dinsdag 23 juni 2015

Clubkampioenschap B 2015

Er zijn van die dagen dat je liever in bed blijft liggen. Afgelopen zondagochtend, toen rond een uur of negen de regen tegen het slaapkamerraam spatte, was zo’n moment. Ik heb me nog eens lekker omgedraaid in de hoop dat het flink zou blijven doorregenen. De gezondheid is de laatste tijd niet wat het moet zijn en om dan een kampioenschap in de regen te moeten rijden, dat zag ik niet zitten. Om 11u00 rolde ik eindelijk uit bed. Op mijn mobiel verscheen de tekst “Auto om 12u00?”. Naar buiten kijkend, nat wegdek en een dicht wolkendek ziend, werd ik nog niet echt vrolijk. Toch maar een bakje havermout naar binnen gewerkt en de tas ingepakt. Ik zou wel zien wat het werd.

Stipt twaalf uur stond Natascha voor de deur, fiets inladen en op naar Spaarnwoude. Ik verkeerde in de veronderstelling dat het hele gebeuren slechts 5 kwartier en 3 ronden zou duren. Een misrekening van mijn kant. Anderhalf uur en 6 ronden was het antwoord van Manja. Ook dat nog. Ik was slechts voorzien van één bidon en één reep. Gelukkig viel er een tweede bidon te scoren in het jury hok. Een eenzame achterblijver die mij, gevuld met water, een goede dienst ging bewijzen. De opkomst was niet bijster groot maar voldoende om in een  A- en een B-groep te vertrekken. Het wegdek was nog nat, maar de zon deed toch een poging de boel wat op te vrolijken.
Normaal gesproken heb ik een strijdplan, maar vandaag was een dag waarop het allemaal niet ging zoals het zou moeten gaan. Je kunt je daar maar het beste bij neerleggen en zien wat er van komt. De gebruikelijke schermutselingen vonden plaats. Het gemiddelde tempo lag iets lager dan anders. Er werd duidelijk met reserve gereden. Na een uur koers was de leenbidon leeg en kon overboord. Tijd voor de helft van de reep. Spaarzaam omgaan met de energie was het devies. Niels verzette weer bergen werk en riep menig kopgroepje tot de orde. Natascha en ik probeerden het een keer, maar met twee was het een kansloze onderneming. Diverse renners begonnen na anderhalf uur koers aan de benen te schudden en rek- en strekoefeningen op de fiets te doen. Gaatjes werden niet direct meer dichtgereden. Met hier en daar een krachtterm tot gevolg.

Zes ronden voor het einde bedacht  ik dat ik,  in het licht van de ontwikkelingen, hier de winst voor het grijpen had. Het peloton was te klein om de hele weg te blokkeren in de laatste ronde als het zou stilvallen. Ruimte genoeg dus om, op 500 meter voor de eindstreep, van achteruit de sprint in te zetten. Bij de bel voor de laatste ronde nam ik de laatste slok uit de bidon en schakelde over op de 13. Het enige dat nog kon gebeuren was een late uitvalpoging, maar daar had eigenlijk niemand meer de benen voor. De voorlaatste bocht draaide ik als laatste in. Men werd al behoorlijk onrustig. Niels had bijna de gehele ronde op kop gereden maar koos nu een betere positie. Niels en Bernard, besloot ik, werden de trigger. Als zij aangingen zou dat het moment zijn om te gaan of anders 500 meter voor de streep. Beide momenten vielen samen en op 500 meter begon ik van achteruit aan mijn sprint. Het zou een sprint in drie fase moeten worden. Eerst op snelheid langs het peloton op weg naar het begin van de laatste bocht. Deze zo hard mogelijk nemen en met voldoende snelheid het rechte eind opdraaien en zien wie er nog in de buurt zou komen. Bij het uitkomen van de bocht ging ik opnieuw op de pedalen staan. De bovenbenen flipten, maar uit ervaring weet ik dat dat van korte duur is. Een relaxmoment was voldoende om ze weer in het gareel te krijgen. De eindstreep naderde met rasse schreden en ik zag niemand naderen. Alhoewel, op rechts zag ik het voorwiel van Jacques verschijnen, maar dat bleef op zijn plek. No worries. Links echter verscheen het voorwiel van Bernard en dat kroop langzaam naar voren. Nog 50 meter en Bernard zat aan de bracket, nog 25 meter en Bernard was mijn bracket voorbij. Bernard had als introducé woensdag zijn overwinning behaald en daar moest het voorlopig maar bij blijven. Nieuw lid zijn en direct clubkampioen worden, no way! Ik plaatste nog een laatste versnelling en won met slechts banddikte verschil mijn eerste clubkampioenschap. Dat het na de finish verschrikkelijk pijn deed in de benen en dat ik geen kracht meer had om eens fijn te juichen, dat mocht de binnenpret niet drukken. Opstaan met het gevoel dat het vandaag niet veel soeps ging zijn, een slechte voorbereiding hebben en uiteindelijk met de bloemen naar huis gaan, gaf een onwerkelijk gevoel. Had ik me daar gewonnen in het lelijke tenue van HSV De Kampioen. Gelukkig waren er geen foto’s van!

Om de dag nog bijzonderder te maken, won Mart bij de A’s. U leest het goed, Mart, de man die in het heetst van de wedstrijd afstapte om een nieuwe volle bidon te pakken. Petje af en gefeliciteerd Mart!
Natascha prolongeerde, als enige vrouwelijke  deelnemer, haar titel. Dus reden er in de stromende regen, met de auto, twee kampioenen met een big smile naar huis.

Rork Steijn

dinsdag 16 juni 2015

Mongolen Waaier

Het zat er al en tijdje aan te komen, maar sinds afgelopen donderdag avond heb ik definitief plaats genomen in de mongolen waaier. Even voor de duidelijkheid, de mongolen waaier is de groep in koers die geen deel meer uitmaakt van de wedstrijd ook al rijden ze nog steeds in de wedstrijd mee. Als je in deze waaier terecht komt, weet je, vandaag gaat het niet meer gebeuren. Nu zit ik dus in de virtuele mongolen waaier. Een gebroken handwortelbeentje en een gipsspalk houden mij van de geliefde fiets. Ondanks het fiets, dat deze fiets mij bij het afrijden van de stoeprand in de steek liet. Statistisch gezien kan ik het de fiets niet kwalijk nemen. Ik rij al dertig jaar dagelijks dit stoepje op en af met allerlei fietsen. Dus het moment van vallen kwam met rassen schreden dichterbij. En warempel afgelopen donderdag was het zover. Nadat ik op mijn Single Speed een vers stuurlintje had aangebracht was het tijd voor een kleine testronde. Even de straat op en neer ter bevestiging dat ik weer vakmanschap had geleverd. Aan de rand van de stoep even in houden voor een passeren de auto, surplace, en dan langzaam de stoeprand afrollen. 1001 maal gaat dit prima, slechts een verval van 10 à 15 cm. Ik ben wel van grotere hoogte afgedoken en met aanzienlijk meer snelheid. Echter was de dag aangebroken om de statistieken bij te werken en passen te maken. Mijn voorwiel maakte een beweging naar rechts en ik een snoekduik naar links. Veertig jaar fietsen heeft me geleerd hoe ik moet vallen en mijn meeste valpartijen zijn redelijk goed afgelopen. Vallen zonder erg. Ook deze maal ging de linkerhand keurig naar de grond, brak de val en stuurde de rest van mijn lichaam in een koprol verder. Ik stond zonder kleerscheuren weer recht en pakte mijn fiets op. Slechts een kleine beschadiging aan het verse stuur lint. Het kan erger. Voor de rest leek alles in orde op een pijnlijke pols na. Overstrek natuurlijk, dus direct onder koud water en ijs. Er kwam nauwelijks zwelling en ik nam aan dat de pijn bij het buigen van de pols wel zou weg trekken.
’s Nacht begon het zeuren. Je weet genoeg als je zo’n pols niet in een comfortabele positie kan manouveren. Er is iets niet goed, maar je blijft hoopvol dat de huisarts de volgende dag zegt: “valt best mee, paar dagen rustig aan”. Dat ziet hij dus niet! Hup, naar het ziekenhuis met jou en een paar foto’s laten maken. Een halfuur later, na drie foto’s, zegt de röntgen dame: “zo, meneer van Steijn, loopt u mee naar de EHBO?” Dan weet je genoeg, maar je houdt hoop. Tape of een rekverband misschien?! Alstublieft?! Ik moet nog fietsen, weet u.

Het oordeel van de dienstdoende witjas is onverbiddelijk. Hup, naar de gipskamer met jou. Dag wedstrijdjes op de fiets…
Voor het eerst in mijn leven in een gipskamer. De lieftallige gips jongedame probeert me af te scheppen met een witte pols.
“Weet u wel dat de Giro bezig is? Hebt u geen roze?”

“Maar meneer we hebben alleen blauw of rood en dat alleen voor de kinderen.”
“Doet u dan maar rood!”


En daar zit ik dan met mijn rode gips pols. The waiting game is a foot!
Vrijdag moet ik op controle. Als het mee zit en de twee stukjes bot zitten goed aan elkaar, wellicht een manchet op de pols en dan heel misschien… FIETSEN!

zondag 24 mei 2015

Sydney by bicycle


Well, the wife had to go to Sydney to attend the congress of the FIAF and give a lecture on “Dutch Solutions To Clear Legal Obstacles”. She is a legal buff and a leading authority on the subject.  Best part of course, company paid trip to Australia!

While the wife did her thing, I had the opportunity to explore Sydney on my one. All I needed was a road bike of good quality with the essential stuff to make a couple of pleasant rides around Sydney. The best and most promising site on the net was Livelo.com.au, run by Peter Branes. I ordered a nice alu Cannondale road bike for three days, with Garmin 810, Kask helmet, water bottles, repair kit and lights. Even a set of Speedplay Zero pedals were included, so no need to bring my own pedals.

They brought the bike to the hotel, Aidan near the Central Station, on the Saturday evening instead of the Sunday and because it was a busy weekend for the rental business. I received a carbon Cannondale EVO with Shimano Di2 size 54.  A better bike then ordered by me, but who is to complain. Within 10 minutes the bike was setup to my measurements and I was good to go.

 

Sunday morning I rode off early to affoid the heavy traffic in the inner city of Sydney and to find my bearings in riding urban surroundings. Taxi’s, busses, cars… I use to cycle on roads with a lot less traffic, so I had to adjust a bit. First objective was Harbour Bridge. Followed by the Opera House and onwards to Bondi Beach. I did decide not to use the GPS on the Garmin 810. Finding your way in an unfamiliar city without GPS is an adventure. You never know where you end up or what things lay in your path. For the same reason I did not contact local riders to hook up with or planned a guided ride. I wanted to ride on my own in a foreign city. I had time to spend and road to conquer. Of course I got lost a view times, but that is the charm of it all.




That first day I found out that Sydney is not flat city, like my home town. I was very glad to have a 50/34 with a 28 at the back, at some moments. I found roads that make the Muur of Huy a pick nick in the park, and the legs got hurt a lot.

The second day La Perouse/Botany Bay was the main goal with a visit to Centennial Park on the way up and back. I used the Livelo programmed ride up to La Perouse to get me there without delay and to put some speed in the ride. Finding ones way without GPS tends to slower rides. I had a nice speedy ride up to La Perouse and enjoyed the view of Botany Bay. On the home run I visited the Park where a 3,5km loop of car free road, named Grand Drive, makes an ideal exercise round for cyclist within the busy city. I did some more City exploring on the way home; meaning got lost a lot in a fun way and ended up at the Rapha shop for coffee. There, I made the mistake NOT to buy the SKY British National Champ shirt…sold out by now.

 
The third and last day I planned a trip up North to West Head via Manly Beach. One of the nicer beaches of Sydney, I think. Bondi has the name, but Manly is the more beautiful one. Especially Sydney Harbour National Park and its views is a winner. That ride was also not an easy ride for a flatland guy like me, but worth every pedal stroke. And sitting on the Bella Vista Café terrace at the Park with a double espresso and homemade cake, topped the day.

That late afternoon, Peter came and collected the bike at the Hotel. Talking about service! I think Livelo has the best service if you ever want to ride a bicycle in Sydney. If you want they do guided tours as well. And the bikes are A class and well maintained.
 
I am a Specialized adapt…but the Cannondale was a perfect ride.

So, thank you Peter, for making my stay in Sydney a memorable one!

Rork Steijn

www.livelo.com.au

vrijdag 13 februari 2015

My crappy cross season


After my crappy cross season, I’m waiting for the sun. No more grey sky, no more drizzle, and no more freezing temps. Spring sunshine will do the trick for me, thank you very much! My cross season never took off. It’s crashed on itself even before the first pistol shot was fired. I had a cold at the start, two bad planned holidays and a back problem to top it all off. New Year brought the flu, but, until now, I got away unharmed by it. I had some close calls, but the wife took the bullet for me. I did the basic workouts and bided my time. The sun would soon show its beautiful face again and I would be ready.

In the mean time I looked at the Pros cross races with great interest. Revolution was at hand, young guns at the start line with no “respect” for the old warriors. They took off at the word GO! The rest of them were just baffled. Watching those young dogs was enjoyable, but my focus shifted to the back of the field. Clueless of what happened at the front, another breed of men was making a name for them self’s. Riding their hearts out every race, trying the best they could with great determination and courage.

This Aussie guy promised his girl an European holiday, in a Campervan, in the midst of winter. (Question mark would be in place here) They came all the way up to Belgium to live the life of pro CX. Respect! Snow, mud, ice rains. It’s not my idea of a holiday, but has all the ingredients of a fantastic CX adventure.

From the other side of the globe came a Canadian pro, looking like a Viking with beard and nose ring. He brought his own style to the cross. Hotsauce and all. Financed himself all the way into the great Cyclo Cross Show on Earth and enjoy himself immensely.  

Garry and Mark photo by Tom Prenen


While I did my Miles on the winter bike, they had the time of their life. Posted their Facebooks full of CX happiness for us to enjoy. More and more people flocked to their sites and dipped them self’s in their adventures. They became heroes on their own account for displaying race hardness, for showing up at the start line, behind the established riders of the home countries that make up the majority of Cyclo Cross. Being there at the back of the field, doing their thing in the shadows of the television cameras, but in plain sight of the spectators, who loved them for it.

We can only dream of being somebody like Matthieu van der Poel or Wout van Aert. It’s amazing to watch these two race around a course. Super hero’s these two puppies. Way beyond our reach in pretending to be a CX rider like they are. But with Garry Millburn and Mark McConnell we get the feeling we don’t have to be Super heroes. We can be mere mortals and have a great adventure, if we put our mind and back in to it, raise the bar and face the impossible, because they showed us nothing is impossible! If you want it, it’s out there, get it!

I got a great energy flow of them be where they been. I will have a couple of adventures of my own. Riding my bike in and around Sydney in April for example. Far away from home, adventure will be mine!

So I tip my Hotsauce cap to the both of them! Thanks for the inspiration guys!

 

Rork Steijn

zaterdag 1 november 2014

Eindelijk op de Cyclocrosser


Hahaha, je kijkt er al een hele tijd naar uit en eindelijk is het dan zo ver. Maar helaas, je bent strontverkouden en kunt met geen mogelijkheid een uurtje in het rood in het veld rijden laat staan een prestatie op de fiets neerzetten. Balen! De eerste wedstrijd gaat aan je loopneus voorbij en of het de week erop zal lukken zal geheel afhangen van het feit of het lijf een beetje wil herstellen. Een verkoudheid gaat pas over als het virus klaar met je is. Rusten, eten (veel kippensoep) en geen gekke dingen doen is in dezen het devies. Maar ja, je staat te trappelen als een jong veulen dat voor het eerst de wei in mag, als een koe die de hele winter op stal heeft gestaan en eindelijk, eindelijk het veld op mag. Dus een week lang op tijd naar bed en hopen dat je het weekend zover bent dat er een cross gereden kan worden.
 
Nadat je aan je mederenners hebt uitgelegd dat je echt te ziek was om de week ervoor de aftrap van de wedstrijdreeks mee te maken, sta je dan eindelijk op zondagochtend aan het vertrek van je eerste veldrit van het seizoen. “Ja man, snipverkouden, snot uit alle lichaamsopeningen, het ging echt niet”. Je ziet ze denken, smoes of waarheid? Laat maar denken, ze zullen wel zien dat je nog geen veer kan wegblazen vandaag.

Als het startschot klinkt, begint de groep van 40-plussers aan een dollemansrace naar de ingang van het terrein, een flessenhals, zoals gebruikelijk moet iedereen flink in de remmen en dringen maar. Daar ben je alvast niet ingetrapt vandaag, als laatste kom je bij de opening naar de singletrack en toch moet je nog remmen om niet in het gedrang te komen. Als laatste draai je het veld in. Ouwe wijventempo over het onverharde pad, wiel aan wiel, geen inhaalmogelijkheden op dit stuk. Wachten tot de bocht naar het grasveld, alwaar een slalomtraject is uitgezet. Tegen je bedoeling in haal je hier renners in. Het gaat best lekker en op een recht stuk onverhard geef je eens lekker gas. De hartslag loopt op. Het ‘heuvelgedeelte’ breekt aan. Draaien en keren door de blubber. Slippen en glijden door de modder. Heerlijk!

Foto Frans Koppelaar
Na een goed kwartier zakt je tempo. Hoe kan dat nu? Lopen je remmen aan? Nu al teveel modder tussen de draaiende delen? Het wordt zwoegen en de eerste renners schuiven je voorbij. Heel langzaam loopt het sap uit de benen. Uit ervaring weet je dat lichter schakelen niet gaat helpen. Dat verergert de zaak alleen maar. Voor je het weet rijd je dan 36x28 en kom je helemaal niet meer vooruit. Dus je ploegt voort op het voorblad met de 46 tandjes en verlegt de druk van de benen naar de onderrug. Eens zien of hij dat leuk vindt en voor hoe lang? In de regel begint de rug na een stief kwartiertje te mekkeren. Ondertussen ben je door bijna iedereen ingehaald en komt de nummer één in koers je voor de eerste keer voorbij. Klote verkoudheid! De energievoorraad is heel beperkt en de kracht maar mondjesmaat aanwezig. Er zit niets anders op dan in een laag tempo verder ploeteren.

 

De bel voor de laatste ronde komt niets te vroeg. De rug schreeuwt moord en brand, je benen reageren nauwelijks meer en je hartslag blijft steken op een armzalig niveau. Maar je bent aan het crossen. Vorige week lag je nog ziek in bed en zag je de wereld voor een doedelzak aan. Op karakter rijd je de laatste ronde en probeer je alles heel te houden, het lichaam en het materiaal. Er komen nog meer crossen deze winter. De voorjaarszon is nog zover weg. Met een glimlach rol je over de finish. De kop is eraf. Als dit het ergste is dit crossseizoen, alla. Er komen nog zoveel mooie crossen, met sneeuw en zo…

dinsdag 23 september 2014

Wereldkampioenschap FC Trappist aka Grote Prijs Ger Hermans


Zondag 21 september, Sloten. Terwijl in Spanje de wereldkampioenschappen beginnen, rijden wij ons eigen WK, beter bekend als de Grote Prijs Ger Hermans. Door een twist of fate wisselde het Omnium met de GPGH van plaats op de kalender, zodat ik aanwezig kan zijn bij deze laatste wegwedstrijd van het seizoen. De grote vraag is of ik in staat zal zijn hier eindelijk een overwinning te behalen of dat het de zoveelste tweede plaats van het seizoen gaat worden. Deze wedstrijd is voor de B-mannen en -vrouwen geen gemakkelijke opgave, want samen rijden met de A-groep vereist een hoger wedstrijdtempo tegen veelal jongere renners. Mijn game plan is zorgen dat er geen B met de A’s meeglipt zonder dat ik er zelf bij zit. Dat is makkelijker gezegd dan gedaan, vooral omdat op het lange rechte eind, waar alle eventuele schade opgelopen elders op het parkoers moet worden hersteld, de wind behoorlijk op kop staat. Het wordt dus heel berekend rijden.

Mijn vrouw is vandaag mee, naar eigen zeggen, voor morele ondersteuning en het vastleggen op beeld van de overwinning. Absoluut geen druk hier, maar ze vindt dat het tijd wordt om te zegevieren. Om het haar makkelijk te maken heb ik mij geheel in het Team Sky-tenue gehesen. I’m a sucker for Rapha!

Tijdens de vier rondjes inrijden voelen de benen zwaar. Het naar de tweede verdieping slepen van een nieuwe 3-zitsbank de vrijdag voorafgaand aan de wedstrijd heeft duidelijk zijn weerslag op de kwaliteit van de beenspieren. Vooral de verhoging in het parkoers voelt niet goed aan. Maar goed, het is droog, de zon schijnt en het waait lekker, beter kun je het niet treffen met het weer zo aan het einde van september.

 

Na het inleidend praatje van Bas, zijn we weg voor een wedstrijd van 5 kwartier en 6 ronden. En ondanks het verzoek van Eduard om een inrijdrondje, is het direct koers. Het tempo is goed te volgen en ik hoef in principe alleen de zwarte (B-groep) rugnummers in de gaten te houden en te voorkomen dat er een of meerderen samen met de witte (A-groep) rugnummers ontsnappen. Uiteindelijk rijden we toch onze eigen wedstrijd en uitslag. Er zijn diverse vluchtpogingen en een paar keer moet ik aan de bak, maar veelal wordt het vuile werk door iemand anders opgeknapt. De explosiviteit van de A’s ligt beduidend hoger dan bij de B’s. Tevens kunnen ze het hogere tempo langer vasthouden. Ontsnappen met een stelletje A’s is geen peulenschil en niet aan te raden. Na goed een uur koers is Teun het zat en kondigt aan dat het tijd is voor de “echte” mannen om te gaan. Twee groepjes maken zich los van het peloton en ik weet niet zeker of er een zwart rugnummer bij zit. Ik besluit om, nu het nog kan, de sprong naar het tweede groepje te wagen en rijd er op de toppen van mijn kunnen naartoe. De aansluiting vindt plaats op het lange rechte eind en voor ons uit rijdt het andere groepje. Allemaal witte nummers en ook in ons groepje ben ik de enige met een zwart nummer. Ze trekken flink door om aansluiting te vinden bij de eerste renners in de wedstrijd en bij het opgaan van het viaduct laat ik ze lopen. Dit tempo ga ik geen half uur volhouden. De kans dat ik eraf moet is vrij groot en dan ben ik een vogel voor de kat. Ik laat me terugzakken naar het restant van het peloton en in de wielen heb ik een paar ronden nodig om bij te komen van mijn inspanningen. Nog zes ronden te gaan. Het is zaak niemand meer te laten ontsnappen en aan te sturen op een sprint van het peloton. De kopgroep met A’s is uit het zicht verdwenen en de A’s in onze groep weten hoe laat het is. Marlin moet er stevig van vloeken.

 

Anders dan bij een wedstrijd, hier op Sloten, met een groot peloton, blijft er nu elke ronde bij het opgaan van het viaduct ruimte op rechts. Ik laat me in de laatste ronde afzakken tot achter in de groep om het overzicht te bewaren en de beste positie te kunnen kiezen op het viaduct. Het spel ontvouwt zich zoals ik het had gevisualiseerd. Iedereen aan de linkerzijde op een kluitje. Ik schakel boven naar de twaalf en geef vol gas naar beneden langs de rechterkant. Ik moet zelfs even inhouden voor de laatste bocht om niet direct op kop te komen. Er is ruimte zat en ik sprint in een ruk naar de finish. Mijn benen protesteren hevig, maar ik ben er bijna. Slechts drie witte rugnummers voor me en ik weet dat alleen Eric (vdH) in mijn wiel zit. Hij zal er niet meer over geraken en ruim voor de finish kan ik een overwinningsgebaar maken. F*ck yes, eindelijk raak! The Sky is the limit!

Mijn supporters hebben nog niet door dat ik gewonnen heb. Vaders denkt dat ik mooi vierde geworden ben. Ik leg het verschil van de zwarte en de witte nummers nog eens aan hem uit. Normaal is hij al trots op me, nu is hij apetrots. Mijn vrouw ziet de grap er wel van in, dat ik win als zij erbij is. The things you do for love…

 

De prijsuitreiking in de sfeervolle wielerkantine van WV Amsterdam is de kers op de taart. Een goed gevulde tafel met prijzen van Ger Hermans en een mooi boeket voor de winnaars, Rinus Cerfontain (A) en ondergetekende (B). Een betere afsluiting van het wegseizoen kan men zich niet wensen.
 
Kunnen we nu dan eindelijk gaan crossen?!

 

 

 

 

maandag 15 september 2014

Quel malheur?!

Kent u dat, hele zware benen hebben, een nog zwaarder gemoed en dan de laatste avondkoers van het seizoen rijden bij invallende duisternis?

Het parkoers lag er herfstachtig bij, veel blaadjes hadden de pijp al aan Maarten gegeven en waren naar beneden gedwarreld, precies op ons mooie asfalt. Het had niet geregend en bij elke doorkomst waaiden de bladeren op door het voorbij stuivende peloton. Ik reed midden in de groep en telkenmale hoorde ik het ritselen van de herfstbladeren en zakte mijn stemming verder naar een dieptepunt. De laatste avondkoers, dan volgt al snel de laatste dagkoers en voor je het weet kun je alleen nog trainen, dik aangekleed tegen de snerpende koude van herfst en winter, met slechts de gedachte aan een nieuw wielerseizoen om je op de been te houden. DIT WIL IK NIET!!!

Ik besluit om dan maar eens hard van het peloton weg te rijden, om te ontsnappen aan het onvermijdelijke. Helaas, alleen Leon begrijpt me, maar samen is het niks gedaan. We ontsnappen niet. We worden opgeslokt. Teruggeroepen naar onze plaats in de groep. Hier blijven, de herfst komt eraan! Ik kijk naar Felix, in zijn ogen brandt het vuur. Hij wil er op de valreep nog iets van maken, zijn seizoen besluiten met een klinkende overwinning. Ja, ik zie het wel. Zijn houding spreekt boekdelen. Hij gaat hier voor de winst.

De laatste ronde en ik rijd achteraan. Ik overzie de groep. Ze beseffen het nog niet maar over krap vijf minuten is het gedaan. Einde oefening. Hun nervositeit belemmert hen het onvermijdelijke in te zien. Tuurlijk worden we nog getrakteerd op de GPGH, met tafels vol mooie prijzen, maar het is slechts een pleister op de wonde. Automatisch heb ik zwaarder geschakeld. Maar waarom? Het is Felix’ feestje, zo staat het vandaag in de sterren. We sturen de grote bocht naar het rechte eind in. Daar, ja daar verderop eindigt het vandaag voor dit jaar. Bij de streep wordt het seizoen afgesloten. En kijk eens wat een haast we maken om er te komen. Er verschijnt een groot gat op rechts, ik hijs me uit het zadel, schud de zwarte doemdeken van mij af en geef nog een keer alles. Kansloos natuurlijk, dat weet ik ook wel. Mijn sombere gedachten hebben bijgedragen aan een onderneming zonder slagingskans. Maar ik moet, ik kan niet anders dan de rest en sprint naar de streep. Felix wint, uiteraard. Het is verdiend en noodzakelijk. Hij moet gaan beseffen dat hij A-waardig is, een aanwinst voor die groep, misschien wel een vervanging voor de vertrekkende Teun. Arme Mart, van de regen in de drup.

Na de finish van de A’s, als we allemaal bij elkaar staan voor de uitreiking, in de avondschemering van deze grijze dag, zie ik opeens het licht. Het is eerst een kleine flikkering en dan wordt het steeds een beetje feller. Ik kijk om me heen en zie de warm aangeklede wegrenners veranderen in veldrijders. Zomaar, zonder waarschuwing, valt het kwartje. Als dit het einde was, dan begint nu het crossseizoen. Dan mag de andere fiets van stal. Ik begin een warm gevoel te krijgen. O ja, natuurlijk! Elke weekend weer ergens anders door de blubber rossen! Alles onder de modder! Heel langzaam vult een gelukzalig gevoel mijn hele wezen. Dit is dan wel een einde maar er is ook een nieuw begin! De Amsterdamse Cross Competitie 2014!!! Dit jaar misschien wel met sneeuw en ijs. Het zou zo maar kunnen, erbarmelijke omstandigheden. Storm, horizontale slagregen en kletsnatte ondergronden. Koersen met een ijspegel aan mijn neus. Ik leef helemaal op! CYCLOCROSSEN!!!!!!!!