km off road aan de bak met zeer weinig asfalt. Ons leek het leuk om dit op de CX te doen en een mailtje naar de organisatie was voldoende om ons over de streep te trekken. Om het niet te gek te maken, we zijn beiden nog herstellende, besloten we de 55km te rijden.

Om niet midden in de nacht het bed te moeten verlaten voor een rondje crossen, besloten we een hotelovernachting in Wolfheze te boeken. En met een verlenging van de uitcheck tijd tot 17u00 hadden we gelijk een douche gelegenheid na afloop.

Desalniettemin moet je toch vroeg opstaan om op tijd, tussen 7u00 en 9u00, te kunnen vertrekken. De stuurbordjes moesten ook nog opgehaald worden. De organisatie in Wageningen is altijd perfect geregeld, dus binnen no time geparkeerd, bordjes gehaald en op weg voor 55km bos plezier.

Ondanks de overvloedige regen van de afgelopen weken lag het parkoers er erg goed bij en waren er verbazingwekkend weinig grote plassen. Met 3 bar in onze smalle bandjes was het zeer goed te doen en konden we de harde wortels en stronken goed opvangen zonder echt kans op lekke banden. We hadden tot aan de eerste verzorgingspost een lekker tempo te pakken. Ik had gerekend op een gemiddelde van rond de 15km/u, maar we haalden de 17,5km/u zonder ons over de kop te rijden. Harder hoefde niet, het was immers een prestatietocht en geen wedstrijd. Het was heerlijk technisch rijden en zo af en toe het gas erop bij een fijne fietstemperatuur.



Bij de verzorgingspost, De Ginkel na 31km, was tevens de splitsing tussen de 55km en 95km. De 95km kwam hier later terug. Zij reden een 8 met als verste punt Lunteren alwaar de tweede verzorgingspost was ingericht. Na een paar bekertjes Power drink en een lekkere muesli bol vervolgende we onze weg. Nog maar 24km te gaan.

Ik had gelezen in de verslagen van eerdere jaren dat op de 95km de meest technische moeilijke stukken zaten en dat die de 55km bespaart bleven. Toch vond ik dit tweede deel best pittig met flinke afdalingen en dito klimmetjes. Ik was blij dat we niet voor de 95km waren gegaan, want de rug begon het allemaal maar vervelend te vinden. We werden wel, als een van de weinige op CX fietsjes, door menig een bewonderd toegesproken. Stoer was hier het meest gebruikte woord. Op vragen of het niet zwaar was zo zonder enige vering kon ik alleen maar beamen dat mijn nieren ondertussen ergens tussen mijn schouderbladen zaten.

Er waren een paar dingen die ons op vielen tijdens dit tweede deel, een was het aantal deelnemers en hun kwaliteiten (geen pannenkoeken) en twee was dat we de 55km waren gepasseerd zonder te finishen. Op kilometer 60 kwam de aap uit de mouw. We rolden het bos uit bij verzorgingspost twee, Pannenkoeken Restaurant Lunteren! Ai, we waren dus bij post een verkeerd afgeslagen en op de 95km tocht beland. Aangezien beide routes met de zelfde kleur bordjes uitstekend waren uitgepijld, kwam we nu pas achter onze vergissing. Dat is het nadeel als je voor bijna de hele route door het bos en heidelandschap rijdt, geen enkel oriëntatie punt waarvan je kunt zeg: “we zitten hier niet goed”.



We hebben eerst een paar lekker muesli bollen naar binnen gewerkt en de waterkruiken gevuld. Ons beiden leek het niet verstandig, hoe graag we ook wilden, om de volledige 95km te rijden. Nog 35km crossen was een brug te ver op dit moment van herstel.
Dus op vage aanwijzing: “hier naar beneden en als maar rechtuit” zijn we over de weg terug gereden naar Wageningen. Vier en half uur na de start en met 77km op de teller stonden we weer bij de auto. De eerste druppels begonnen te vallen. Het bleek achteraf de juiste beslissing…

De enige spetters die we gevoeld hebben kwamen uit de warme douche in ons hotel. Alvorens op huis aan te gaan hebben we een bezoek gebracht aan Pannenkoeken restaurant De Tijd in Wolfheze, alwaar we totaal verzopen renners vanachter onze pannenkoek voorbij zagen rijden. En smaken dat die pannenkoeken deden!

Volgend jaar maar de 95km tocht in zijn geheel rijden. Er moet wat te rijden/wensen overblijven.




donderdag 26 mei 2016

Wielrennen is ook een vak


Zoals de zaken er nu voorstonden was niet bedacht in het game plan de avond er voor. Rustig voorin blijven meedraaien tot drie kwart koers zonder noemenswaardige inspanningen en daarna de knuppel in het hoenderhok smijten. Nu zit ik, halverwege de koers, in een vrijwel kansloze ontsnapping. Ik kan me wel voor mijn kop slaan. Verspilde energie! Ik kijk achterom. Er verschijnen nog geen renners uit de bocht. Ongeveer 30 seconden voorsprong. In laatste positie tel ik de medevluchters nog een keer. Acht stuks slachtvee, met daarbij twee linkeballen van het zuiverste water. Ik schuif op naar voren voor mijn beurt aan kop. Niet te hard overnemen, de benen sparen. Laat de anderen maar even het werk opknappen. Terwijl ik afzak, aanschouw ik de gezichten van mijn kompanen. Twee ken ik door en door, drie heb ik er nog nooit gezien en van de overige twee weet ik vrij weinig. Lekker is dat. Vijf man van de acht zonder info. Ik kan hier niet blijven, ook al halen met de hele groep de finish, dan nog kan ik hier niet blijven zitten. Eerst maar even zien of we weg kunnen blijven, daarna zien we wel verder.

 



Ik neem even de rust om wat te drinken. Linkebal 1 heeft gevraagd of ik meerijd tot het einde. Ik zit hier vliegen te vangen, nou goed. Tuurlijk rij ik mee tot het einde, NOT. Dat hoeft hij niet uit mijn mond te horen. Hij kent mij goed genoeg om me niet mee naar de streep te nemen. Zijn sprint stelt niets voor en hij zal zeker een poging wagen op 5km voor het einde om te demarreren. Hij heeft alleen de zekerheid dat ik het ook zal proberen. Hij weet net zo goed als ik dat er geen risico genomen kan worden met de onbekenden in deze kopgroep. Bij het uitkomen van de volgende bocht zal de wind op kop draaien, dus even snel een beurt op kop doen voor de bocht. Ik neem snel over en rij een iets hoger tempo naar de bocht toe. Bij het uitkomen van de bocht zet ik minder hard aan, zodat ik direct afgelost word. Kijk dat scheelt weer een beurt in de wind.

 

Ik voel in mijn achterzak wat er nog te bikken valt. Twee gels en een reep. Eerst de reep dan maar. Nog een klein uur koers, de gels zijn voor later. De teller komt niet meer onder de 42km/u, zelfs met deze tegenwind. Korte beurten is het devies. Kort en hevig. Zo dadelijk draaien we weer schuin voor de wind. Ik werp nog een blik achterom. Het gat is nu toch behoorlijk groot. Meer dan een minuut schat ik zo. De beentjes voelen prima en ik heb geen last van mijn nek vandaag. Dat wil wel eens anders zijn. Op training bijvoorbeeld, maar in de koers heb ik er toch zelden meer last van. Meer afwisseling in de houding en positie van de handen op het stuur. En, ik denk, afleiding, constante focus op de koers werkt hier in mijn voordeel. Als ik niet denk aan pijn voel ik het ook niet. Ondertussen draaien we lekker rond, nog drie kwartier koers voor de boeg.

 

De laatste km zijn schuin voor de wind en de finishstraat loopt omhoog, niet veel, maar genoeg om het moeilijk te maken na een koers als vandaag. Als ik mijn gel weg werk achter in de groep tikt Linkebal 2 me even aan terwijl hij zich laat afzakken naar mijn achterwiel. Zijn vragende blik spreekt boekdelen. Hij wil er met mij vandoor, liever tweede worden dan verliezen van Linkebal 1. Op papier zijn ze maatjes, maar ze vechten onderhuids een tweestrijd uit. Meestal begint het steekspel al van bij de start. Elkaar verbaal een beetje afzeiken en ondertussen de eigen capaciteiten down graden. Let maar niet op mij vandaag, want ik voel me kut. Met andere worden, ik voel me beresterk vandaag, pas maar op! Geen hond die er meer intrapt behalve de rookies. Ik laat vier vingers zien. Met andere woorden, we gaan op kilometer 4 van de streep onze kans. Dat houdt in, dat we tot die tijd om beurten de andere zullen counteren bij eventuele onbeantwoorde demarrages. Hij is niet 100% te vertrouwen, dat hij maar woord mag houden. Ik ga ervanuit dat zijn strijd met Linkebal 1 prefereert tot die tijd. Van de andere vijf zien er twee nu behoorlijk af. Zo direct een klein klim, waar ik even stevig zal doortrekken om te zien hoe zwak ze werkelijk zijn. Ik leeg een van mijn twee bidons en schuif naar voren. Even timen nu, zodat ik op kop kom als het klimmetje begint. Ik schakel een tandje bij en neem de kop. Het tempo zakt niet, maar gaat omhoog. Ik hoor het kraken achter me. Een glimlach speelt om mijn mond. Hatsikidee. Zwakke broeders tot ziens! Als ik boven kom kijk, ga ik recht zitten en kijk om. Drie man eraf. Een meer dan waar ik op gerekend had. Klaarblijkelijk had iemand een pokerface getrokken. De benen liegen niet. Linkebal 2 begrijpt de bedoeling en duik zonder omhaal de afdaling in. Eraf is eraf vandaag.

 

We zijn nog met vijf en de 10km mijlpaal hebben we net gepasseerd. In een flauwe bocht, waar we strak door heen gaan, liggen steentjes. We rijden er dwars door heen. Nog geen 100m verder hoor ik het sissen van een tube achter me. Ik kijk om en zie een van de onbekende naar zijn achterwiel kijken en hoor hem hardgrondig vloeken. Ai, slecht moment om lek te rijden. We worden zo lekker uitgedund en het kost niets aan energie. Elk nadeel heeft zo zijn voordeel. Voor ons de kopgroep dan wel te verstaan. Lekke band man wordt een stipje met daarachter twee nog kleinere stipjes. We zijn met vier, Linkebal 1 en 2, ik en de laatste onbekende renner. Hij verdient nu wel een naam. Ik besluit hem Bonk te noemen. Het is een geblokte vent met een mooie tonus. Hij kon wel eens een probleem in de sprint worden, want dat we het einde gaan halen is wel zeker. Als hij de kop van me overneemt kijkt Linkebal 2 even opzij naar mij. Checken of we nog een deal hebben. Linkebal 1 maakt van de gelegenheid gebruik en plaats van achter uit een splijtende versnelling. Bonk blijft zitten, dus Linkebal 2 zet aan voor de achtervolging, Bonk zit direct in zijn wiel en ik volg zijn voorbeeld. Linkebal 1 heeft een klein gaatje en we naderen het 5km punt.

 

Linkebal 2 krijgt het gaatje niet dicht. Of althans dat veinst hij. Bonk trapt er niet in en blijft in zijn wiel zitten. Ik ga het zeker nu nog niet dicht rijden en na enige aarzeling schroeft Linkebal 2 het tempo weer flink op. Het gat wordt kleiner en kleiner en op het moment van aansluiten demarreert Bonk. Waarom doet hij dat nu? Ik zit in zijn wiel. Niet echt een verrassing en zeker geen slimme zet. Ik hoor de beide Linkeballen zuchten en steunen in mijn wiel. Ze zijn er nog. Er zat ook geen echte power op de uitbraakpoging van Bonk. Hij vraagt met zijn elle boog om overname. Ja, dag vader, effe lekker niet nu. Ik stuur naar rechts van de weg. En kijk de drie man een voor een even in het gezicht. 4km nog en het ziet er goed uit. Ik zou kunnen doorzetten. De anderen steken de weg over en sluit aan. Nog even niet. Ik breng het tempo weer op pijl, want ik wil geen terugkomende geloste renners of een heel jagend peloton op mijn dak. Ieder doet weer een beurt op kop en bedenkt een strijdplan voor de laatste 3 km. Een rechtse, een linkse en twee rechtse bochten voor de finish straat, die ongeveer 500 meter rechtuit licht omhoog loopt. Asfalt en breed genoeg voor vier man op snelheid. Ik ga nu geen poging meer doen om de rest te lossen. Ik vertrouw op mijn sprint. Linkebal 2 een heeft geen schijn van kans om te winnen, dus ik moet hem in de gaten houden. Hij zal nog wel wat proberen. Linkebal 1 zal hem echt niet laten begaan. Ik hoef eigenlijk alleen Bonk in de gaten te houden. Ik plaats een wissel manoeuvre toe en zit in het wiel van Bonk. Linkeballen 1 en 2 voor ons.

 

In die volgorde rijden we naar de laatste km, nog twee bochten en het is zover. Mijn hart klopt in mijn keel. Ik heb het Spaans benauwd. Rustig blijven en even een paar keer diep ademhalen. Het moment voor de een na laatste bocht is het moment van Linkebal 2 om zijn alles of niets poging te wagen. Linkebal 1 duikt er direct achteraan, gevolgd door Bonk en mijzelf. Ideaal scenario. Linkebal 2 rijdt zich helemaal leeg naar de laatste bocht toe. We naderen op 30 meter alvorens we de bocht induiken. Linkebal 1 beseft dat zijn temperament hem hier de das om gaat doen en houdt zijn benen stil bij het uitkomen van de bocht. Bonk is niet meer van plan over te nemen. Ik overweeg even om te springen, maar 500m en omhoog, doet me anders beslissen. Ik blijf achter Bonk zitten. Nog 450m en Linkebal 2 perst er nog eens alles uit. Zijn voorsprong groeit weer. Linkebal 1 schut zijn hoofd, vloekt en gaat op de pedalen staan. Linkebal 2 mag niet winnen vandaag. Bonk en ik volgen en Linkebal 2 sterft een duizend doden op weg naar de streep. Op 250m is hij er aan voor de moeite. Volgens mij staan er tranen in zijn ogen. Bonk schakelt naar de 11 en kromt zijn rug. Daar gaan we! Linkebal 1 is direct gezien. Ik blijf het achterwiel van Bonk houden. Nog 100m en ik kruip langzaam voorbij zijn achterwiel. Mijn benen beginnen te branden, nog even volhouden! 50, en ik bereik zijn crankas. Bonk gooit er nog een schepje bovenop. Het zal toch niet, dat hij het haalt. Ik leg me nog platter en plaats mijn laatste versnelling. Mijn display zegt 58,2km/u. Harder gaat echt niet. Alles staat nu in de brand. Ik gooi mijn fiets naar voren en kijk op zij. Bonk’s hoofd is knalrood, zijn knokkels spierwit, maar veel belangrijker ik ben zijn voorwiel voorbij! Ik richt me op en strek mijn armen. Geen lucht meer om te brullen. Direct moet ik mijn stuur weer vastpakken. Mijn benen trillen als rietjes. Mijn hart klopt als een razende. Lucht, geef me lucht. Ik word om mijn rug geklopt. Het is Bonk. Hij ziet er zo beroerd uit als ik me voel. Ik glimlach terug. Ik voel zijn pijn en de mijne. Tweede worden is niet fijn. Zeker niet vlak na de finish. Linkebal 1 en 2 hebben al woorden over het verloop van de strijd. Een nieuwe kerf op het handvest van hun strijdbijl. Achter ons finisht het peloton. Die zaten toch nog kort achter ons. Ik draai om en maak me op voor de huldiging. Hier met die bloemen!

(bovenstaande is een passage uit het uit te brengen boek "Wielrennen is ook een vak" door Rork Steijn)

vrijdag 20 mei 2016

Openingswedstrijd 2016


Openingswedstrijd 2016

“Zo Eric, je eerste koers na 6 maanden. Hoe beviel het?”

“Ja, ik moet zeggen, het viel me mee, maar je begint toch met zenuwen aan zo’n eerste koers, na een lange afwezigheid in het peloton. Dan spookt het toch door je hoofd of je het tempo wel kan volgen en hoe de luchtwegen zich houden. Al met al een nerveuze zaak.”

“In de tijdrit start je dan als laatste en de uitslag stemt niet tot vrolijkheid. Met welke ambities was je er aan begonnen?”

“Die tijdrit had niet mijn prioriteit vandaag. Het hele idee van een tijdrit competitie spreekt me normaal gesproken erg aan, maar dit jaar zal het er niet van komen om me daar op te concentreren. Ik heb mezelf andere doelen gesteld.”

“Welke doelen zijn dat?”

“Die houd ik nog even voor me zelf.”

“Dan de koers. Hoe verliep het voor jou.”

“Gezien de staat van de baan was het vertrek vrij rustig, maar na een paar ronden droogde het wegdek aardig op en ging stilaan het tempo omhoog. De eerste helft van de koers heb ik mij beperkt tot volgen en dat ging me goed af. Dat gaf vertrouwen om mijn neus een paar maal aan het venster te steken. Maar het kwam niet tot iets. Ik durfde er ook nog niet vol voor te gaan. Je blijft dan toch enigszins voorzichtig.”

“Jullie gaan de finale in met een gesloten peloton. Had je een plan?”

“Normaal gesproken heb ik altijd een plan, maar vandaag was het toch een kwestie van kijken hoe de vlag er voor hangt. En er was wat onduidelijkheid over de aangegeven ronde, waardoor we, volgens mij, een extra rondje gereden hebben. In de laatste ronde was ik toch vooral blij dat ik zonder problemen de koers kon uitrijden. Ik zat voor de voor laatste bocht rechts van het midden in het peloton, maar voelde dat het niet de goede plaats was. En ik had niet het idee om me te bemoeien met de sprint. Ik liet me in de voorlaatste bocht buitenlangs afzakken tot achter in het peloton. Bij het uitdraaien van de bocht ging iedereen echter naar links en verscheen er een gapend gat op rechts. Ik ben er maar ingedoken en er vol voor gegaan.”

“Het was dus een actie zonder gedachten?”

“Eigenlijk wel. Je gaat op de pedalen staan en weg ben je. Je kijkt achterom of er reactie van het peloton is en die blijft uit. Ze waren behoorlijk verrast van de demarrage, alleen Jacques zag het gevaar en reageerde.”

“En dan is het toch nog een heel eind naar de streep.”

“Inderdaad. Voor de laatste bocht was de jus uit de benen en ik moest terugschakelen om tempo te kunnen behouden. Maar het was eigenlijk al gedaan. Wat gezien de gezondheid niet verwonderlijk is natuurlijk.”

“Maar je blijft toch doorrijden…”

“Dat is pure eerzucht. Maar dat laatste rechte eind. Pfff. Ik probeerde snelheid te houden, maar Jacques kwam op 25 meter voor de finish me voorbij. En dan weet je, het was niet voor vandaag. Dat de rest me niet meer pakt is dan mooi meegenomen. Een tweede plaats in de eerste koers van het seizoen, daar had ik vooraf voor getekend!”

Rork Steijn

(Ondergetekende heeft ruim een week zijn bovenbenen niet kunnen gebruiken.)

 

 

 

 

 

 

donderdag 14 januari 2016

2015 Never again

Het was al eerder, in 2014, begonnen met enig lichamelijk ongemak, verrekte bilspier en zo, maar de echte ellende kwam pas in 2015. Het begon met een afnemend energiepeil en vermoeidheidsverschijnselen met als gevolg meer last van mijn inspanningsastma die ook tijdens het niet-sporten de kop op stak. Puffen ging steeds minder helpen en de huisarts stuurde me naar het ziekenhuis voor longfoto’s. Niets op te zien natuurlijk, zo gezond als een vis. Het fietsen ging op zich nog wel goed, maar niet meer van harte. Tijdens de vakantie naar Japan en Australië werd het almaar minder met de gezondheid. Ik verweet het nog de airco’s onderweg, in de auto, in het vliegtuig en op de hotelkamers. Bij thuiskomst weer een mooie longfoto laten maken en een longfunctietest gedaan. Alles prima in orde. Ondertussen stikte ik soms in mijn hoestbuien. Eigenlijk voelde ik mij op de fiets nog het best. Maar daar kwam al gauw een einde aan. Tijdens een testritje met de fixed smakte ik tegen het asfalt en brak  een handwortelbeentje. Gelukkig slechts een kleine breuk die na anderhalve week gips goed genoeg hersteld was om weer op de fiets te stappen. Zandvoort gemist maar het CK kwam er aan, dus niet getreurd. Na mijn tweede plaats van vorig jaar wilde ik persé winnen. Dit lukte mij, wonderbaarlijk genoeg, ook nog maar ruim een week later lag ik in bed met een longontsteking, bronchitis en kinkhoest. De kinkhoest bleek al die tijd de boosdoener te zijn geweest. Een hele apotheek werd er naar binnen gewerkt maar ik herstelde maar matig. Toch weer op de fiets gestapt om mij voor te bereiden op het NK tijdrijden op Texel. Daar, onder slechte weersomstandigheden, kwam halverwege de rit het besef dat het echt niet goed gesteld was met mijn longen. De huisarts verwees me door naar de longarts die mij, na het aanhoren van mijn verhaal, glimlachend vertelde dat kinkhoest en enige vorm van astma een zeer slechte combinatie is. Kort gezegd, het slijmvlies van mijn luchtwegen was zo goed als verdwenen waardoor virussen en dergelijke vrij spel hadden. De kinkhoest was van dit alles de oorzaak en de astma vertraagde het herstel. Dat herstel gaat, zonder complicaties, ruim 12 maanden duren. Met complicaties ben ik nog verder van huis. Tweemaal daags gebruik ik nu twee inhalatieapparaten. Een tegen de infecties en een om de boel open te houden. Ik mag geen zware inspanningen verrichten en moet voldoende rust nemen. Vroeger werd je in zo’n geval naar een fijn sanatorium in de gezonde Zwitserse berglucht gestuurd maar die tijden zijn helaas voorbij. De prognose is dat rond september dit jaar alles volledig is hersteld. Net op tijd voor het crossseizoen, dat ik het afgelopen seizoen tandenknarsend heb moeten missen. Het wordt een trage seizoensopbouw dit jaar. Een geluk bij een ongeluk is dat mijn fietsmaatje herstellende is van diverse botbreuken. Samen in de lappenmand is toch een stuk aangenamer, al hoewel je er liever niet in belandt. Iedereen een gezond en voorspoedig 2016 gewenst.

Rork Steijn

donderdag 10 september 2015

Henk Lubberding Classic 2015


Door omstandigheden, zoals kinkhoest, ging ik in een niet al te beste conditie naar de HLC dit jaar. Tevens was mijn fietsmaatje verhinderd, dus tufte ik zondagmorgen in alle vroegte alleen naar ’s-Heerenberg. De vrouw wilde in eerste instantie wel mee, maar na bestudering van de winkeltijden en de weersvoorspellingen bleef ze toch liever thuis. Een wijze beslissing, want de winkels bleven dicht en van de vier uur koers heeft het ruim drie uur geregend. Zowel van boven als vanaf beneden.

Gelukkig waren er nog enkele Haarlemmers afgereisd naar de HLC (Bikeplanet-mannen op Cannondales, maar het blijven aardige gasten). In hun opvallende tenue had ik ze, voor de start, al snel gespot. Zelf besloot ik mijn regenjas uit voorzorg maar aan te houden en mijn Trappist-shirt bedekt te houden tot de finale. Het was niet echt koud, maar fijn is anders. Je kon de regen proeven en zodra we weggeschoten waren vielen de eerste druppels.

Opvallend dit jaar was dat het niveau van renners hoger lag dan de voorgaande jaren. Minder Joepies zogezegd. Meer geschoren benen enzo. Wellicht door het nieuwe parkoers, de hogere aangekondigde beginsnelheid en de langere finale, waren er ook minder deelnemers dan andere jaren. Wel waren er meer dames aan de start. Iets dat mijn goedkeurig wel kan wegdragen.

De eerste 60 km had ik mij achter in het peloton genesteld. Nat wegdek geeft bij de vele rotondes, wegbelijning en klinkerbochten altijd de onvermijdelijke glij- en valpartijen. Meestal zonder erg, maar je wilt er toch niet bij liggen.

Ik had geen extra bidon meegenomen dit jaar. Ik dacht aan twee keer 500ml wel genoeg te hebben en het scheelde weer ballast. Samen met de vijf repen en een gelletje zou ik het wel redden tot het einde. Het was tenslotte maar vier uurtjes koers.

De hogere beginsnelheid kwam er niet echt uit mede door de weersomstandigheden en de smalle passage in Bronkhorst (kleinste dorp van Nederland). Plassen en weer terugkeren in het peloton was geen probleem. Plassen in de regen, langs de kant van de weg, op mijn leeftijd, altijd een race tegen de klok. Binnen 30 seconden afstappen, de blaas ledigen en weer opstappen. Een stressmomentje.

Voor het echt los zou gaan, had ik al besloten er niet vol voor te gaan om binnen de eerste 100 te rijden. Beter voor het herstel van de kinkhoest en, dacht ik, een stukje veiliger. Op de dijk stond de wind schuin in de rug en was het toch ouderwets bal. Binnen 100 meter vloog er al een fietscomputer onder mijn voorwiel door, het talud af en de Rijn in. Sorry Wanz! Het regenjasje zat veilig onder het shirt weggestopt en de reservekit met een extra riempje stevig onder het zadel geklemd. Het eerste jaar vlogen hier mijn minitool, binnenbanden en lichters onder mijn kont vandaan. Les 1; alles moet goed vastzitten.

De beklimming van de Eltenberg ging redelijk soepel op het grote blad. Niks mis met de beentjes. En na de eerste passage door ’s-Heerenberg zat ik in een goed groepje. Het natte wegdek noopte wel tot enige voorzichtigheid en dus geen kamikaze-afdalingen. In de afdaling van ’t Peeske ging het voor me mis. Op de witte belijning van het fietspad ging een renner onderuit en nam zijn maten mee. Ik vloog er met volle vaart op af en moest vol in de remmen. Mijn nieuwe Planet X remmen met rode nat-weer-blokjes beten zich voorbeeldig in de velgen. Ik kon het achterwiel volledig blokkeren, zette mijn kont opzij en mijn fiets zette zich dwars tot vlak voor de glijpartij. De natte weg werkte hier in mijn voordeel. Op het moment dat de fiets ging bokken, liet ik alle remmen los en zeilde ik rakelings langs de gevallen renners. Genoeg adrenaline voor de rest van de koers! Lang leve het crossen, anders had ik er geheid bij gelegen. Techniek is alles.

Tijdens de laatste plaatselijke ronde kwam Wanz weer voorbij, zonder computer. Ik beleefde een moeilijk moment. Kramp lag op de loer en kriebelde aan mijn linker kuit. Tevens waren mijn tijdrit-rugspieren nog niet helemaal hersteld van de uitdaging van afgelopen woensdag langs het Amsterdam Rijnkanaal. Ik durfde niet te forceren en dat was ook nergens voor nodig. De harstslag bleef goed. Dan maar op het kleine blad naar boven in de beklimmingen. Als voorbeeld hoe een mens kan afzien en herstellen, reed er een dame in mijn buurt, die heerlijk aan het jojoën was. Ze “stierf” bijkans een paar maal per ronde maar kwam steeds weer terug, puur op karakter. Ze genoot met volle teugen. Petje af voor deze renster!

Bovenop de laatste beklimming, met nog 3 km te gaan tot de finish, gaf ik maar eens flink gas. Even zien hoe het met de max zat. Het NK tijdrijden op Texel is volgende week zaterdag aan de beurt, dus een kleine test was noodzaak. Heerlijk was het om zonder belemmering even door stomen naar de finish met een motorrijder voor je snuit. Ik waande mij gelijk een prof. Na 120km in de zeikregen kreeg alles een ander perspectief.

De kinkhoest vond het niet echt leuk, dat laatste stuk. Ik kreeg een behoorlijke reactie terug en kon een uurtje genieten van het “ademhalen door een rietje”-syndroom met een paar flinke hoestbuien. Volgens de huisarts houd ik hier nog wel een tijdje last van. In principe kan het geen kwaad. Actie geeft reactie. Gek genoeg heb ik tijdens het fietsen nergens last van.

Al met al een fijne dag op de fiets.

Nu nog het NK tijdrijden en de GP Ger Hermans en dan kan het crossen beginnen!

dinsdag 23 juni 2015

Clubkampioenschap B 2015

Er zijn van die dagen dat je liever in bed blijft liggen. Afgelopen zondagochtend, toen rond een uur of negen de regen tegen het slaapkamerraam spatte, was zo’n moment. Ik heb me nog eens lekker omgedraaid in de hoop dat het flink zou blijven doorregenen. De gezondheid is de laatste tijd niet wat het moet zijn en om dan een kampioenschap in de regen te moeten rijden, dat zag ik niet zitten. Om 11u00 rolde ik eindelijk uit bed. Op mijn mobiel verscheen de tekst “Auto om 12u00?”. Naar buiten kijkend, nat wegdek en een dicht wolkendek ziend, werd ik nog niet echt vrolijk. Toch maar een bakje havermout naar binnen gewerkt en de tas ingepakt. Ik zou wel zien wat het werd.

Stipt twaalf uur stond Natascha voor de deur, fiets inladen en op naar Spaarnwoude. Ik verkeerde in de veronderstelling dat het hele gebeuren slechts 5 kwartier en 3 ronden zou duren. Een misrekening van mijn kant. Anderhalf uur en 6 ronden was het antwoord van Manja. Ook dat nog. Ik was slechts voorzien van één bidon en één reep. Gelukkig viel er een tweede bidon te scoren in het jury hok. Een eenzame achterblijver die mij, gevuld met water, een goede dienst ging bewijzen. De opkomst was niet bijster groot maar voldoende om in een  A- en een B-groep te vertrekken. Het wegdek was nog nat, maar de zon deed toch een poging de boel wat op te vrolijken.
Normaal gesproken heb ik een strijdplan, maar vandaag was een dag waarop het allemaal niet ging zoals het zou moeten gaan. Je kunt je daar maar het beste bij neerleggen en zien wat er van komt. De gebruikelijke schermutselingen vonden plaats. Het gemiddelde tempo lag iets lager dan anders. Er werd duidelijk met reserve gereden. Na een uur koers was de leenbidon leeg en kon overboord. Tijd voor de helft van de reep. Spaarzaam omgaan met de energie was het devies. Niels verzette weer bergen werk en riep menig kopgroepje tot de orde. Natascha en ik probeerden het een keer, maar met twee was het een kansloze onderneming. Diverse renners begonnen na anderhalf uur koers aan de benen te schudden en rek- en strekoefeningen op de fiets te doen. Gaatjes werden niet direct meer dichtgereden. Met hier en daar een krachtterm tot gevolg.

Zes ronden voor het einde bedacht  ik dat ik,  in het licht van de ontwikkelingen, hier de winst voor het grijpen had. Het peloton was te klein om de hele weg te blokkeren in de laatste ronde als het zou stilvallen. Ruimte genoeg dus om, op 500 meter voor de eindstreep, van achteruit de sprint in te zetten. Bij de bel voor de laatste ronde nam ik de laatste slok uit de bidon en schakelde over op de 13. Het enige dat nog kon gebeuren was een late uitvalpoging, maar daar had eigenlijk niemand meer de benen voor. De voorlaatste bocht draaide ik als laatste in. Men werd al behoorlijk onrustig. Niels had bijna de gehele ronde op kop gereden maar koos nu een betere positie. Niels en Bernard, besloot ik, werden de trigger. Als zij aangingen zou dat het moment zijn om te gaan of anders 500 meter voor de streep. Beide momenten vielen samen en op 500 meter begon ik van achteruit aan mijn sprint. Het zou een sprint in drie fase moeten worden. Eerst op snelheid langs het peloton op weg naar het begin van de laatste bocht. Deze zo hard mogelijk nemen en met voldoende snelheid het rechte eind opdraaien en zien wie er nog in de buurt zou komen. Bij het uitkomen van de bocht ging ik opnieuw op de pedalen staan. De bovenbenen flipten, maar uit ervaring weet ik dat dat van korte duur is. Een relaxmoment was voldoende om ze weer in het gareel te krijgen. De eindstreep naderde met rasse schreden en ik zag niemand naderen. Alhoewel, op rechts zag ik het voorwiel van Jacques verschijnen, maar dat bleef op zijn plek. No worries. Links echter verscheen het voorwiel van Bernard en dat kroop langzaam naar voren. Nog 50 meter en Bernard zat aan de bracket, nog 25 meter en Bernard was mijn bracket voorbij. Bernard had als introducé woensdag zijn overwinning behaald en daar moest het voorlopig maar bij blijven. Nieuw lid zijn en direct clubkampioen worden, no way! Ik plaatste nog een laatste versnelling en won met slechts banddikte verschil mijn eerste clubkampioenschap. Dat het na de finish verschrikkelijk pijn deed in de benen en dat ik geen kracht meer had om eens fijn te juichen, dat mocht de binnenpret niet drukken. Opstaan met het gevoel dat het vandaag niet veel soeps ging zijn, een slechte voorbereiding hebben en uiteindelijk met de bloemen naar huis gaan, gaf een onwerkelijk gevoel. Had ik me daar gewonnen in het lelijke tenue van HSV De Kampioen. Gelukkig waren er geen foto’s van!

Om de dag nog bijzonderder te maken, won Mart bij de A’s. U leest het goed, Mart, de man die in het heetst van de wedstrijd afstapte om een nieuwe volle bidon te pakken. Petje af en gefeliciteerd Mart!
Natascha prolongeerde, als enige vrouwelijke  deelnemer, haar titel. Dus reden er in de stromende regen, met de auto, twee kampioenen met een big smile naar huis.

Rork Steijn

dinsdag 16 juni 2015

Mongolen Waaier

Het zat er al en tijdje aan te komen, maar sinds afgelopen donderdag avond heb ik definitief plaats genomen in de mongolen waaier. Even voor de duidelijkheid, de mongolen waaier is de groep in koers die geen deel meer uitmaakt van de wedstrijd ook al rijden ze nog steeds in de wedstrijd mee. Als je in deze waaier terecht komt, weet je, vandaag gaat het niet meer gebeuren. Nu zit ik dus in de virtuele mongolen waaier. Een gebroken handwortelbeentje en een gipsspalk houden mij van de geliefde fiets. Ondanks het fiets, dat deze fiets mij bij het afrijden van de stoeprand in de steek liet. Statistisch gezien kan ik het de fiets niet kwalijk nemen. Ik rij al dertig jaar dagelijks dit stoepje op en af met allerlei fietsen. Dus het moment van vallen kwam met rassen schreden dichterbij. En warempel afgelopen donderdag was het zover. Nadat ik op mijn Single Speed een vers stuurlintje had aangebracht was het tijd voor een kleine testronde. Even de straat op en neer ter bevestiging dat ik weer vakmanschap had geleverd. Aan de rand van de stoep even in houden voor een passeren de auto, surplace, en dan langzaam de stoeprand afrollen. 1001 maal gaat dit prima, slechts een verval van 10 à 15 cm. Ik ben wel van grotere hoogte afgedoken en met aanzienlijk meer snelheid. Echter was de dag aangebroken om de statistieken bij te werken en passen te maken. Mijn voorwiel maakte een beweging naar rechts en ik een snoekduik naar links. Veertig jaar fietsen heeft me geleerd hoe ik moet vallen en mijn meeste valpartijen zijn redelijk goed afgelopen. Vallen zonder erg. Ook deze maal ging de linkerhand keurig naar de grond, brak de val en stuurde de rest van mijn lichaam in een koprol verder. Ik stond zonder kleerscheuren weer recht en pakte mijn fiets op. Slechts een kleine beschadiging aan het verse stuur lint. Het kan erger. Voor de rest leek alles in orde op een pijnlijke pols na. Overstrek natuurlijk, dus direct onder koud water en ijs. Er kwam nauwelijks zwelling en ik nam aan dat de pijn bij het buigen van de pols wel zou weg trekken.
’s Nacht begon het zeuren. Je weet genoeg als je zo’n pols niet in een comfortabele positie kan manouveren. Er is iets niet goed, maar je blijft hoopvol dat de huisarts de volgende dag zegt: “valt best mee, paar dagen rustig aan”. Dat ziet hij dus niet! Hup, naar het ziekenhuis met jou en een paar foto’s laten maken. Een halfuur later, na drie foto’s, zegt de röntgen dame: “zo, meneer van Steijn, loopt u mee naar de EHBO?” Dan weet je genoeg, maar je houdt hoop. Tape of een rekverband misschien?! Alstublieft?! Ik moet nog fietsen, weet u.

Het oordeel van de dienstdoende witjas is onverbiddelijk. Hup, naar de gipskamer met jou. Dag wedstrijdjes op de fiets…
Voor het eerst in mijn leven in een gipskamer. De lieftallige gips jongedame probeert me af te scheppen met een witte pols.
“Weet u wel dat de Giro bezig is? Hebt u geen roze?”

“Maar meneer we hebben alleen blauw of rood en dat alleen voor de kinderen.”
“Doet u dan maar rood!”


En daar zit ik dan met mijn rode gips pols. The waiting game is a foot!
Vrijdag moet ik op controle. Als het mee zit en de twee stukjes bot zitten goed aan elkaar, wellicht een manchet op de pols en dan heel misschien… FIETSEN!