donderdag 11 september 2014

Henk Lubberding Classic 2014

We hadden deze cyclosportieve al een tijdje in de agenda staan en hebben het NK tijdrijden op Texel de dag ervoor laten schieten. Je moet niet op twee paarden willen wedden en het thuisfront zou het maar matig amusant vinden, een heel wielerweekend. Alle pijlen dus op de zondag gericht. Op naar ’s-Heerenberg aan de andere kant van Nederland. Met een prima weersvooruitzicht en een volle tank brandstof om klokslag half zeven op pad. Ochtendnevel op de Veluwe en een minimaal aantal medeweggebruikers geven een bepaalde gemoedsrust die fijn aanvoelt alvorens 120km aan de bak te moeten. 85km achter de volgauto met een gemiddelde van 30km/u (lichte gaap) en een 35km dollemansrace naar de finish. Bring it on!

Goed, een game plan en een paar doelstellingen zijn op zijn plaats. Om met de laatsten te beginnen, voor mij een plek bij de eerste honderd renners ( bijna 400 deelnemers) en binnen de 4 uur de 120km afleggen. Het plan, altijd als laatste van start gaan, de drukte vermijden, achter in het peloton blijven, op tijd eten en drinken en zorgen dat we vanaf Zevenaar opschuiven in het peloton naar een plaats bij de eerste 150 renners.  En dan zorgen dat bij het oprijden van de dijk, waar de race wordt vrijgegeven, in een goede positie begonnen kan worden. Daarna alle hens aan dek en rammen naar de finish.


Het plan houdt ongeveer 30 minuten stand. Als laatste rijden we ’s-Heerenberg uit in gezelschap van Henk himself. Even tijd voor een babbeltje. Achterin blijken toch de grootste koekenbakkers te zitten en gebruik makend van slim bochtenwerk schuiven we met gemak naar het midden van het peloton. Het wedstrijdjes rijden heeft bijgedragen aan het feit dat we ons nu beter op ons gemak voelen midden in een groep met renners dan dat vorig jaar het geval was. We houden zonder problemen onze gekozen plek de daarop volgende twee uur vast. Ik hoef slechts tweemaal van de fiets om de blaas te legen, en ik vind met behulp van de volgauto’s zonder problemen weer aansluiting en zit in no time weer naast Natascha in de groep. Voor haar geen plasbeurt vandaag. Voor dames ligt het toch wat moeilijker om voor het oog van een paar honderd man de broek te laten zakken om een plasje te plegen. Ik heb voor deze tocht drie bidons bij me en na een goed uur kan de eerste het publiek in. Even reclame maken voor de sponsor. Voor we Zevenaar bereiken heb ik nummer twee ook leeg en gedropt aan de kant van de weg als een volleerd prof. Een donatie aan het publiek. De wikkels van mijn energierepen zitten netjes alle vijf in de achterzak, die gaan straks de prullenbak in. Op de drie klimmetjes rond Arnhem na is het beukend saai, maar je mag geen seconde de aandacht laten verslappen. Er gebeuren altijd zaken die het peloton in de remmen doet knijpen. In principe is 30km/u gemiddeld net even te langzaam. Er kan volgens mij best 35km/u gereden worden, wat het uitdagender maakt dan dat het nu is in de eerste 85km.


 
Maar goed, we passeren Zevenaar en zitten ergens tussen plaats 100 en 150 in het peloton. De nervositeit stijgt met de kilometer. De dijk komt eraan. Ik zit te denken dat het slimmer zou zijn als ze één kilometer voor het opdraaien van de dijk de wedstrijd vrijgeven. Hier is de weg nog breed genoeg om alles op een lint te trekken. De dijk is een stuk smaller en waar geen ruimte is gebeuren vaak de ongelukken. Terwijl ik dit bedenk, zie ik de auto van de koersdirecteur vaart maken. Ik ben blijkbaar niet de enige die er zo over denkt. Het hele pact trekt zich op gang en in een lange sliert draaien we de dijk op. Het beetje wind dat er staat, is in ons voordeel en de teller loopt op naar meer dan 45km/u. We rijden op de kant aan de linkerzijde en aan de rechterzijde zie ik er allemaal mannen afwapperen. Na 500 meter zit de koers er voor de pannenkoeken al op. Er zitten mannen tussen die ik eerder een paar maal hard het peloton voorbij heb zien rijden. Zonde van de energie! Die komen ze nu tekort. Ook zie ik mannen met een blik in de ogen van “WTF?!”. Tja mannen, het is hier koers! Het peloton breekt in stukken. Ik zie voor me twee, drie groepen wegrijden.

Onze huidige groep breekt ook nog eens een keertje voordat we de dijk afdraaien richting Elten en dat nare klimmetje. Op zich geen moeilijke klim, maar als je met je hart in je keel rijdt is geen enkele verhoging van de ondergrond fijn. Ik spring weg naar het groepje voor mij. Daar wil ik zijn voordat we aan de klim beginnen. Het is een klim voor het grote mes. Eenieder die hier terugschakelt naar een kleiner voorblad is direct gezien. Ik kom uit het zadel en ram naar boven. Het doet verschrikkelijk pijn aan de bovenbenen. Zijn we er al? Ik ben los van de groep waar ik naartoe was gereden, maar in de afdaling vlieg ik er weer naartoe. Even bijkomen in de wielen. Er zijn er maar een paar die in mijn wiel met mij de oversteek gemaakt hebben. We zijn met een man of twaalf en voor ons uit rijdt een grotere groep. Voorop wordt stevig doorgereden, maar slechts door één man. De rest kijkt. Zo gaan we geen aansluiting bewerkstelligen. Ik schakel bij en rijd naar de kop. Iedereen even aanmoedigen om mee te werken. Het gat is slechts een meter of 100. Ik besluit plankgas te geven. Ik voel me goed en vóór de eerste beklimming van het Peeske wil ik aansluiten. Niemand neemt over. Hoeft ook niet, want ik poef er in één grote haal naartoe. We sluiten aan en deze groep is een kleine 30 man sterk.

Slechts een enkeling heeft mijn wiel kunnen houden. Ik drink, neem een gel en drink weer. Smerig spul maar het helpt wel voor de plaatselijke ronde straks. Ik hark het Peeske over achter in de groep en verlies bijna de aansluiting op het klimmetje naar de finish. Gaat niet gebeuren vandaag, lossen! Om de dooie dood niet. In Zeddam wacht ons nog een kleine kuitenbijter, maar dat is een kwestie van er vol tegenaan rammen zonder terug te schakelen. Zeddam weer uit en de “makkelijke” kant van het Peeske beklimmen. Even draaien door het dorp Beek en dan de laatste keer het Peeske. Ik probeer naar voren te rijden, maar het tempo ligt behoorlijk hoog. Er probeert nog een renner te ontsnappen. Ik tel drie dames in deze groep, nu een ruime 40 renners groot. Voor ons uit rijden nog een paar eenzame renners, die we stuk voor stuk oprapen. De laatste beklimming van het Peeske, doet me bijna de das om. Ik bijt me vast in het wiel van de jongedame voor me. Ik zie alleen nog het rubber van haar achterwiel. Meer dood dan levend bereik in de top en schakel meteen groter om in de afdaling terrein te winnen.

Op plek twaalf draai ik de Slotlaan op. We zijn er bijna, nog twee bochten naar rechts en dan de finish. Tot onze grote schrik rijden er ineens auto’s op het parkoers! We kunnen er maar net langs, maar mijn kansen op een goede eindsprint zijn verkeken. De snelheid is te laag voor de 50x12 als ik de laatste bocht uitdraai. Ik pers er toch nog een behoorlijke sprint uit en we rapen in de slotmeters nog een groepje op. Als ik niet binnen de eerste honderd ben geëindigd eet ik mijn helm op! 50 meter na de finish stuur ik de kant in, stap af en hang wezenloos over mijn fiets. Helemaal naar de klote! En zo hoort het ook. Ik ga lekker in het gras zitten. De dames in mijn groep zijn 2, 3 en 4 geworden, dus ik moet bij de eerste 100 zitten. Kan bijna niet anders. De minuutjes tikken weg. Natascha heb ik niet meer gezien sinds de dijk. Maar na een minuut of zes komt ze met een strak gezicht over de finish. “Die gaat kotsen”, denk ik, als ik haar naar me toe zie komen. Ze hangt een tijdje over haar stuur heen. Komt dan moeizaam van haar fiets en gaat languit in het gras liggen. Was ik al kapot, zij is zeker drievoudig naar de vaantjes! Maar we hebben alle doelen gehaald!


 


 

 

 

dinsdag 2 september 2014

Stuurvaardigheid en rare manoeuvres


Er moet me iets van het hart en aangezien je van je hart geen moordkuil moet maken…

Tijdens de wedstrijden van de B’s zie ik renners met beperkte stuurvaardigheid in het peloton. Dat is helemaal niet erg, mits je je er ook naar gedraagt en geen dingen doet die je niet eigen zijn. Als je niet zeker bent van je stuurvaardigheden, neem dan plaats achter in het peloton en gebruik de koers om rijstijl en techniek van je mederenners af te kijken en je eigen te maken. In een bocht, midden in een peloton, naar buiten sturen is niet fijn voor de medeweggebruikers, zeker niet als het tempo hoog ligt. Gelukkig rijden we niet in een echt gesloten groep en is er meestal ruimte om te corrigeren, maar je maakt er geen vrienden mee. Omkijken waar de rest uithangt, als je aan een achterwiel geplakt zit, niet doen! Je natuurlijke neiging is namelijk om mee te sturen met de kijkrichting i.p.v. netjes rechtdoor te rijden. Als je toch wilt weten wie er achter je zit, kijk dan onder je arm door, dan heb je de minste kans op stuurdwalingen.

Inhaalmanoeuvres leiden ook met enige regelmaat tot hartslagverhogingen binnen ons pelotonnetje. Het is de taak van elke renner in de groep te weten waar zijn mederenners zijn. Het moet, zeg maar, een tweede natuur zijn, dat je weet waar iedereen, in je directe omgeving, zich bevindt. Dit stelt je in staat om een splijtende demarrage te plaatsen of een vloeiende inhaalmanoeuvre te maken, zonder dat je anderen van de sokken rijdt.  Het gebeurt te vaak dat een renner, zonder inachtneming van zijn omgeving, een beweging inzet waardoor de schrik de anderen om het hart slaat. Probeer het te vermijden.

Naarmate het einde van de wedstrijd nadert, worden we allemaal nerveus. Kan ik een mooie uitslag rijden vandaag? Ga ik hier punten pakken? Maak ik nog kans op de overwinning? Ik denk niet dat er iemand denkt: “ De eindsprint interesseert mij geen zier en die punten kunnen me gestolen worden, maar laat ik eens flink in de weg rijden en de anderen in de problemen brengen!” Toch gebeurt het met enige regelmaat dat er in de laatste kilometers acties worden ondernomen die niet door de beugel kunnen en dat het ternauwernood goed gaat. Getuige het gevloek en getier.

Eenieder van ons wil na de wedstrijd met een goed gevoel en gezond van lijf en leden weer op huis aan. Valpartijen horen echter bij het wielrennen en er valt niet altijd aan te ontkomen. We doen allemaal, inclusief ondergetekende, wel eens onhandige dingen tijdens de wedstrijd. Maar laten we proberen het zo veilig mogelijk te houden, zodat we met veel plezier de strijd met elkaar kunnen aangaan.

Nog een tip: Wheeler Planet is vrij toegankelijk, mits er geen activiteiten of wedstrijden zijn. Je kunt er, als onderdeel van je trainingsrit, in alle rust techniek en stuurvaardigheid oefenen en aanscherpen.

zondag 24 augustus 2014

Klimmen in Beverwijk


Een kleine week na het NK-debacle is de klimkoers van de Trappist op het parkoers van BRC Kennemerland te Beverwijk. Geen idee of het überhaupt een goed idee is om met een nog niet herstelde, verrekte hamstring deze koers te rijden. Maar ik heb nog een appeltje met deze wedstrijd te schillen. Vorig jaar had ik vertraging met de pont over het Noordzeekanaal waardoor ik de start van de B-groep miste. Uit nood heb ik toen met de A’s meegereden die later van start gingen. Het verschil tussen de A’s en de B’s is nog behoorlijk, zodat ik na een ronde of zes een verloren koers bleek te rijden. De moraal was na de gemiste start van de B’s al naar een dieptepunt gezakt en dat kwam bij de A’s niet meer goed. Zeker niet op een rondje van 1,3km op ongelijke klinkerbestrating en met een klimmetje.

Vanwege het mindere weer, kans op regen, zijn we met de auto gegaan. De Velsertunnel is door onbekende mankementen vandaag uit de running en we moeten door de Wijkertunnel samen met alle andere weggebruikers richting het noorden. Gelukkig komen we zonder al teveel oponthoud aan op het parkoers, als één van de eersten. En beter, het is nog steeds droog. De voorspellingen lopen uiteen, maar regen zit in de lucht en de wind heeft vrij spel. De werkzaamheden aan het parkoers hebben ervoor gezorgd, dat alle hoge beplanting en bomen zijn verwijderd, het ligt er tamelijk kaal bij. Ik draag vandaag mijn vrij warme koersbroek van Castelli met Nanoflex, dus de hamstring is warm ingepakt. De opkomst is laag, slecht 16 man en een vrouw staan aan de start. De verwachte regen en de vakantie spelen hierbij een rol. Het mag de pret niet drukken. Ik heb er zin in. Zolang mijn hamstring zich gedraagt, komt het allemaal wel goed. In ieder geval liet hij zich niet horen tijdens de warming up.

We zijn weg voor een uur en 6 ronden koers. Elke doorkomst bergop is een punt voor de eerste passant, voor de bergprijs. Mijn game plan is niet de bergprijs, maar de eindoverwinning. Rustig blijven tot na een half uur koers, dan eens flink heuvelop doortrekken en zien of er mannen meewillen. Ik weet dat ik een dergelijk korte heuvel behoorlijk hard kan oprijden, dus in de sprint ben ik niet kansloos. Vanaf de start rijdt er twee man weg, Jeroen en Paul, duidelijk kandidaten voor de bergprijs. Ik sukkel er op het gemak, op kop van ons kleine peloton, achteraan. Geen intentie om de vluchters direct te achterhalen. De anderen hebben daar een ander idee over en voor we het goed en wel doorhebben, liggen we op koers voor een straffe wedstrijd. Het kost N. direct haar kopje. De afdaling over de klinkers met een scherpe haakse bocht is er teveel aan voor haar techniek, mede door de hoge snelheid. Dat is op zich geen schande. Ik merk dat de bocht ook mij parten speelt. De 8 bar luchtdruk in de bandjes laat me diverse malen wegstuiteren in deze bocht. Zeker als ik, na ruim een half uur koers, de heuvel opknal voor een bergpunt. Je moet er toch minimaal één hebben. Op de top trek ik hard door de afdaling in, vlieg bijna de haakse bocht uit en kijk op het wind-tegen-gedeelte achterom. Niemand. Daar heb ik dus niets aan. Ik had gehoopt enkele renners mee te krijgen voor een leuke ontsnapping, maar helaas. Ik houd de benen stil en herstel van de inspanning. De hamstring houdt zich keurig aan de gemaakte afspraak, warm ingepakt tijdens de inspanning en ijs na afloop.

 
 
Voor de vijfde maal tweede.

Er volgen geen ontsnappingen meer en we maken ons op voor de eindsprint. Ik wil aan de linkerkant sprinten vandaag. Daar zit ik het langst uit de wind en de rest zal toch naar rechts trekken. De een-na-laatste bocht is de ideale plaats om mij in positie te brengen. Alleen Bart heeft hetzelfde idee, bewust of onbewust, hij brengt mij waar ik zijn wil. Links voorin. Het wachten kan beginnen. De laatste bocht is een makkie, alles en iedereen trekt naar buiten, naar de rechterkant. Ik blijf fijn aan de linkerkant zitten en laat me meedrijven naar boven. Nu zij er nog twee opties over, of ik spring ongeveer 35 meter voor de streep (er staat een rood/wit hek als markering aan de zijkant) of ik ga mee met wie er eerder gaat. Het is Jan die eerder gaat vanuit de rechterkant. Ik spring direct van links, voor iedereen langs, naar zijn achterwiel. Daar blijf ik zitten, totdat we de streep passeren, want er zat niet genoeg power in de benen om een tweede jump te maken. Of spaarde ik onbewust mijn hamstring? Onvoorstelbaar maar waar, ik scoor mijn vijfde tweede plaats van het seizoen. Winnen wil maar niet lukken. Ik kan er wel om lachen. Het is meer dan waar ik op gerekend had. Maar een overwinning was dichtbij vandaag.

zondag 17 augustus 2014

Verrekte Hamstring!!!


Het is allang geen zomer meer. Het weer doet zijn best niet om er nog wat van te maken. Regen, regen en nog eens regen met een temperatuur onder gemiddeld. Het is pas augustus en ik raak bijkans in een herfstdip. Zo erg zelfs dat ik een Castelli Nanoflex bibshort aangeschaft heb. Een fijne, korte koersbroek die waterafstotend en licht gevoerd is. Een echte aanrader voor de cross.

In een dolle bui hebben we ons ingeschreven voor het Nederlands Kampioenschap voor de Liefhebbers. Ik wist niet dat het nog bestond, een categorie Liefhebbers. Maar in het zuiden van het land zijn ze er nog volop. Het is een koers georganiseerd voor leeftijdsgroepen met en zonder licentie in het plaatsje Bokhoven onder de rook van ’s-Hertogenbosch. Ons onboard navigatiesysteem had er nog nooit van gehoord, maar het bestaat toch echt!

(foto van Dolly van der Laan) 

N. heeft zich ingeschreven voor de dameswedstrijd, die zonder leeftijdsdiscriminatie wordt verreden. Ondergetekende mag bij de 50+ aan de bak. We halen onze rugnummers, twee per deelnemer, af in de feestboerderij ’t Veer aan de dijk aan de Maas. Er staat een stevige wind op het 5,7km lange parkoers. Het parkoers is vrij simpel, 2km tegen de wind in, 2km met de wind mee en de rest gezellig over de dijk en door het dorp. Vijf minuten na aankomst ter plaatse ben ik mijn mobiel al kwijt. Geen goed begin. In plaats van focus op de wedstrijd ben ik op zoek naar mijn mobiel. Ik blijk hem op het toilet verloren te zijn en hij ligt op mij te wachten achter de bar van het eerder genoemde etablissement. Ik ben er wel door uit me ritme gehaald en het komt die dag ook niet meer goed. N. start om negen uur met 10 dames, zeer lage opkomst, voor 9 rondjes door de polder. Alle dames zijn beduidend jonger dan zij en zien er doorgewinterd uit. “Let op de dame in het oranje, die moet je volgen” is mijn advies om haar spanning aan de start te doorbreken. Uiteindelijk eindigt ze op de zesde plaats, best goed voor een eerste NK met veel wind in de polder.

Even later is het mijn beurt. Ruim 40 mannen aan de start. Door alle mobielperikelen, ondertussen ben ik ook mijn mapje met ID en geld kwijt, ben ik niet toegekomen aan een behoorlijke warming up. Het is niet mijn dag en het zal ook niet meer goedkomen. Na een geneutraliseerde start door het dorp is het spel direct op de wagen. Ondertussen is het nog harder gaan waaien en de smalle polderweg leent zich niet voor waaiers. Het hele peloton zit direct op de kant. Lekker dan! Ik ben niet van het strak op de kant rijden, maar als het moet dan moet het. Bij de draai terug naar de start/finish staat de wind vol in de rug. De teller schiet ruim over de 50km/u. Mijn hartslag gaat gedwee mee de hoogte in. Enne, we rijden nog steeds op de kant. Bij de eerste doorkomst zit ik al vrij ver achterin, geen goed teken. Op volle snelheid denderen we door het dorp op weg naar de tegenwind in de polder. Alles op de kant! Ik zit aan de verkeerde kant van het wiel van mijn voorganger en bij de eerste de beste beweging zit ik echt in de kant. Ik laat het even lopen en wip weer terug het asfalt op. Een beweging die niet geapprecieerd wordt door een spier in mijn bilpartij. Dat voelt niet goed. Het doet eigenlijk verrekte zeer. Ik zit al op een gaatje en krijg het niet gelijk dicht. Mijn rechter been wil niet meer meedoen. Bij de draai zet ik voorzichtig aan. Het gat is al 50 meter. Er zit nog twee man ik mijn wiel en halverwege het wind-mee-gedeelte  geef ik aan dat er eigenlijk wel afgelost mag worden. Er komt niemand, want er is niemand meer. Zij hebben de pijp al aan Maarten gegeven. Voor mij laten nog meer renners los. Het gaat daar echt hard. Misschien kan ik naar ze toe rijden. Het is ijdele hoop, want terug het dorp uit, tegen de wind in, laat mijn bil weten het echt niet leuk te vinden. Forceren heeft geen zin. Na drie rondjes is het NK voorbij.

Was ik erbij gebleven als ik geen hamstring, want dat was het, had beschadigd? Ik denk het niet. Het op de kant rijden bij windkracht 5 is niet mijn specialiteit. Het peloton was in vele stukken uiteen gevallen. Ik had kunnen uitrijden, met de juiste groep, maar het zal voor een volgende keer zijn.

De fysiotherapeut legt twee dagen later zijn bekwame vinger op de zere plek. Tranen schieten mij in de ogen. Verrekte hamstring!!

dinsdag 1 juli 2014

Clubkampioenschap FC Trappist - categorie B

Tijdens de warming-up richting Spaarnwoude bespreek ik met Natascha het game plan. Deze rit is de dubbele afstand (in tijd) van wat we normaal rijden en vereist een andere aanpak. Er blind invliegen is er niet bij vandaag. Mijn idee is om het eerste uur rustig mee te peddelen in de buik van het peloton. In het tweede uur het hoogst noodzakelijke te doen en vijf ronden voor het einde eens flink aan de boom te schudden. Goed eten en drinken onderweg, want twee uur koers hakt erin. De afstand en tijdsduur zouden geen probleem moeten zijn vandaag. Wie vormen het gevaar of zijn de kanshebbers voor vandaag? Buiten mezelf gerekend, schat ik Eric (vdH), Frans en Evert om diverse redenen hoog in voor deze koers. Piet, Theo, Jitze, Felix en nog een aantal anderen kunnen behoorlijk sprinten. Maar kunnen ze het ook na twee uurtjes koers? Ik weet dat Jan in Italië zit, want anders hoefde ik alleen hem maar in de gaten te houden. Vaste waarde enzo.

Mijn beentjes voelen niet super. Ik ben al voorbij mijn piekmoment na de Moors and Shores. Ze stribbelen net niet tegen. Het weer is prima en de voorspellingen zijn gunstig. Droog. Dat moet ook wel, want ik heb er slicks om liggen vandaag. Zeker na mijn lekke band vorige week, heb ik geen risico genomen en zowel voor als achter vervangen.

De opkomst valt een beetje tegen. Het afwijkende tijdstip en de duur van de koers zullen hier wel debet aan zijn. Het kon wel eens een rare wedstrijd worden. Ik besluit om het voorbeeld van Theo te volgen en direct maar tempo te maken na de start om te voorkomen dat we te gezapig gaan vertrekken. Kan het systeem mooi even warmdraaien. Mijn game plan kan wel direct overboord, want er wordt erg onregelmatig gereden. Het gemiddelde per ronde ligt wat lager dan normaal. Het is echter een komen en gaan van uitlooppogingen, die de snelheid in de ronde erg laten fluctueren. Ik moet diverse keren aan de bak om potentiële ontsnappingen in de kiem te smoren. Al snel heb ik in de gaten dat de versnelling wel in de benen zit, maar de macht om daarna de snelheid hoog te houden ontbreekt in zijn geheel. Na anderhalf uur koers beginnen ze te protesteren bij elke aanzet tot versnelling. Kramp ligt op de loer. Drinken is het advies. Natascha heeft het oorspronkelijke game plan gevolgd en komt nu pas voorin rijden. Ze spaart zich aan alle kanten. Slimme meid. Bij het ingaan van de laatste ronde is het peloton compleet en maken we ons op voor een “massasprint”.


Natascha speelt voor leadout(wo)man. Op het moment dat we willen vertrekken over de rechterkant, splijt de groep in tweeën. Het gat in het midden is groot genoeg voor ons en Natascha duikt erin met ondergetekende aan het wiel. Mijn benen vinden het al lang niet meer leuk. Shut up legs!!! We komen de groep aan de rechterzijde niet voorbij. Te weinig power. Vlak voor het ingaan van de laatste bocht, schuif ik ze mee de bocht in. Ik ga dus aan de buitenzijde uitkomen. Niet ideaal, maar het moet maar. We draaien de bocht goed door en bij het uitkomen zet ik direct aan. Dat vinden de benen helemaal niet meer leuk. Kramp schiet als messen door mijn bovenbenen. Alles blokkeert in één klap. Ik verlies bijna de controle en drift zwaar naar buiten toe. Piet is vertrokken voor zijn eerste plaats. Automatisch schakel ik direct een tand lichter en probeer mijn benen tot trappen te manen. Wonder boven wonder verdwijnt de spanning als sneeuw voor de zon. Ik zet direct aan, kom enigszins op snelheid en schakel bij. Piet kan ik vergeten, maar ik lig nog steeds op de tweede plek. De benen schreeuwen moord en brand en de spieren zwiepen ongecontroleerd heen en weer. Nog een klein stukje. Ik kijk naar links en zie een renner helemaal aan de binnenkant akelig dichtbij komen. Ik werp mezelf over de streep. Het scheelt een olifantenschaamhaar…ik houd amper een banddikte over op de streep. De kramp flikkert als een knipperlicht door mijn bovenbenen. Tweede plaats, bloemen! Jammer? Nee, eigenlijk ben ik heel blij. Ik had geen goede benen vandaag en met de kramp na de laatste bocht had het gemakkelijk helemaal niets kunnen zijn of erger nog, rechtdoor de bosjes in met alle gevolgen van dien. Ik klim met enige moeite het ereschavot op. Piet glundert van oor tot oor. Clubkampioen, wie zou daar niet blij van worden. Het was Felix, die me het vuur aan de schenen had gelegd in die laatste meters. Als de streep een halve meter verder had gelegen, hadden we nu van plaats kunnen wisselen.

vrijdag 27 juni 2014

Langste Dag Wedstrijd - FC Trappist


18-06-2014
2e zomerwedstrijd langste dagwedstrijd - categorie B

Mijn eerste langste dagwedstrijd bij de Trappist. Afgelopen zondag reed ik nog een Adventure Cyclocross over 95 km in Good Old England. (zie mijn blog) Deze kilometers zitten nog behoorlijk in de benen, vooral het na-ijleffect van de onverharde, 25%-plus klimmetjes doet mij het ergste vrezen. Aan de afstand zal het niet liggen vandaag, meer aan de bereidheid van de beentjes om er eens flink tegenaan te gaan. Tijdens de warming-up op weg naar het parkoers timmer ik een game plan in elkaar. Het eerste uur vooral rustig meerijden en je niet gek laten maken bij elke ontsnappingspoging. Daarna zien we wel hoe de vlag erbij hangt. Ik ben als een van de eersten op het parkoers en er schijnt een fijn zonnetje, reden te meer om op het bankje in de zon te gaan zitten en iedereen binnen te zien druppelen.

De koers. Twee tussensprints met punten en een eindsprint na vijf kwartier en drie ronden. Puntenkoers dus. Maakt niet uit, eerst maar eens zien hoe gemotiveerd iedereen is. Jan en Eric kijken met een geslepen blik in hun ogen naar de concurrentie en Leon doet alsof hij geen kanshebber is, maar dat is maar schijn. Ik heb hem wel door. In zijn hart brandt het heilige vuur onverminderd voort, net als bij Frans. De eerste ronde rijden we in toeristentempo…okay, wie gaat er wat aan doen? Paul neemt het heft in handen en zet zich op kop. Het tempo gaat naar “normaal” en iedereen is tevreden. Tot aan de eerste tussensprint gebeurt er niet veel. Ik blijf achter in het peloton hangen en probeer een inschatting van de conditie van de beentjes te maken. Ze voelen op zich niet slecht. Bij de tweede tussensprint meng ik me in het gewoel. Paul en Frans zijn al een paar ronden geleden vertrokken, maar dat kan nooit lang goed gaan. Met twee man vooruit is te weinig om het vandaag tot een goed einde te brengen. Ze worden na verloop van tijd weer door ons opgeslokt en het spel kan beginnen. Ik test de beentjes een keer en trek flink door. Helaas komt er niemand mee, dus kansloos. Ik laat me weer afzakken naar de staart van het peloton. De beentjes voelen nu super-de-luxe. Elke pedaalslag is raak. Trappen door de boter. Het gaat gebeuren vandaag, niemand gaat me kloppen!

De laatste ronde. Bij het uitdraaien van de laatste bocht naar de bel voor de laatste ronde heeft het lot iets anders in gedachte dan dat ikzelf heb gevisualiseerd. Een harde tik en bij elke volgende wielomwenteling dezelfde onheilspellende tik. WTF?! We krijgen de bel en iedereen wordt almaar nerveuzer. Het houden van de lijn wordt een moeilijk begrip. Een dezer dagen liggen we hier nog op ons muil. Daar kun je een klok op gelijk zetten. De tik gaat niet weg. Wat is het? Niet goed natuurlijk, dat is een ding dat zeker is. Kan ik hiermee sprinten? De fiets blijft normaal reageren, dus waarom niet? De bocht achter het juryhok maakt een einde aan mijn illusie. Bij het uitgaan van de bocht voel ik het achterwiel driften. Shit! Heel langzaam loopt de lucht uit de band en trekt het peloton zonder mij naar de laatste veldslag van de dag. Alle lucht verdwijnt als sneeuw voor de zon en ik moet lopend mijn weg naar de finish vervolgen, mijmerend over de dingen die hadden kunnen zijn.


Een Speld, of beter gezegd een veiligheidsspeld (zo één waarmee je rugnummer vast zit), hoewel deze het woord veilig niet verdient, zat dus dwars door mijn achterband. Vandaar het getik. De rechtsdraaiende bocht was genoeg om hem eens flink door de band te duwen. Het lot, je doet er niets aan. Zuurder makend is het feit, dat naamgenoot en mede lekke bandrijder van de dag, Eric, de koers wint. Als Eric de sterkste van het peloton was, dan had ík hier dus vandaag kunnen zegevieren... Als, als, als… Je koopt er geen brood voor en al helemaal geen nieuwe achterband.

 



 

woensdag 18 juni 2014

Cycling Weekly - Moors and Shores Adventure X Massif – The Ride

Sometime it’s difficult to predict how a ride will go or what to expect, but this ride had the mark of slightly easy on it. Is there such thing as an easy ride? No, there isn’t! The lack of terrain difficulty was compensated by a brisk pace right from the start. At 7:30 in the morning a fast pace is all I need…not. I’m a diesel. I need to warm up an hour or so. To get my heart started. The start of this timed event is made in small groups. 10, 15 riders at the most in one go, who get briefed before they take off. The CX bikes in my group are a minority. Just the four of us. One of them I met on the parking lot. His name is Phil and he looks the capable rider, he turns out to be. He drops me on nearly every climb. Most of the climbs I manage to do on the big ring, 46x26/28, more of a push then a spin really, but the crit racing pays off. More power in the legs then before. It keeps the heart rate in check and the legs pumping.  

The first stretch of the ride is the easy bit. Until the Mini Massif takes a turn to the right and we are off on the Moors to Whitby. It’s rock ‘n roll on the Moors. Rocks, bogs and holes. Sheep too. Lots of them. There is a freakish building of the RAF. What do they do or hide in there? Perhaps an UFO? With the splash station behind us, it’s a long run to the first of two feeding stations. Hence the Camelback (2L) packed with bars and gels, tools, rain jacket and spare tubes. Just the odd 3 kilo’s extra strapped to my back to make it a little more difficult up the hills. I opted for semi slicks today, praying for a mostly dry course, they will give me the advantage on the hard pack surfaces. Better rolling, less resistance. 4 bar pressure, which will do the trick nicely today.


The sky is a grey one and as soon as Whitby comes into view, so is the drizzle. The sun was trying on the Moors, but to no avail. The first feeding station is a rainy affair. Lucky there is room under the tent for a dry bite of the very good stocked food on the table. Matthew checks his damage of his earlier tumble. I missed that one. He seems to be okay. All in one piece, everything in function. I had only one near miss myself. As we go on, the route follows the old abandon train track. It’s like a rollercoaster, more up then down, but never the less, FUN! Before I know it, we hit the second feeding station and Phil. He is in good form. Next is a section with the steepest climb of the day. Called Lang Gate road or something. As I zigzag up this road, huffing and puffing, a lady walking her dog tells me: “If you think this is heavy, wait until you round the next corner.” Boy was she right! 33,8% is the highest incline my Garmin registrated. This one hits us at about 70km into the ride. 34x28 was the recommendation as smallest option. I didn’t take notice on that one and suffered for it. 38x28 is my last resort for the day. With just 100 metres or so before the summit I have no more power in the legs and have to get of the bike and start crawling the last bit on foot. I don’t think the 34/28 gear would be any help today on this climb. Besides a little part of woodland uphill, there’s no more walking today. At 5 km before the finish line we overtake Phil. He is walking. Bike and chain in hand. He did not bring a chain tool or power link to repair his broken chain. Matthew and I help him out and we are swiftly on our way to the finish. 
 
 
Was it all worth the trouble? Yep, nothing of the kind does come close in Holland. Was it hard? Well, I didn’t much endurance stuff this year, mostly short, fast crits. That made it hard after the first three hours, but I kept it nicely together, didn’t overdo it. I had good company and well organised support. And the landscapes…pfff. Fanfreekingtastic!!!

Next stop Wales or Scotland? Maybe next year…

My thanks to Rather Be Cycling, Phil Cook and Matthew Bennett. A special chapeau to Manuel Pina. He did the ride on his heavy MTB on floppy trainers!
 
The Stats: 95.7km Distance4:42:41 Moving Time
1,270m Elevation
162W    Estimated Avg Power
2,753kJ Energy Output
Avg
Max
Speed
20.3km/h
66.6km/h
Heartrate
140bpm
162bpm
Calories
3,070
Temperature
15
Elapsed Time
5:07:12
Show M